Over de volgende onderdelen over debiet is hieronder een nadere toelichting opgenomen:
Debiet is de hoeveelheid verpompt water per tijdseenheid. Neerslag die in de diverse polders valt, wordt door poldergemalen uitgeslagen op de boezem. Vervolgens pompen de vier boezemgemalen van Rijnland dit overtollige water naar Rijkswater, in het noorden het Noordzeekanaal, in het zuiden de Hollandsche IJssel en in het westen de Noordzee.
Bij de meeste gemalen vindt de debietbepaling plaats aan de hand van een zogenaamde Q-h relatie. Dat komt er in het kort op neer dat het debiet bepaald wordt door het verschil in opvoerhoogte, dat is het verschil tussen de waterstand voor gemaal en de waterstand achter gemaal. Op twee locaties wordt het debiet bepaald met een zogenaamde akoestische debietmeter. Door de snelheid van het stromende water te meten, kan het debiet worden bepaald, wanneer het profiel bekend is.
In de debietgrafieken zijn positieve en negatieve waarden af te lezen. Het principe dat hier achter zit is dat alles wat naar de boezem wordt aangevoerd (erbij komt), een positief debiet is. Alles wat uit de boezem wordt afgevoerd (eruit gaat) is een negatief debiet.
Bijvoorbeeld de aanvoer bij Bodegraven, vanuit het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden komt er op de boezem bij en is daardoor een positief debiet. Al het water dat door de vier boezemgemalen wordt afgevoerd, verlaat de boezem, en is daardoor negatief.
In de winter vindt inzet van de gemalen plaats om het overschot aan neerslag af te voeren naar de boezem en vervolgens naar het buitenwater. Dit om het water op het juiste peil te houden. Zowel polder als de vier gemalen worden dan ingezet.
In de zomer worden de boezemgemalen, naast peilhandhaving bij grote hoeveelheden neerslag, ook ingezet voor de waterkwaliteit. Door de aanvoer van zout water uit de polders en het schutten in de sluis in Spaarndam en de restvervuiling in gezuiverd afvalwater is het nodig de boezem periodiek door te spoelen.
In de zomer is het ook nodig water aan te voeren om watertekorten door verdamping en doorspoeling te voorkomen. Deze aanvoer vindt plaats in Gouda. Daar kan water aangevoerd worden uit de Hollandsche IJssel met een maximaal debiet van 35 kubieke meters per seconde. Omdat dit een aanvoer is naar de boezem heeft deze aanvoer een positieve waarde.
Op de volgende locaties vinden op dit moment online debietbepalingen plaats:
|
|
akoestische debietmeter Bodegraven
| Leidschendam - gemaal Den Dolk
|
|
|
gemaal Lijnden
| gemaal Leeghwater
|
|
|
gemaal Palenstein
| gemaal Kon. Willem I
|
Meer achtergrondinformatie is te vinden via de volgende links:
