Extra zoet water voor West-Nederland

18 juli 2018 - Het Rijk en een aantal waterschappen gaan vandaag maatregelen nemen om de dreiging van verzilting in West-Nederland het hoofd te bieden. Oorzaak van het zoetwatertekort is de langdurige droogteperiode in West Europa. Door inzet van de zogeheten Kleinschalige Wateraanvoervoorziening (KWA) wordt zoet water meer bovenstrooms uit de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal gehaald. Het hoogheemraadschap van Rijnland maakt hiervan gebruik. De KWA is in de loop van volgende week volledig operationeel.

‘Onder normale omstandigheden levert de Rijn meer dan genoeg water om in perioden van neerslagtekort aan de vraag te kunnen voldoen' licht Sjaak Langeslag, locodijkgraaf van het hoogheemraadschap van Rijnland, toe. ‘Bij Gouda heeft Rijnland een inlaatpunt, waar rivierwater wordt binnengehaald uit de Hollandsche IJssel, die door de Rijn wordt gevoed. De Hollandsche IJssel mondt via de Nieuwe Waterweg uit in de Noordzee. Als de Rijnafvoer laag is, door langdurige droogte in Duitsland en minder smeltwater in Zwitserland, krijgt het zeewater door de verminderde tegendruk vanuit de Rijn, meer kans naar binnen te dringen. Als die indringing het inlaatpunt bij Gouda bereikt, dreigt verzilt water te worden ingelaten in het beheergebied van Rijnland.'

Rijkswaterstaat regelt de verdeling van water over Nederland en stelt het water beschikbaar voor de KWA. Het water wordt dan aangevoerd vanuit een punt waar de zee geen invloed heeft: de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze aanvoer vindt plaats via gemaal De Aanvoerder in Utrecht, dat hier eind jaren tachtig speciaal voor is gebouwd. Sindsdien is dit gemaal tweemaal ingezet: in 2003 en 2011.

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zorgt voor het transport van het water richting het gebied van het hoogheemraadschap van Rijnland, dat het water wil gebruiken. Indien nodig kan Rijnland een deel van het aangevoerde water doorgeven aan de hoogheemraadschappen Delfland, en Schieland en de Krimpenerwaard.

De KWA zorgt voor een aanvoer van 6,9 m3 per seconde. Dat betekent dat ter hoogte van Bodegraven 6900 liter zoet water per seconde de boezem van Rijnland binnenkomt.

De duur van de KWA maatregel is moeilijk te voorspellen. De maatregel blijft van kracht zolang de droogte aanhoudt en de aanvoer van zoet water beperkt is en er bij het inlaatpunt Gouda nog sprake is van verhoogd chloridehoudend water.

De partijen die samen de KWA realiseren zijn de waterschappen De Stichtse Rijnlanden, Delfland, Rijnland en Schieland en de Krimpenerwaard.