Schaitvalk, naore kortizaon!

Gert Koese

Gert Koese

Achttiende-eeuws minnelied in weerboekje van Cruquius (Oud Archief Rijnland, inv.nr 11069)

In 1705 begon Nicolaas Cruquius in Delft met het noteren van meteorologische en astronomische waarnemingen. Toen hij in 1733 opzichter van Rijnland werd in Spaarndam, zette hij de reeks waarnemingen voort. De registertjes over de periode 1705-1737 zijn in het archief van Rijnland terecht gekomen en vormen de oudste weerwaarnemingen van Nederland. Wie ze doorkijkt, ziet reeksen getallen in een priegelig handschrift. Voor de leek nietszeggend, maar voor klimatologen om van te watertanden.

Bij het doorbladeren van deze boekjes, in aanloop naar een digitaliseringsproject, dook plotseling iets van een heel andere orde op. Op de voorzijde van het boekje uit 1725 staat een lied, bestaande uit drie coupletten. Het eerste couplet is voorzien van notenbalken. Het lied is een ‘samenspraak’ tussen een zekere Vlaming en Betteke Goris, waarschijnlijk een Hollands meisje. De Vlaming, die al het nodige bier door zijn keelgat heeft laten glijden (kik, kik, kik), probeert de Hollandse Betteke het hof te maken. Betteke is hier echter niet van gediend en scheldt hem uit voor ‘schaitvalk’ en ‘naore kortizaon’ (courtisaan: iemand die een vrouw het hof probeert te maken). Ze kan zijn dronkenmanstaal ook niet goed verstaan. Waarschijnlijk volgt de Vlaming de nieuwste (Franse) mode, want in de laatste regels van het derde couplet maakt Betteke hem bespottelijk door te wijzen op zijn groene kousen en spitse schoenen, versierd met ‘kwikken en strikken’.

Het lied houdt vrij abrupt op. Een reactie van de Vlaming krijgen we niet meer. Zou Cruquius het zelf verzonnen hebben? Bekend is in ieder geval dat deze veelzijdige man ook zelf muziek schreef. Een zoektocht op internet levert geen treffers op, dus het lijkt geen bestaand lied te zijn. Hoe dan ook, het doorbreekt even de eentonige reeksen weerwaarnemingen en geeft een doorkijkje in het volle leven van de achttiende eeuw.

De Vlaeming om Betteke Goris in zaamenspraek

Lied in weerboekje

 

1.

(Vlam.) Goejen aevongd Betteke main lief,

En ik kik, kik, kik, kik, ben au slaove,

kik stao tot main Betteke gerief,

en dat agt ik kik, kik voor ain gaove,

Als kik main jongkvrauw dienen mag.

(Bet.) En ach! ach! en ach! ach! en ik barst van lach,

om au amoureus geklag

en hoofsche complimenten. En hoofdsche complimenten.

2.

(Vlam.) Betteke, main zoete lieve bek,

Laot ik kik, kik, kik, au iens kussen

(Bet.) Hau au handen voor au malle gek

(Vlam.) Laoten wai nu ongze brand iens blussen,

Sinceere goelaik aordsch godin, en main hart en zin,

Dwingt mai tot au min, om au gestis die ik vin,

gentiels en agreable

3.

(Bet.) Ba, ja, schaitvalk, naore kortizaon

Sjanpotaofie ben au nu dan dronken!

Kik en kan au woorden niet verstaon,

Kaole jonker wa ga au nu pronken,

De mode nae en nieuw fatzoen, en au kousen groen,

En au spitze schoen; kwant wat eb au niet van doen

Aan strikken, en an kwikken