Veelgestelde vragen KWA

Waterakkoord Kleinschalige Wateraanvoervoorzieningen Midden-Holland

1. Wat is de KWA?

 Via drie routes vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bereikt het water het gebied. Het ‘Waterakkoord Kleinschalige Wateraanvoervoorzieningen Midden-Holland’ (KWA) regelt dat bij langdurige droogte de hoogheemraadschappen van Rijnland, Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard over voldoende zoetwater kunnen blijven beschikken. De KWA is een stelsel van stuwen, watergangen en gemalen dat in tijden van watertekort zoet water naar West-Nederland aanvoert.

2. Waarom zetten we de KWA maatregel in?

Normaal gesproken wordt Zuid-Holland van zoetwater voorzien via de Hollandse IJssel. Als de afvoer van de Rijn beneden de 1100 m3/s komt, kan water vanuit de Noordzee via de Nieuwe Waterweg door gebrek aan tegendruk ver het land inkomen, soms tot aan Gouda. Dit is het punt waar de zoetwaterinlaat voor Zuid-Holland ligt. Op dit punt is het water weliswaar lang niet meer zo zout als zeewater - iets zouter dan drinkwater - maar toch te schadelijk voor planten en dieren. Eind jaren tachtig is daarom besloten andere bestaande (doorvoer)gemalen en watergangen geschikt te maken om bij dreigende verzilting van de Hollandsche IJssel zoetwater van elders aan te voeren: de Kleinschalige WaterAanvoer voorzieningen (KWA).

3. Wat betekent dat voor u (scheepvaart, pleziervaart, gebruikers van oppervlaktewater) binnen het gebied van Rijnland?

De aanvoer van extra water naar het hoogheemraadschap van Rijnland zorgt tijdelijk voor hogere waterstanden en dus lagere doorvaarthoogten bij bruggen en extra stroming. Bij de sluis in Bodegraven kan er beperkt geschut worden.

4. Voor welke periode wordt de KWA maatregelen ingezet?

Zo lang de droogte aanhoudt, de reguliere aanvoer van zoetwater beperkt wordt en er bij het inlaatpunt Gouda nog sprake is van ziltwater, maken we gebruik van de KWA-maatregelen.

5. Welke waterschappen maken gebruik van deze KWA maatregelen?

De hoogheemraadschappen van Rijnland, Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard kunnen gebruik maken van de aanvoer van extra zoet water.

6. Welke waterbeheerder zorgt voor de aanvoer van water?

Rijkswaterstaat is de waterbeheerder die het zoete water voor de KWA beschikbaar stelt uit het hoofdwatersysteem,  namelijk uit de rivier de Lek en het Amsterdam Rijnkanaal. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden verzorgt de doorvoer  van dit extra water uit het Amsterdam-Rijnkanaal door het inzetten van gemaal De Aanvoerder, dat speciaal voor de KWA gebouwd, en door inzet van het Noordergemaal. Vanuit de rivier de Lek bij het gemaal de Koekoek en de inlaat bij Vreeswijk voert De Stichtse Rijnlanden ook extra water bij Bodegraven aan naar Rijnland. Vervolgens kan Rijnland, afhankelijk van de watervraag bij de hoogheemraadschappen Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard een deel van het extra water doorvoeren en bij Leidschendam ter beschikking stellen aan deze 2 hoogheemraadschappen. De laatste keer dat de KWA werd ingezet was in 2011.

7. Waar kan ik info vinden over de KWA-maatregelen?

Op de website van de hoogheemraadschappen van Rijnland, De Stichtse Rijnlanden, Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard. 

8. Is de KWA maatregel de enige maatregel die genomen kan worden?

Nee, de KWA is één van de maatregelen die Rijnland kan nemen. Zolang er bij Gouda nog water van voldoende kwaliteit kan worden ingelaten gaat dat door. Daarnaast heeft Rijnland al extra zoet water ingelaten, zodat er in het watersysteem van Rijnland een buffer aanwezig is.

9. Levert de KWA-maatregel straks voldoende zoet water om aan de behoefte te voldoen?

Alleen de KWA is niet genoeg om te voorzien in de zoetwaterbehoefte van West-Nederland. Het is dus een extra maatregel. Veel blijft dit dus afhangen van de Rijnafvoer bij Lobith, de neerslag en de verdamping.

10. Heeft de KWA gevolgen voor de scheepvaart op het Amsterdam- Rijnkanaal, de Lek en de Gekanaliseerde Hollandse IJssel?

De scheepvaartbeheerder van deze wateren is Rijkswaterstaat. Kijk op hun website voor aanvoerroutes en stremmingen voor de scheepvaart.  Eventuele stremmingen van en beperkingen voor de scheepvaart zijn ook te lezen op o.a, teletekstpagina 721.

11. Kan Rijnland het peil opzetten tijdens een KWA periode, en zo een extra voorraad zoet water maken in de boezem ?

De aanvoer via de KWA vindt plaats onder vrij verval via De Stichtse Rijnlanden naar Rijnland. Wanneer Rijnland de peilen in de boezem omhoog brengt, ondervindt de aanvoer van het extra water hinder van deze hogere waterstanden en kan er netto minder water worden aangevoerd en kan zelfs bij Stichtse Rijnlanden lokaal wateroverlast ontstaan door hoge waterstanden in het aanvoertraject.

11. Kan Rijnland het peil opzetten in polders tijdens droogte ?

Waar mogelijk zal Rijnland er aan werken de aanvoer naar de polders zodanig te doen, dat er voldoende water beschikbaar is. Tijdens droogte is de watervraag in de polders hoog, zodat het beschikbare water, dat bij Gouda uit de Hollandsche IJssel wordt ingenomen, zo goed mogelijk verdeeld wordt over alle belanghebbenden. Indien de beschikbaarheid van voldoende water onder druk komt te staan door verzilting van de Hollandsche IJssel dient het beschikbare water volgens de verdringingsreeks over belanghebbenden verdeeld te worden.