DDT

Chemisch gezien een eenvoudig stofje. DDT staat voor dichloor-difenyltrichloor- ethaan. Het werd reeds in 1874 samengesteld door een jong student te Zürich, maar eerst In 1941 werd de dodelijke werking op luizen en andere Insecten aangetoond door de Zwitser Paul Muller. Als Insectenpoeder onder den naam van Gesarol, later als Neocid, werd het toen in de handel gebracht.

Wat zijn de normen?

Normen voor stoffen in bagger worden uitgedrukt in aantallen milligrammen per kilogram droge stof (mg/kg ds). Voor DDT gelden de volgende normen:

Normen voor DDT
StofAchtergrondwaarde (mg/kg ds)Maximale waarde kwaliteitsklasse en bodemfunctieklasse "wonen" (mg/kg ds)Maximale waarde kwaliteitsklasse en bodemfunctieklasse "industrie" (mg/kg ds)
DDT 0,2 0,2 1

Risico's

Het is niet erg giftig voor mensen, het is in hoge mate toxisch voor insecten en het is persistent. Het grote nadeel van DDT is echter dat het goed in vet oplosbaar is. Daardoor accumuleert het in de voedselketen. Het is al lang goed gedocumenteerd dat vooral dieren aan het eind van de voedselketen daardoor grote schade hebben ondervonden. Groeiende publieke bezorgdheid, onder ander gevoed door het boek 'Silent spring' van Rachel Carson uit 1962, en het beschikbaar komen van andere bestrijdingsmiddelen zorgden ervoor dat DDT steeds meer onder vuur kwam te liggen.

Bronnen

Het heeft in hoge mate bijgedragen aan het onder controle krijgen van malaria en aan het beschermen van voedselgewassen. De twee effecten, persistentie en accumulatie, hebben uiteindelijk geleid tot een verbod op het gebruik van DDT in veel landen. Niettemin is er nog steeds discussie of het verbod op DDT wel terecht is. Ook wordt DDT nog steeds veel gebruikt: in Zuid- en Midden-Amerika en in Azië. Want een feit blijft dat het, ondanks alles, nog steeds een effectief middel is en, nog belangrijker, erg goedkoop.