Uitgelicht

  • Een gevaar in het hart van Hollands tuin

    In 1852, dit jaar precies 170 jaar geleden, werd het Haarlemmermeer drooggelegd. Dat het meer toen pas is drooggelegd, is waarschijnlijk het gevolg geweest van het ontbreken van de benodigde technologie en het bestaan van tegenstrijdige belangen. Enerzijds vormde het meer een bedreiging voor de omgeving. Langs de randen vond veel oeverafslag plaats en verschillende dorpen waren al door de golven verzwolgen. Anderzijds zaten er ook voordelen aan het behoud van het Haarlemmermeer. Het was van economisch belang voor de visserij en de binnenvaart, waar steden als Leiden en Haarlem van profiteerden. Daarbij was het een belangrijke ‘bewaarplaats’ voor het overtollige boezemwater van Rijnland. Het college van dijkgraaf en hoogheemraden was daarom in eerste instantie niet erg happig geweest om aan de droogmaking te beginnen: het zou immers de waterbergingscapaciteit met ongeveer 80% verminderen.
  • Weigerende wakhakkers

    Het thema van de Maand van de Geschiedenis ‘Wat een ramp!’ valt dit jaar samen met de herdenking van het Rampjaar 1672 dat 350 jaar geleden plaatsvond: een jaar waarin de Republiek der Verenigde Nederlanden tegelijkertijd werd aangevallen door Frankrijk, Engeland en de bisdommen van Münster en Keulen. Zoals het bekende gezegde luidt: het volk was redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos.
  • Het 31-jarig akkoord tussen Rijnland en Leiden

    Het hoogheemraadschap van Rijnland en de stad Leiden zijn al eeuwen lang met elkaar verbonden. Dit werd onder andere bevestigd door de aankoop van het Gemeenlandshuis in 1578. Het hield echter niet in dat de besturen van Rijnland en Leiden altijd op goede voet stonden. Aan het eind van de 16de eeuw was de relatie zelfs zeer gespannen, waarbij de Staten van Holland op den duur werden gevraagd om in te grijpen.
  • Huis te Britten in kaart gebracht

    Ghij en hebt niet te reijsen nae Itaelien of Romen om outheijdt te sienIck heb hier tot Katwijck aen Zee meir als duysent lien.’
  • Ook de lokale waterstaat kost geld

    ‘Comt Ary Dirksz. Cozijn over een jaar maalloon, van de Veender poldermolen, staande opde Poelwijk, volgens de conditiën van bestedinge een somme van 95:0:0’, (…) ‘Comt Wouter Ariensz. vander Meer, meester timmerman opde Oude Ade, over geleverde materialen en verdient arbeijdsloon aande voorsz. gecombineerde polders gelevert ende verdient, volgens specificatie 69:3:8’.