Graaf Willem I van Holland: ‘Hij stelde Rijnlands Palen’

Door: Janneke Groen

In februari is het precies 800 jaar geleden dat graaf Willem I van Holland (ca. 1167-1222) overleed. Waarom is dit belangrijk voor Rijnland?

Het archief begint officieel pas in oktober 1255, aan de hand van het charter dat door Willems kleinzoon, Willem II, aan de heemraden van de Spaarndam werd verleend. Pas in februari 1286 werd het waterbeheer in een groot gebied ten zuiden van het IJ geregeld door Floris V. Wat heeft Willem I dan te maken met de oprichting van Rijnland? Als wij S.J. Fockema Andreae mogen geloven, een heleboel. Terwijl Willem II en Floris V direct bijdroegen aan het ontstaan van Rijnland, zette Willem I de eerste stappen naar de totstandkoming van een regionaal waterbeheer.

In 1954 werd tijdens de opening van het gerenoveerde boezemgemaal bij Katwijk aan Zee (tegenwoordig het Koning Willem-Alexandergemaal) uitvoerig stilgestaan bij het 750-jarig bestaan van het hoogheemraadschap. In een artikel in het Leidsch Dagblad uit 1954 werd geschreven dat:

‘Eerst uit 1202 dateert het vroegste bewijs, dat voor die zorg voor de waterkeringen een vast bestuur in het leven was geroepen, en de daarop betrekking hebbende documenten zijn de vroegste waarop Rijnland kan bogen. [...] Rijnland groeide vrijwel tot de huidige omvang tijdens het landsbestuur van Graaf Willem I, van 1203 tot 1222. Toen is ook het gebied ten Noorden van de directe Rijnstreek ermede verbonden, mede als uitvloeisel van het leggen van de Spaarndam in 1220.’

Het werd onder andere gevierd met een diner en de onthulling van een bronzen beeld van Willem I, met het sprekende opschrift ‘Hij maakte Holland groot, hij stelde Rijnlands palen’. Daarbij verscheen een publicatie van Fockema Andreae getiteld Willem I, Graaf van Holland en de Hollandse waterschappen (1954), waarin uitgebreid werd ingegaan op het leven van de graaf en zijn bijdrage aan het ontstaan van verschillende Hollandse waterschappen. Hij hoopte dat dit onderzoek mocht ‘bijdragen tot de waardering van ons krachtige voorgeslacht, dat nu ongeveer 750 jaar geleden de dijken en dammen bouwde en de besturen daarvan vormde.’ Dit was vooral te danken aan ‘graaf Willem I, die de grootste onder [de Hollandse graven] mag heten.’

Afbeelding 1: Willem I, Graaf van Holland. MCLXVII – MCCXXII. Hij maakte Holland groot. Hij stelde Rijnlands palen. Beeld gemaakt door Oswald Wenckebach. Vysotsky (Wikimedia), CC BY-SA 4.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0>, via Wikimedia Commons.

Een korte biografie

Willem werd rond 1167 geboren, als tweede of derde zoon van Floris III en Ada van Schotland. In 1189 sloot Willem zich met zijn vader, graaf Floris III, aan bij de Derde Kruistocht naar Jeruzalem onder leiding van de Duitse keizer Frederik Barbarossa. Vermoedelijk keerde Willem kort na het overlijden van zowel de keizer als Floris III terug naar de Nederlanden. Inmiddels had zijn oudere broer, Dirk VII, het landsbestuur van Holland overgenomen. Er ontstond een heftige broederstrijd, volgens de ene historicus voortgekomen uit een drang naar avontuur en volgens de ander uit het verlangen naar een zelfstandig bestaan, waarbij Willem de hulp inschakelde van de West-Friezen en Holland binnenviel. Het leidde er uiteindelijk toe dat Willem het bestuur van het graafschap Friesland werd verleend.

Toen Dirk VII in 1203 overleed, brak er opnieuw een strijd los om het graafschap Holland. Deze keer ontstond er een conflict tussen Willem en de weduwe van Dirk VII, Aleid, die haar dochter Ada tot gravin wilde benoemen en haar liet trouwen met Lodewijk van Loon. In 1206 werd de strijdbijl begraven: het graafschap werd verdeeld tussen Willem en Lodewijk. Willem wist het bestuur steeds naar zich toe te trekken, totdat hij in 1213 door de Duitse keizer Otto IV als graaf Willem I van Holland werd erkend.

Afbeelding 2 Rijksmuseum

Afbeelding 2: Portret van Willem I, graaf van Holland, toegeschreven aan (het atelier van) Philips Galle naar Willem Thibaut, 1578. Beschikbaar via: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.115066

Na zijn benoeming raakte Willem I betrokken bij een tweetal Europese conflicten. Enerzijds vond de Frans-Engelse Oorlog plaats (1204-1214), waarbij er werd gestreden om de Engelse gebieden in Frankrijk. Anderzijds was er in het Heilige Roomse Rijk een successieoorlog tussen de Welfen en de Staufen ontstaan over de positie van de Roomskoning of keizer. Daarbij waren de conflicten aan elkaar verbonden door familiebanden tussen de Engelse koning Jan zonder Land en de Welfische keizer Otto IV. In eerste instantie sloot Willem I zich aan bij deze partij. Hier kwam verandering in na de nederlaag bij de Slag bij Bouvines, waarbij een leger onder leiding van de Duitse keizer verloor van het leger van de Franse koning, Filips II Augustus. Willem I was tijdens deze slag zelfs gevangen genomen. Na zijn vrijlating verbrak de graaf zijn bondgenootschap met de Engelse koning en de Duitse keizer en koos hij de kant van de Staufische tegenkoning. Het kwam zelfs zover, dat Willem I zich met 36 ridders aansloot bij een expeditie van de Franse kroonprins naar Engeland. Dit veroorzaakte niet alleen grote onvrede bij de Engelse koning, die in respons Lodewijk van Loon erkende als graaf van Holland, ook de paus excommuniceerde hem.

Vermoedelijk nam Willem I deel aan de Vijfde Kruistocht naar Damietta in Egypte om deze excommunicatie ongedaan te maken. Na deze succesvolle expeditie steeg het internationale prestige van de graaf. Dit werd onder andere bewerkstelligd door een huwelijk tussen hem en de weduwe van Otto IV, Maria van Brabant in 1220. Dit was echter van korte duur: Willem I overleed in februari 1222. Hij werd begraven in de abdij van Rijnsburg.

Willem I en regionaal waterbeheer

Volgens Fockema Andreae begon Willem I aan een ‘doelbewust programma van landwinst-door-bedijking en waterschapsvorming’. Zo was hij als graaf van Friesland onder andere betrokken bij de bedijking van de Friese veenstreken en als graaf van Holland bij een doortrekking van de Gouwe tot aan de Rijn bij Alphen aan den Rijn. Het zou ook aannemelijk zijn dat er onder het bestuur van Willem I begonnen werd aan de aanleg van de Diefdijk, ter bescherming van de Betuwe. Daarbij zou hij een aandeel hebben gehad in de totstandkoming van de Grote of Hollandse Waard, door de afdamming van de Oude Maas en de aanleg van een ringdijk, die in 1283 werd voltooid.

Een belangrijk voorbeeld voor Rijnland is de aanleg van de Spaarndam. In 1220 keerde Willem I na een verblijf in Frankfurt terug naar de Nederlanden. Deze reis ondernam hij samen met de bisschop van Utrecht. Onderweg zouden zij enkele landgenoten tegen zijn gekomen, die vertelden over de vreselijke rampen die in Holland hadden plaatsgevonden na de Sint-Marcellusvloed van 1219. De graaf en de bisschop sloten een overeenkomst, waarin werd afgesproken dat er een dam met uitwateringssluizen in het Spaarne werd gelegd. Holland was verantwoordelijk voor het onderhoud van de dam, terwijl Utrecht zou bijdragen aan de bouw en het onderhoud van een gedeelte van de sluizen. Tot slot zou Willem I, aldus Fockema Andreae, invloed hebben gehad op de benoeming van het bestuur van Rijnland en direct hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het latere hoogheemraadschap.

Afbeelding 3 Spaarndam

Afbeelding 3: Fragment van Spaarndam uit de overzichtskaart van Rijnland van Floris Balthasars en Balthasar Floriszoon van Berckenrode, 1615 (A-4159).

Het is nog maar de vraag of Willem I zich bezighield met een doelbewust programma. Ook blijft het onduidelijk of Willem I direct betrokken was bij de totstandkoming van Rijnland. Fockema Andreae baseerde deze veronderstellingen grotendeels op een oorkonde van 1226 betreffende het onderhouden van de sluizen in de Wendeldijk (een dijk ten zuiden van het Haarlemmermeer) waarin scrutatores of schouwers worden genoemd. Het is echter niet zeker of deze schouwers de voorlopers zijn geweest van de latere heemraden van Rijnland. In het charter van 1255 is hier wel sprake van (de ‘hemenrade’ van de Spaarndam).

Daarnaast is het niet houdbaar dat de totstandkoming van Rijnland geheel is toe te schrijven aan de graaf van Holland. H. van der Linden beargumenteert in zijn artikel ‘Rijnland – oorsprong en oudste ontwikkeling van een streekwaterschap’ dat het waterschap ontstond uit een samenwerking van enkele ambachten, gelegen aan weerszijden van de Oude Rijn, die opkwam tijdens het dichtslibben van de Rijnmonding. Door het graven van enkele watergangen, zoals de Does en de Zijl, werd de afwatering van het gebied (dat ongeveer samenviel met het latere Rijnland) verlegd van de Noordzee naar het Spaarne en het IJ. Het initiatief zou dus niet zozeer van ‘bovenaf’ (centrale overheid) komen, maar van ‘onderop’ (lokale overheid).

In de huidige geschiedschrijving is de vraag of het hoogheemraadschap nu ontstaan is van bovenaf of van onderop niet zo heel belangrijk meer. P.J.E.M. van Dam en M. van Tielhof benadrukken in Waterstaat in Stedenland dat het niet zinvol is om bij de vorming van het hoogheemraadschap een scherp onderscheid te maken tussen centrale en lokale inspanningen. Op beide niveaus ontstond er meer belangstelling voor een regionale coördinatie van de waterstaat, naar aanleiding van het steeds complexer worden van de samenleving en specifieke gebeurtenissen (waaronder het dichtslibben van de Oude Rijn). Het zijn dus geen afzonderlijke processen, maar processen die elkaar juist versterkten.

Vanuit dit oogpunt zijn de inspanningen van de Hollandse graven vóór 1255 zeker niet onbelangrijk geweest. Daarentegen moet Willem I de eer voor het stellen van Rijnlands palen toch afstaan aan zijn achterkleinzoon, Floris V, die in op 17 februari 1286 het bestuur van Rijnland regelde.

Met dank aan Leendert van der Plas, die ons op de sterfdag van Willem I wees.

Bronnen

  • S.J. Fockema Andreae, Willem I, Graaf van Holland 1203-1222, en de Hollandse hoogheemraadschappen (Wormerveer, 1954).
  • A. Janse, ‘Graaf Willem I van Holland (1203-1222): ridderschap en machtspolitiek’ in: BMNG – Low Countries Historical Review, 116, 2 (2001) 141-161.
  • A.B. Mulder-Bakker, ‘Graaf Willem de Eerste, ridder zonder vrees of blaam’ in: Croniek, XCIII (1985) 62-77.
  • ‘Hoogheemraadschap Rijnland gaat 750-jarig bestaan herdenken. Tevens in gebruikstelling nieuw gemaal te Katwijk’ in: Leidsch Dagblad, jaargang 93 (16 augustus 1954) 8. Beschikbaar via: https://leiden.courant.nu/issue/LD/1954-08-16/edition/0/page/8
  • H. van der Linden, ‘Rijnland – oorsprong en oudste ontwikkeling van een streekwaterschap’ in: A.O. Kouwenhoven, G.A. de Bruijne en G.A. Hoekveld (ed.), Geplaatst in de tijd. Liber amicorum aangeboden aan Prof. Dr M.W. Heslinga bij zijn afscheid als hoogleraar in de sociale geografie vaan de Vrije Universiteit te Amsterdam op vrijdag 12 oktober 1984 (Amsterdam, 1984) 292-319.
  • M. van Tielhof, & P.J.E.M. van Dam, Waterstaat in stedenland. Het hoogheemraadschap van Rijnland voor 1857 (Utrecht, 2006).