Wet Natuurbescherming

Het onderhouden van watergangen geeft verstoring aan de flora en fauna in en om het water. Om onze hoofdtaken te kunnen uitvoeren is het bijna onmogelijk om verstoring te voorkomen. Daarom werken we volgens de gedragscode Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming, bestendig beheer en onderhoud (verder genoemd: “gedragscode”) voor waterschappen, die voortkomt uit de Wet natuurbescherming. De Flora- en faunawet is per 1 januari 2017 opgenomen in de Wet natuurbescherming. De gedragscode kunt u rechts op de pagina downloaden.

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming heeft tot doel de in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen en te behouden. Activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten zijn in principe verboden. Van het verbod op schadelijke handelingen kan onder voorwaarden worden afgeweken door middel van een ontheffing. De gedragscode voor waterschappen is een vorm van zo'n ontheffing.

De Wet natuurbescherming schrijft voor dat uitvoerders de ‘algemene zorgplicht' in acht nemen. Dat betekent dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving, We vermijden zoveel mogelijk het uitvoeren van activiteiten die nadelig kunnen zijn voor in het wild levende dieren en planten en treffen de nodige maatregelen om nadelige gevolgen te voorkomen. Hierbij is het belangrijk dat op hoofdlijnen bekend is waar in het gebied natuurwaarden en bijzondere potenties aanwezig zijn.;

De verstoring van vogels, vissen, amfibieën en beschadigen van planten wordt op deze manier zo veel mogelijk beperkt.

Meer informatie kunt u vinden in de brochure Buiten aan het werk die u rechts op deze pagina kunt downloaden, of op de website van het ministerie van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit.

Gedragscode

Rijnland past de voorschriften uit de gedragscode  bij het onderhouden van watergangen toe door:

  • met een zo laag mogelijke frequentie onderhoud plegen;
  • zo laat mogelijk in het jaar beginnen met het onderhoud;
  • een zo groot mogelijk deel van de natte oevers, droge oevers en waterbodem sparen door een zo klein mogelijk deel van de watergang te onderhouden (alleen dat deel dat strikt noodzakelijk is voor de aan- en afvoer van water.