Op dinsdag 9 april presenteerde demissionair minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat het Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Het afwegingskader geeft duidelijkheid over waar er gebouwd kan worden door per locatie de risico’s te tonen op gebied van waterveiligheid, wateroverlast, bodemdaling en beschikbaarheid drinkwater. Een mooie eerste stap, maar we zijn er nog niet.
Volgens de minister zijn er in Nederland voldoende plekken om te bouwen. Dit blijkt uit verschillende kaarten en onderzoeken die minister Harbers naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het is belangrijk om tijdens de bouw al rekening te houden met water en bodem, zodat huizen, werklocaties en industrieterreinen ook op langere termijn geen problemen ervaren.
Het is goed dat dit afwegingskader er is. Het zorgt ervoor dat de waterschappen het gesprek over Water en Bodem Sturend kunnen agenderen bij gesprekken over ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit het oogpunt van het waterschap heb ik er wel een paar kanttekeningen bij.
Niet alle geschikte grond is bouwgrond
Het lijkt op de kaarten inderdaad alsof er nog veel gebouwd kan worden. We zien relatief veel groene kleuren. Echter, dit zijn veelal natuurgebieden of Natura 2000 gebieden. Dat betekent dat de bodem wel geschikt is om te bouwen, maar dat we er, doordat het gebied de functie natuur heeft, niet kunnen bouwen. Conclusie: er kan dus minder gebouwd worden dan dat de kaart in eerste instantie doet vermoeden. Tegelijkertijd is de vraag naar ruimte groot. Denk aan alle opgaven op gebied van woningbouw, natuur, landbouw, energie, mobiliteit, infrastructuur en economische bedrijvigheid. Tegenstrijdige belangen en meningen maken het soms lastig om de juiste keuzes te maken. Een open gesprek over wat het beste is voor de toekomstige inrichting van het westen van Nederland is daarom enorm belangrijk.
De gevolgen van klimaatverandering zijn groter dan we in 2014 dachten
We worden ingehaald door de actualiteit. Er is gerekend met de KNMI-scenario’s van 2014, waarin nog werd uitgegaan een zeespiegelstijging van een meter. Inmiddels weten we uit de KNMI-scenario’s van 2023, dat dit wel eens meer kan zijn. Ruimtelijke ordeningstrajecten hebben een looptijd van meerdere jaren, dus is het zaak om de kaarten zo snel mogelijk aan te passen aan de nieuwste gegevens. Alleen dan kunnen we adviezen geven die ook op lange termijn houdbaar zijn.
Ik zie het afwegingskader als de start van een goed gesprek over Water en Bodem Sturend. Uiteindelijk is het aan gemeente, provincies en waterbeheerders om samen met ontwikkelaars, banken en verzekeraars de afwegingen te maken over wat nodig is voor toekomstbestendige oplossingen voor nieuwe bouwprojecten.
Marjon Verkleij-Lemmers
Hoogheemraad
Column: Water en bodem sturend
We maken water en bodem sturend bij keuzes over de inrichting van ons gebied. In mijn maandelijkse column neem ik je mee wat dat voor Rijnland betekent.