In de maanden mei tot en met september vindt het peilbeheer binnen Rijnland plaats volgens het regime van zomerbemaling. Dit houdt in dat bij Gouda regelmatig water wordt ingelaten uit de Hollandsche IJssel om het water in de boezem van Rijnland op peil te houden. Dit is ook het moment waarop de waterstand op het zomerpeil wordt gehouden.
Er zijn een aantal redenen om water aan te voeren naar de boezem, namelijk:
De aanvoer van water vindt plaats bij gemaal Gouda. Tijdens de inlaatperiode in de zomermaanden hanteert Rijnland een zomerpeil van NAP -0,59 meter.
Door het warme weer verdampt water, zowel uit het open water als bij planten. Aanvullen van deze verdampingsverliezen is belangrijk om de groei van allerlei gewassen en bomen niet te belemmeren en daarmee gewasschade te voorkomen.

In de zomer komt er veel zout water uit diepe polders aan het oppervlak, wat moet worden afgevoerd. Dit gebeurt met de gemalen Spaarndam en Halfweg. Ook hiervoor geldt dat deze hoeveelheid water gecompenseerd moet worden door aanvoer van water bij Gouda.
In de maanden april en mei komt jonge aal, die later uitgroeit tot paling, vanaf zee naar Katwijk en wil het zoete water in. Om deze zogenoemde intrek van glasaal te bevorderen wordt regelmatig water afgevoerd naar zee. Overdag wordt wat zoet water geloosd op zee, wat de aal aantrekt. Tegen de avond vindt nogmaals maar dan langer een natuurlijke spui van water plaats. Tijdens deze zoetwaterafvoer zwemt de aal tegen de stroom in de boezem op. Ook deze hoeveelheid water moet worden gecompenseerd door in te laten in Gouda.

Het gemaal in Gouda, dat in de winter overtollig water afvoert, voert in de zomer water aan uit de Hollandse IJssel. Omdat er op de Hollandse IJssel getij is, kan het water onder vrij verval naar de boezem worden aangevoerd. Meestal zal het inlaten van water tijdens hoog water plaatsvinden gedurende circa 5 uur met een gemiddelde capaciteit van 35 kubieke meter per seconde. Er wordt dus per inlaatperiode ruim een half miljoen kubieke meter water ingelaten uit de IJssel.

Het zomerpeil bedraagt NAP -0,59 m. In de winter is de waterstand lager om meer ruimte te hebben in de boezem om bij hevige regenval een deel van de neerslag tijdelijk op te slaan. In de zomer speelt dit in mindere mate en kan de gemiddelde waterstand hoger zijn.
Meer informatie over dit onderwerp: Waterbehoefte en verzilting in Rijnland
