Keersluis

Het probleem  

De sluis vormt samen met de aangrenzende dijken een zogenaamde primaire waterkering. Dit betekent dat de sluis, net als de naastgelegen dijk, het water moet kunnen tegenhouden wanneer dit te hoog staat. De Sluis moet dus voldoende stabiel en hoog zijn. Daarom doet Rijnland onderzoek naar de constructieve staat van de Keersluis en kijkt of er constructieve aanpassingen nodig zijn.  

Naast het constructieve onderzoek, voert Rijnland een faalkansanalyse uit. Er bestaat een risico dat de sluis niet sluit wanneer dat wel nodig is. Dit noem je een ‘faalkans’.  De oorzaak kan technisch van aard zijn. Maar de oorzaak kan ook liggen aan het onjuist menselijk handelen. Bijvoorbeeld wanneer er  geen of onduidelijke protocollen zijn.  

Rijnland neemt ook maatregelen om deze zogenoemde ‘faalkans’ terug te dringen. Op dit moment zijn we nog in de onderzoeksfase. De onderzoeken moeten uitwijzen welke maatregelen aan de sluis precies nodig zijn.  

De oplossing  

De keuze bestaat uit het behouden of laten vervallen van de waterkerende functie van de Keersluis. Wanneer gekozen wordt voor laten vervallen dient het achterliggende boezemgemaal een waterkerende functie te krijgen. Het boezemgemaal achter de keersluis kan met afsluiters worden dichtgezet en zo een kerende functie vervullen. Het boezemgemaal heeft immers in 1953 de hoogwaterstand gekeerd. De richtlijnen omtrent kunstwerken (bijv. sluizen) zijn relatief nieuw. Daarom zal in een uitgebreide faalkansanalyse allereerst het veiligheidstekort van de bestaande situatie nader worden geanalyseerd.