Vorst en ijspret

Vorstbemaling

Tijdens een vorstperiode probeert Rijnland zo goed mogelijk mee te werken aan de ijspret, door waar mogelijk over te gaan op 'vorstbemaling'. Hierbij wordt de inzet van gemalen waar mogelijk beperkt. Reden is dat stromend water slecht is voor de ijsaangroei. Bovendien kan er na  bemaling een lege ruimte ontstaan tussen het ijs en de bovenste waterlaag, wat gevaar oplevert voor de schaatsers. Een aantal gemalen moet af en toe wel draaien, met het oog op de waterveiligheid.

Grote boezemgemalen

Bij een langdurige ijsperiode zet Rijnland de grote boezemgemalen in Katwijk en Spaarndam uit. Dit kan niet bij de gemalen in Halfweg en Gouda. Het waterpeil blijft ondanks de vorst dagelijks toch licht stijgen als gevolg van water dat na behandeling op de zuiveringen op het oppervlaktewater wordt geloosd. Daarnaast kent Rijnland een aantal diepe droogmakerijen zoals de Haarlemmermeerpolder en Polder de Noordplas, waar continue kwelwater naar boven komt en weggepompt moet worden. Wanneer Rijnland dit water niet afvoert, zal het waterpeil stijgen waardoor het ijs opbarst en scheurt. Door de dagelijkse inzet van de gemalen Halfweg en Gouda met minimale pompcapaciteit kunnen we dit voorkomen. In het noorden van het gebied wordt het kwelwater daarmee direct afgevoerd door gemaal Halfweg, waarmee de waterkwaliteit ook gediend is. Gemaal Gouda ligt aan de Gouwe, die als scheepvaart route al ijsvrij wordt gehouden. Door beide gemalen op een lage capaciteit te laten draaien is de invloed op het ijs op de grote meren nauwelijks merkbaar.

Polders

In de polders kunnen gemalen ondanks de vorst periodiek aanslaan, als gevolg van kwelwater. Hierdoor stijgt het waterpeil geleidelijk tijdens een vorstperiode. Wanneer Rijnland de gemalen niet zou laten draaien, scheurt het ijs vanwege de druk van het water aan de onderkant. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren. Om die reden worden gemalen ondanks de vorst minimaal ingezet, waardoor het ijs in de omgeving van gemalen onbetrouwbaar kan zijn.

Energiecentrale Leiden

Bij vorst ontstaat rond de energiecentrale aan de Leidse Maresingel een bijzondere situatie. De centrale haalt koelwater uit de singel en loost het verwarmde water daar weer in. Die Maresingel maakt deel uit van het grote stelsel van wateren in de Leidse binnenstad waardoor het warme water zich door de hele binnenstad dreigt te verspreiden. Om deze voor het ijs slechte ontwikkeling te voorkomen, worden in zo'n vorstperiode speciale maatregelen genomen. Door het plaatsen van schotten in de singel bij de Valkbrug en in de Korte Mare wordt het verwarmde water, voordat het de stad kan intrekken, via de Haarlemmertrekvaart naar het noorden afgebogen. De gemeente Leiden is initiatiefnemer voor het plaatsen van deze afdammingen.

Dooi

Wanneer na een vorstperiode veel neerslag valt, zal vanwege de bevroren bodem deze neerslag snel in het oppervlaktewater komen, waardoor alle gemalen aangezet moeten worden. Hierdoor zal het ijs snel onbetrouwbaar worden. Zo mogelijk zal Rijnland hierover communiceren, o.a. via  de website.

Oproep

Indien de vorstperiode aanhoudt en er toertochten georganiseerd worden, is het raadzaam dat de organisatoren van deze toertochten contact opnemen met Rijnland, om te bezien of poldergemalen op de routes tijdelijk uitgezet kunnen worden. Door alle bovenstaande maatregelen probeert Rijnland een zo betrouwbaar mogelijk ijsvloer te houden, echter schaatsen op natuurijs blijft risicovol, zie bijvoorbeeld voor tip: http://www.natuurijswijzer.nl/veiligheid/