Met de stroom mee

Dat waterbeheer en natuurbeheer hand in hand gaan wordt snel duidelijk in de Lageveensepolder te Lisse. Hier werkt het hoogheemraadschap van Rijnland samen met Zuid-Hollands Landschap aan de verbetering van het watersysteem en de lokale natuurwaarden.

De Lageveensepolder is onderdeel geweest van een oud landgoed, waardoor de aanblik van de polder en natuur gedurende lange tijd nagenoeg onveranderd zijn gebleven. Een groot deel van de polder is nu in handen van Zuid-Hollands Landschap, een natuurbeschermingsorganisatie die zich inzet voor beheer en behoud van natuur en erfgoed in Zuid-Holland. Het noordelijke deel van de polder is grotendeels eigendom van de Keukenhof. Beide delen hebben een natuurfunctie, wat zich uit in open stukken grasland die worden afgewisseld met bospercelen, en een veelvoud aan reeënsporen in de modder van het werkgebied. Er worden nu namelijk grondwerkzaamheden verricht.

Waarom zijn Rijnland en Zuid-Hollands Landschap deze samenwerking aangegaan?

Het voorkomen van wateroverlast en het verbeteren van de waterkwaliteit zijn belangrijke doelstellingen van Rijnland. In de Lageveensepolder is gebleken dat het huidige gemaal niet meer voldoet aan de eisen en aan pensioen toe is. Bovendien kan de waterkwaliteit in het natuurgebied worden verbeterd door de stroomrichting van het water te veranderen.

In het zuiden gaat de Lageveensepolder over in het bollengebied van Lisse. Nu wordt het water vanuit het bollengebied via het natuurgebied naar het noorden afgevoerd. Vanaf de bollenpercelen komen nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht. Als dit voedselrijke water vervolgens door een natuurgebied wordt afgevoerd, dan verzuurt de natuur daar. Terwijl Zuid-Hollands Landschap de natuur juist wil verschralen om bloemrijk grasland voor weidevogels te creëren.

kievit jong

Welke maatregelen worden in het watersysteem getroffen?

Om bovenstaande doelstellingen te realiseren is besloten om een nieuw poldergemaal te bouwen in het zuiden van de polder, dichter bij de bollentelers en woongebieden. Dit verbetert de waterafvoer op de plekken waar dat nodig is, en wijzigt ook de afvoerroute van het water. Het voedselrijke water uit het bollengebied legt zo een veel kortere weg af naar de Leidsevaart en het watersysteem wordt als het ware omgedraaid. Het oude gemaal in het noorden van de polder kan daarmee worden verwijderd.

nieuwe breedte watergang met flauwer aflopend talub

Nieuwe breedte watergang met flauwer aflopend talud

Voor deze nieuwe afvoerroute moet een watergang in het gebied van Zuid-Hollands Landschap worden verbreed en verdiept. Deze watergang doorkruist twee percelen van Zuid-Hollands Landschap die worden verpacht aan een kleine boer. Daarom is ook een doorvaarbare duiker met veepassage aangebracht in de watergang.

doorvaarbare duiker met veepassage

Doorvaarbare duiker met veepassage

Wat zijn de natuurdoelstellingen van dit project?

Met de nieuwe afvoerroute van het water komen er minder voedingsstoffen in het natuurgebied van de Lageveensepolder terecht. Dit maakt het voor Zuid-Hollands Landschap makkelijker om een aantal percelen geschikt te maken voor weidevogels. Sinds de jaren negentig is de populatie weidevogels in Zuid-Holland namelijk met zo’n 50% afgenomen, en daar wil Zuid-Hollands Landschap wat aan veranderen.

Gevarieerd grasland is ideaal voor weidevogels. Hoger gras zorgt voor bescherming tegen natuurlijke vijanden en plas-dras voor een vochtig en kruidenrijk landschap. Dat trekt insecten aan, het voedsel van de kuikens van weidevogels. Daarom helpt Rijnland ook mee met het vernatten van een aantal percelen in het gebied, door het plaatsen van zogenaamde overstorten langs de aangepaste watergang.

Grutto

Zijn er verder nog bijzonderheden in de uitvoering van de maatregelen?

Het werkgebied bevindt zich op een scheidslijn van zandgronden en veengronden, wat zichtbaar is in de hopen afgegraven grond uit de verbrede watergang. Deze gebiedseigen grond wordt niet afgevoerd, maar blijft in het gebied. Er wordt dus gewerkt met een gesloten grondbalans. Dat is een stuk goedkoper en duurzamer, omdat het minder transportbewegingen vraagt. Dit zorgt voor minder CO2 uitstoot.