Rivierkreeften

Steeds vaker komt de Amerikaanse rivierkreeft in Nederland voor. Ook in delen van ons watersysteem zijn grote aantallen en hoge dichtheden van deze exoten aanwezig.

Het is bekend dat exotische rivierkreeften een grote invloed kunnen hebben op de ecologische en fysisch-chemische waterkwaliteit. In de praktijk zien we gelukkig nog niet veel locaties waar de ecologische waterkwaliteit merkbaar is verslechterd door de aanwezigheid van exotische rivierkreeften. Rijnland heeft onderzoek laten doen naar het graven van rivierkreeften in oevers en keringen. Vooralsnog zien we geen risico’s van deze graverij voor de veiligheid van de keringen. Wel kan graverij bijdragen aan de baggeraanwas. 

Maatregelen om Amerikaanse rivierkreeften te bestrijden

Rijnland neemt geen maatregelen om de aantallen rivierkreeften te reduceren. De reden hiervoor is onder meer dat de effecten van reductie op het watersysteem niet duidelijk zijn. De schade aan de waterkwaliteit wordt niet per definitie kleiner als de kreeftenaantallen kleiner worden. Bovendien is er geen effectieve en geschikte methode om de aantallen blijvend te reduceren. 

Bevissing van Amerikaanse rivierkreeften

Het wegvangen van kreeften door bijvoorbeeld beroepsvissers wordt door Rijnland niet gestimuleerd. Aan bevissing kleven belangrijke potentiële nadelen zoals ongewenste bijvangst van (beschermde) diersoorten. Daarnaast kan visserij leiden tot verdere verspreiding van kreeften door handel en uitzetten. Hierdoor is er een kans dat het middel erger is dan de kwaal. Imares (Kennisdocument rivierkreeften, 2015) geeft aan dat deze effecten verder onderzocht moeten worden. Overigens kan Rijnland niet verbieden dat vissers op exotische rivierkreeften vissen aangezien dit onder de Visserijwet is toegestaan.

Vervolg

De aanwezigheid van de kreeften wordt door Rijnland en veel andere waterschappen als een gegeven beschouwd waarmee we zullen moeten leven. Rijnland volgt de onderzoeken naar exotische rivierkreeften en is lid van de werkgroep exoten waarin risico’s, bestrijding en beheer van exoten (waaronder kreeften) worden besproken. Kennis wordt hier uitgebreid gedeeld. Als er nieuwe inzichten op het gebied van het omgaan met exotische rivierkreeften (bijvoorbeeld t.a.v bevissing) ontstaan dan zal Rijnland waar nodig en waar mogelijk zijn strategie hierop aanpassen. 

Preventieve maatregelen

Tegen het graven van rivierkreeften in oevers zijn nog geen bewezen maatregelen te treffen. Mogelijk kansrijk zijn de volgende opties: 

1. Fysiek onmogelijk maken van graven

Hieronder valt een variatie aan maatregelen:

  • Ondoordringbare beschoeiing. Deze maatregel zal alleen effectief zijn als het kreeften tevens onmogelijk wordt gemaakt om op de oevers te komen. Deze studie heeft immers uitgewezen dat, zolang de oever achter de beschoeiing drassig genoeg is, kreeften zich graag via land in de grond dringen. Aangezien kreeften grote afstanden over land kunnen en blijken af te leggen, valt een volledig “onbeklimbare” beschoeiing in praktijk niet altijd even makkelijk te realiseren.
  • Ingraven van geotextiel of geogrids kan graverij door rivierkreeften wellicht tegenhouden. Naar de effectiviteit hiervan is nog geen onderzoek gedaan.
  • Begroeiing. Rivierkreeften kunnen gebruik maken van kleine holtes om in te graven en bescherming te zoeken. De meeste planten hebben dusdanige wortelstelsels dat de rivierkreeften ruimte houden om te graven. De wortels bieden dan bovendien bescherming tegen instorting van de holen. Wellicht zijn er plantensoorten die het de rivierkreeften volledig onmogelijk maken om te graven.
  • Stevig substraat. Heel stevige kleioevers houden muskusratten tegen maar het is twijfelachtig of rivierkreeften zich ook laten tegen houden door stevige klei. In de huidige studie is één oever onderzocht die geheel uit klei bestond. Deze oever heeft geen weerstand kunnen bieden aan rivierkreeften maar wellicht zijn er andere kleisoorten die dat wel zouden kunnen. Guan (1994) constateerde dat de holen van de Californische rivierkreeft zich concentreerden op locaties met relatief zachte ondergrond. Het is te verwachten dat bij toenemende populatiedruk naar verloop van tijd steeds hardere ondergronden worden ingenomen.
  • Schors. Op één locatie was vers schors op de oever aangebracht. Hierin bleken kreeften niet te graven. Achter de schorszone werd wel gegraven dus het lijkt er op dat de schors op deze locatie de primaire reden was om niet te graven.
  • Oevers die heel flauw oplopen voorkomen wellicht dat de rivierkreeften dicht bij het water gaan graven. Als de hoogte van de oevers voldoende is om in te graven, dan zou de afstand van het water te ver kunnen zijn om naar toe te willen wandelen of de over moet ter plekke niet interessant zijn om in te graven. Te denken valt aan dichte begroeiing of een kunstmatig fysieke belemmering. 

2. Het onaantrekkelijk maken van leefgebied

Bij deze categorie maatregelen moet gedacht worden aan ingrijpen op andere levensvoorwaarden van rivierkreeften naast de behoefte aan holen. Deze levensvoorwaarden kunnen betrekking hebben op voedsel of bepaalde factoren die rivierkreeften afschrikken bijvoorbeeld geurstoffen van predatoren. Van deze categorie maatregelen is nu weinig bekend. Op he eerste gezicht lijken er binnen dit type weinig mogelijkheden om rivierkreeften te ontmoedigen om te graven. 

3. Wegnemen van de triggers om te graven

Ook binnen deze categorie is nog onvoldoende kennis beschikbaar om concrete maatregelen te kunnen benoemen. Interessante opties om nader te bestuderen zijn bijvoorbeeld het aanbieden van alternatieve schuilplaatsen. Dit zou de drang om zich in de oever te verschuilen kunnen verminderen (maar tevens de populatie in omvang kunnen laten toenemen, waardoor het netto effect te betwijfelen valt). Daarnaast zou geëxperimenteerd kunnen worden met een aangepast peilbeheer. Uit de Verenigde Staten is bekend dat een dalende waterspiegel (een teken van dreigende uitdroging) het graafgedrag versterkt. Mogelijk kan het graafgedrag beperkt worden door er voor te zorgen dat er vanaf eind juli tot half september niet afgemalen hoeft te worden (wat in praktijk echter beperkt haalbaar is). 

4. Beveiligen van de functie van de oever en kade

  • Om risico’s van graverij door muskusratten tegen te gaan wordt door DHV b.v. (2007) voorgesteld om oevers te overdimensioneren, dus breder en hoger te maken. Op de locaties waar onderzoek is gedaan naar rivierkreeften is dit geen optie omdat hiervoor geen ruimte is maar voor grotere waterkeringen is dit wellicht een optie. Deze maatregel is over het algemeen wel erg prijzig.
  • Voor rivierkreeften zou kunnen gelden dat verzakking niet plaatsvindt als harde structuren zoals basaltblokken of stortsteen de stevigheid behouden. Het behoeft geen toelichting dat dergelijke oevers niet overal gewenst of mogelijk zijn.
  • Als oevers of waterkeringen niet betreden worden dan is het gevaar van instorting van holen kleiner. Een alternatieve maatregel om verzakking door graafschade tegen te gaan, zou daarmee het minimaliseren van betreding van oevers kunnen zijn.

(bron: rapportage “graafactiviteiten van de rode Amerikaanse rivierkreeft” van Koese en Vos (2013) in opdracht van de hoogheemraadschappen van Delfland en Rijnland)