Piekberging

De regio rond de Nieuwe Driemanspolder is van oudsher een polderlandschap met een polder-boezemsysteem. De polders vangen (regen)water op in sloten. Poldergemalen pompen dit water naar het hogergelegen boezemstelsel. Dit stelsel bestaat uit kanalen en meren die in open verbinding met elkaar staan en zorgt voor een tijdelijke opslag van water.

De boezem functioneert zo als tussenstap voor de afvoer van polderwater naar rivieren en de zee. In het werkgebied van Rijnland brengt een uitgebreid stelsel van boezemkanalen het water tot aan de randen van het gebied. Daar pompen grote boezemgemalen het water naar de Noordzee, het Noordzeekanaal en de Hollandse IJssel. Maar een enorme hoeveelheid regenwater kan zelfs voor de boezemgemalen te veel zijn, met wateroverlast tot gevolg. Een goede oplossing is het overtollige water op te vangen in een piekberging.

Een piekberging is een omdijkt stuk polder dat als tijdelijke uitlaatklep voor het boezemwater dient. Bij extreme hoeveelheden neerslag wordt overtollig water vanuit de boezem het bergingsgebied ingelaten. Als het boezempeil na enkele dagen weer gedaald is, wordt het water vanuit de piekberging weer terug in het boezemstelsel gebracht. Er worden twee piekbergingen aangelegd in het werkgebied van Rijnland: één in de Haarlemmermeer en één in de Nieuwe Driemanspolder.

Afbeelding: Route van het water naar de Nieuwe Driemanspolder. Bekijk afbeelding (jpg, 78 kB).

Bij de Nieuwe Driemanspolder wordt het boezemwater naar de piekberging gevoerd vanaf de Ommedijkse watering bij Stompwijk, via de Ringsloot en de Limietsloot. Het duurt ongeveer twee dagen om de piekberging te vullen. Het waterpeil in de piekberging stijgt dan ongeveer anderhalve meter. Na ongeveer vijf dagen wordt het water via de westzijde van het gebied afgevoerd naar de Stompwijkse Vaart. Het duurt ongeveer tien dagen voor de piekberging weer leeg is. Door klimaatverandering is de verwachting dat de inzet van de piekberging in de toekomst steeds vaker nodig zal zijn.