Ook de lokale waterstaat kost geld

Ook de lokale waterstaat kost geld

‘Comt Ary Dirksz. Cozijn over een jaar maalloon, van de Veender poldermolen, staande opde Poelwijk, volgens de conditiën van bestedinge een somme van 95:0:0’, (…) ‘Comt Wouter Ariensz. vander Meer, meester timmerman opde Oude Ade, over geleverde materialen en verdient arbeijdsloon aande voorsz. gecombineerde polders gelevert ende verdient, volgens specificatie 69:3:8’.

Twee willekeurige posten uit de rekening van de Veender- en Lijkerpolders onder Alkemade en Esselijkerwoude over het jaar 1722. Zoals elk jaar hielden de poldermeesters van deze gecombineerde polders ook in het voorjaar van 1723 een zogenaamde zitdag om de rekening van het afgelopen jaar op te maken. Iedereen die geld te vorderen had op het polderbestuur kon op die dag zijn declaratie indienen en kreeg in contanten uitbetaald. Zo kwamen de molenaars van de drie poldermolens om hun salaris in ontvangst te nemen en ook verschenen de ambachtslieden uit de regio die voor de polder hadden gewerkt. Timmerman Wouter Arienszoon van der Meer had het nodige onderhoud aan de molens en andere polderwerken verricht en de materialen daarvoor geleverd. De bedragen werden in de rekening genoteerd in guldens, stuivers en penningen. De rekening werd na afloop gesloten in aanwezigheid van de schouten van Alkemade en Esselijkerwoude, de beide ambachten waarbinnen de polder lag. Deze schouten fungeerden om beurten als voorzitter van het polderbestuur. 

Afbeelding 1: Eerste blad van de rekening van de Gecombineerde Veender- en Lijkerpolder onder Alkemade en Esselijkerwoude over het jaar 1722. NL-LdnHHR, Oud Archief Rijnland, inv.nr 1.1.1/3512

Goedkeuring

Sinds 1542 moesten polderbesturen hun jaarrekeningen in tweevoud opmaken. In dat jaar vaardigden dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland namelijk een keur uit waarin ze de polderbesturen verplichtten hun rekeningen ter controle aan Rijnland in te zenden. Het bestuur van Rijnland controleerde of de polderbesturen geen ongeoorloofde uitgaven in rekening brachten. Goedkeuring van de rekening hield tevens een machtiging in om de kosten terug te mogen vorderen van de ingelanden, het heffen van de omslag. Het zogenaamde rendantsexemplaar van de rekening werd naar de polder teruggestuurd en het duplicaat werd opgeborgen in het archief van het hoogheemraadschap. 

De totale uitgaven van deze polders over het jaar 1722 bedroegen 3180 gulden, 16 stuivers en 2 penningen. De hoogheemraden Pieter van Leyden en Jacob Godefroy van Boetzelaer keurden de rekening op 18 september 1723 goed en machtigden het polderbestuur om over de belastbare oppervlakte van de polders, 1321 morgen en 444 roeden, een bedrag van 50 stuivers per morgen belasting te heffen. Deze heffing zou uiteindelijk resulteren in een positief resultaat ‘over en te goed’ van 123 gulden, 11 stuivers en 6 penningen. 

Privémiddelen

Deze casus doet vermoeden dat het polderbestuur meer dan een halfjaar lang de uitgaven moest voorschieten. In april werden alle rekeningen uitbetaald en pas vanaf het laatst van september konden deze kosten door middel van de omslag weer van de ingelanden worden teruggevorderd. Zo’n fors bedrag voorschieten uit eigen publieke middelen was geen optie. De polder hield er maar een kleine en misschien zelfs wel fictieve kas op na. Slechts het omslagoverschot van het voorgaande jaar was hierin aanwezig. Dat bedrag werd in het jaar daarna van de totale kosten afgetrokken (over 1721 ging het hier om een overschot van 238 gulden, 12 stuivers en 12 penningen). De poldermeesters moesten deze kosten dus waarschijnlijk uit hun privémiddelen voorschieten. Een bepaalde gegoedheid moet daarom wel nodig zijn geweest om poldermeester te kunnen zijn. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de financiële huishouding van deze kleine overheidsorganen. Zetten zij bijvoorbeeld hun lokale netwerk in om deze gelden bij elkaar te krijgen en sloten zij kortdurende leningen af? Van het hoogheemraadschap is op dit punt meer bekend. Ook de rentmeester van Rijnland moest zelf de uitgaven voorschieten. Hij moest daarom beschikken over een groot netwerk en een gemakkelijke toegang tot de kapitaalmarkt. 

Online beschikbaar

De rekeningen van al die polders werden netjes bewaard in het ‘ijzeren kantoor’, de archiefbewaarplaats van het hoogheemraadschap in het gemeenlandshuis aan de Leidse Breestraat. De bewaaromstandigheden van de polderarchieven ‘op locatie’ waren minder gunstig. Er zijn maar weinig polders waarvan de oude archieven compleet bewaard zijn gebleven. Vaak vertonen de reeksen polderrekeningen hiaten of zijn rekeningen in slechte materiële staat. De rekeningen in het Rijnlands archief zijn echter vrij compleet en in prima conditie. Ze vormen een prachtige bron die inzicht geeft in het financiële reilen en zeilen van deze kleine waterschappen. De zeventiende- en achttiende-eeuwse exemplaren zijn ingebonden in dikke en lastig te hanteren banden. Omwille van de raadpleegbaarheid en om een breder gebruik van deze bronnen te bevorderen zijn de ingebonden rekeningen in de laatste maanden van 2020 gedigitaliseerd door Lots Imaging uit Voorschoten. Dit digitaliseringsproject leverde meer dan 150.000 scans op die vanaf april 2021 allemaal raadpleegbaar zijn via de online inventaris van het Oud Archief van Rijnland op http://www.rijnland.net/archieven.

Afbeelding 2: Kaart van de gecombineerde Veender- en Lijkerpolder in de ambachten Alkemade en Esselijkerwoude, door Melchior Bolstra, 1735. NL-LdnHHR, Collectie kaarten, A-1018

Tekst: Gert Koese