Uitgelicht

  • Graven van dijkgraven

    Rijnland heeft sinds zijn ontstaan in de grijze oudheid vele dijkgraven gekend. Negen van hen zijn na hun overlijden begraven in de Leidse Pieterskerk.
  • De waterwolf bedwongen

    Meren zijn in de loop van de eeuwen bijna allemaal droog gemaakt. Ook het grootste meer, het Haarlemmermeer. Maar aan geen enkel ander droogmakingsproject is zo'n lange voorbereidingstijd vooraf gegaan.
  • Hans Brinker en Rijnland

    Wie was die Hans Brinker eigenlijk?" Die vraag stelde hoofdingeland Stoop in de Verenigde Vergadering van 14 juni 1950. Dijkgraaf Slagter antwoordde met een ernstig gezicht dat het hier een legendarische figuur betrof, die als symbool van Nederlands strijd tegen het water zijn plaats in ons volksbesef zeker verdiende. Dat vage antwoord verraadde dat hij het eigenlijk ook niet goed wist.
  • Polderhuis Hoofddorp 100 jaar

    Op 17 juli 1912 werd de eerste steen gelegd voor de bouw van het karakteristieke polderhuis in het centrum van Hoofddorp. Het polderhuis was het hoofdkantoor voor bestuur en ambtenaren van de Haarlemmermeerpolder en van het waterschap Groot-Haarlemmermeer. Na de fusie in 2005 was het in gebruik bij gemeente Haarlemmermeer, die het pand huurde als kantoor en voor huwelijksvoltrekkingen.
  • Bartholda van Swieten, een bijzondere vrouw

    Soms stuit je in Rijnlands archief op personen die er als het ware uitspringen, in figuurlijke zin dan. Zo iemand is de als mevrouw T'Serclaes bekend geworden jonkvrouw Bartholda van Swieten.
  • Jan Pieterszoon Dou, landmeter en kaartenmaker

    In de 17de eeuw hebben drie generaties van de bekende Leidse landmeters- en kaartenmakersfamilie Dou voor het hoogheemraadschap van Rijnland gewerkt. Een groot aantal kaarten die zij in opdracht van Rijnland hebben vervaardigd berust nog altijd in het archief van het hoogheemraadschap. Ook voor andere waterschappen waren de Dou’s actief, net als voor de stad Leiden. Het begon met Jan Pieterszoon Dou (1573-1635). Na hem kwamen zijn zoon Jan (1615-1682), die zich vanaf 1641 Johannes noemde, en zijn kleinzoon Johan (1642-1690).