Sloene en Klein Vogelenzang

Maatregelen voor schoner en helder water

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) schrijft aan alle lidstaten voor dat zij maatregelen nemen om de waterkwaliteit te verbeteren. In het kader van de uitvoering van deze richtlijn is het hoogheemraadschap van Rijnland in 2009 begonnen met de realisatie van maatregelen in de Reeuwijkse plassen. De belangrijkste maatregelen die zijn genomen zijn het verminderen van de toevoer van voedselrijk water, de aanleg van natuurvriendelijke oevers en maatregelen in de vorm van een proef om de voedselrijkdom van de plassen terug te dringen. Deze proeven hebben plaatsgevonden in Sloene en Klein Vogelenzang.

Sloene en Klein Vogelenzang

De plas Sloene ligt in het noordwesten van het Reeuwijkse plassengebied en Klein Vogelenzang ongeveer in het midden (zie afbeelding 1). In een experiment om de waterkwaliteit te verbeteren zijn beide plassen gecompartimenteerd. Dit is gerealiseerd door de aanleg van een stuw en een sluis bij de Sloene en twee dammen en een bootpassage (klepstuw) bij Klein Vogelenzang. Op deze manier is in beide plassen het voedselrijk inlaatwater geweerd en zoveel mogelijk voedselarm regenwater behouden. Voedselrijk water leidt tot meer algen en daardoor tot minder helder water. Daarnaast is Sloene beijzerd (het toevoegen van ijzerchloride aan het water) en Klein Vogelenzang gebaggerd om respectievelijk de grote hoeveelheid in de bodem aanwezige voedingsstoffen te fixeren en te verwijderen.

Effect van de proeven

Het compartimenteren en beijzeren van Sloene had helaas niet het gewenste lange termijn effect op de waterkwaliteit. Er zijn o.a. afgelopen zomer (2020) zelfs drijflagen van blauwalgen ontstaan. De proef met het beijzeren in Sloene is daarom gestopt. De pilot is hiermee afgerond en alhoewel het niet het resultaat opleverde waarop was gehoopt, is er veel geleerd van de proeven.

Hoe ziet het vervolg eruit?

Voor de derde planperiode van de KRW (2022-2027) heeft het hoogheemraadschap van Rijnland opnieuw naar de waterkwaliteitsdoelen voor de Reeuwijkse plassen gekeken. De doelstelling in alle plassen helder water is, mede door de ervaringen van de proeven, aangepast. De plaatselijke omstandigheden in de Reeuwijkse plassen, veenplassen met veel slib en extra belasting van vogels, maken het lastig, zo niet onmogelijk, om te komen tot een helder watersysteem in alle plassen. Door goed beheer en onderhoud verwachten we de overlast van blauwalgen wel te kunnen beperken. Ook lokale slibmaatregelen zullen hieraan bijdragen.

Om drijflagen, zoals afgelopen jaar zijn ontstaan, te voorkomen is het nodig om de doorstroming in Sloene weer terug te brengen. Dit houdt in dat de compartimentering van Sloene en Klein Vogelenzang (deels) moet worden opgeheven en er weer wordt ingezet op het beter laten doorstromen van het watersysteem. Hiervoor moet ook de sloot tussen Sloene en Klein Vogelenzang (deels) worden geschoond.

Wat zijn de stappen die hierbij horen?

  • Rijnland is al gestopt met het beijzeren van Sloene. De beijzeringsinstallatie zal op termijn worden ontmanteld.
  • Om de compartimentering op te heffen, zal de dam nabij Klein Vogelenzang weg worden gehaald (Dm250-17) en de stuw (st250-49) en klepstuw (bootpassage 250-3) open te zetten. Tijdens de informatieavond gaven de deelnemers aan dat er goed gekeken moet worden naar eventuele andere ongewenste consequenties voordat dit besluit wordt uitgevoerd. Rijnland zal een voorstel maken voor een protocol m.b.t. openstelling (bijvoorbeeld alleen open bij voorspelling warm en windstil weer), waarbij ook gemonitord wordt wat de effecten zullen zijn van bepaalde openstellingen. 
  • De sluis bij Sloene (250-2) blijft. Door het opheffen van de compartimentering heeft deze geen rol meer voor de waterkwaliteit, echter eventueel wel voor de andere doelen (zoals evt. regulering vaarbewegingen). Voor de doorstroming is het niet nodig om deze weg te halen. 
  • Om de doorstroming verder te verbeteren moet de watergang tussen Sloene en Klein Vogelenzang geschoond worden. Voor een deel doet Rijnland dat zelf, maar voor een ander gedeelte zijn aangelanden verantwoordelijk. Rijnland zal de regierol pakken en samen met aangelanden bekijken hoe dit op een efficiënte manier kan worden opgepakt. Als dat niet lukt (bv vanwege precedentwerking), dan zal Rijnland aangelanden informeren hoe en wanneer het schonen het beste kan worden gedaan (i.v.m. ecologie).
  • Er wordt nog onderzocht of het nodig is om nog voor de zomer het schonen in gang te zetten. Normaliter wordt vanwege de ecologie pas in het najaar geschoond, maar als de waterkwaliteit veel slechter is dan de plassen, dan is het nodig om te schonen voordat de doorstroming wordt gerealiseerd.

Afbeelding 1: huidige situatie

 Afbeelding 2: toekomstige situatie

Meer informatie?

Heeft u een vraag of wilt u meer informatie over de werkzaamheden in het Reeuwijkse plassengebied? Neem dan contact op met Rijnland via telefoonnummer (071) 306 35 35 of via .