Zo maakt u een natuurvriendelijke oever

Een natuurvriendelijke oever heeft een geleidelijke overgang van water naar land. Die krijgt u door het landinwaarts afgraven van een talud. Op de drassige bodem en in het ondiepe water groeien veel oeverplanten en onderwaterplanten. Voor vissen, vogels, kikkers, padden, insecten en kleine zoogdieren is zo'n oever een belangrijke plek. Daarom kunt u de natuurvriendelijke oever niet achter een dichte beschoeiing aanleggen.

Inhoudsopgave

Zo maakt u een natuurvriendelijke oever

U maakt een geleidelijke overgang van water naar land door vanaf de oeverlijn landinwaarts een flauw talud af te graven: Hieronder ziet u een tekening van de dwarsdoorsnede van een natuurvriendelijke oever. De tekening kunt u op deze pagina downloaden en staat ook in het aanvraagformulier.

tekening dwarsdoorsnede natuurvriendelijke oever

  • A = de taludhelling is maximaal 1:2, maar bij voorkeur flauwer.
  • B = minimaal 30 cm.  Het flauwe talud loopt door tot ten minste 30 cm boven de waterlijn.
  • C = minimaal 100 cm. De taludhelling boven water is 1:3 of flauwer en ten minste 100 cm breed.
  • D = minimaal 50 cm. Het flauwe talud begint minimaal 50 cm onder het waterpeil, zo mogelijk dieper.
  • E= minimaal 150 cm. De taludhelling onder water is 1:3 of flauwer en ten minste 150 cm breed.
  • F = minimaal 10 cm. De onderwaterbeschoeiing blijft 10 cm onder het laagste waterpeil. Dat is het winterpeil. Het winterpeil kunt u vinden op de kaarten met peilbesluiten op de website van Rijnland.
  • In water met een leggerdiepte van minder dan 50 cm legt u een oever aan door vanaf de grootste waterdiepte een talud van 1:5 te vergraven.
  • Gebruik alleen niet-uitloogbare houtsoorten die het FSC-keurmerk hebben. 

Extra eis voor een oever achter een vooroeververdediging

De natuurvriendelijke oever achter de vooroeververdediging blijft watervoerend. Daarom maakt u in de vooroeververdediging per 50 strekkende meter, minstens één opening van minimaal 1 meter breed en 30 cm hoog.

De natuurvriendelijke oever grenst direct aan de watergang. Dit is nodig voor verversing van het water in de oever. En het zorgt ervoor dat dieren en planten in de oever kunnen komen. Een natuurvriendelijke oever mag dus niet achter een dichte beschoeiing worden aangelegd.

Let op: wij geven geen subsidie voor de materiaalkosten en het maken van de vooroeververdediging of golfbreker.

Hou rekening met de Wet natuurbescherming en de zorgplicht

  • Zorg dat u de aanwezige dieren niet verstoort tijdens de aanleg van de natuurvriendelijke oever. Dit doet u door te voldoen  aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. U werkt natuurvriendelijk voor  alle in het wild levende dieren en planten. Vermijd activiteiten die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor deze planten en dieren en hun directe leefomgeving. Dit geldt vooral in de maanden maart tot en met augustus. In deze maanden is de paaiperiode van vissen en het broedseizoen van vogels.
  • U werkt volgens de zorgplicht uit de Keur Rijnland 2020.

Ontvangstplicht slootvuil bij primaire watergang

Maakt u een natuurvriendelijke oever bij een primaire watergang? Hou er dan rekening mee dat u een ontvangstplicht heeft voor het slootvuil dat Rijnland bij onderhoud uit de watergang haalt. Deze ontvangstplicht staat in de Waterwet. Het slootvuil bestaat uit bijvoorbeeld overtollige waterplanten, takken en baggerspecie. Tijdens regulier onderhoud van onze primaire watergangen haalt Rijnland dit slootvuil uit het water en legt dat op de kant. Lees meer op de pagina over Onderhoud water.

Oeverplanten die wel en niet geschikt zijn voor een natuurvriendelijke oever

 Het beste kunt u in uw natuurvriendelijke oever de oeverplanten laten opkomen die van nature in de omgeving groeien. Deze planten voelen zich daar thuis en doen het goed in die omgeving. Ze zijn ook waardevol voor de aanwezige dieren. U kunt ervoor kiezen om  na het afgraven van de oever 1 jaar te wachten met beplanten en kijken wat er spontaan gaat groeien. Dit scheelt u ook kosten van het kopen van oeverplanten.

Wilt u toch oeverplanten aanplanten. Hieronder staan algemene soorten die goed groeien in een natuurvriendelijke oever:

  • moerasandoorn
  • grote waterweegbree
  • gele lis
  • wolfspoot
  • grote kattenstaart
  • riet
  • kleine lisdodde
  • echte valeriaan
  • koninginnekruid
  • moeras-vergeet-mij-nietje
  • dotterbloem
  • moerasspirea
  • watermunt. Deze soort kan gaan woekeren en sterk uitzaaien. Wilt u dat niet, gebruik deze soort dan niet of heel beperkt..

We raden af om deze oeverplanten aan te planten:

  • harig wilgenroosje
  • zegge soorten

.

Achtergrondinformatie 

Een natuurvriendelijke oever is een groeiplaats voor oeverplanten en onderwaterplanten. Deze planten hebben een belangrijke functie voor kleine waterdieren en vissen. De aanwezigheid van een gevarieerde begroeiing en veel verschillende waterdieren en vissen betekent dat de ecologische waterkwaliteit in orde is.

In watergangen met steile of beschoeide oevers kan geen gevarieerde begroeiing ontstaan. De aanleg van natuurvriendelijke oevers draagt daarom bij aan het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit. Om een extra waarde te hebben voor de ecologische waterkwaliteit moet een natuurvriendelijke oever aan de volgende uitgangspunten voldoen: 

  • De begroeiing in de oever en het water is de basis van het ecosysteem in en om het water. In de natte oever (onder de waterlijn) groeit daarom oevervegetatie of moet daar kunnen gaan groeien. 
  • Oeverplanten groeien op drassige bodem en in ondiep water langs de watergang. Voor de vestiging van oeverplanten is een plas-dras zone op de overgang van land naar water belangrijk. Amfibieën en diverse zoogdieren leven zowel in het water als op het land. Voor deze dieren is een geleidelijke overgang van water naar land belangrijk om het verplaatsen tussen het water en de oever mogelijk te maken.