In 1965 werd het zuiveren van het afvalwater een integraal onderdeel van het takenpakket van Rijnland. Dit betekende onder andere dat bestaande afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI's) werden overgenomen van gemeenten en nieuwe installaties door het hoogheemraadschap werden gebouwd.
Voordat het metriek stelsel werd ingevoerd in Nederland was er een verscheidenheid aan lengte- en oppervlaktematen die overal van elkaar verschilden. Een van deze maten, de Rijnlandse roede – gelijk aan 3,767 meter – werd van origine voornamelijk gehanteerd in het gebied van het gelijknamige hoogheemraadschap. In de loop der jaren zou deze lengtemaat in steeds meer delen van het land gebruikt worden. In een video uit 2021 in de serie Eeuwig Erfgoed werden de Rijnlandse roede en voet al eens besproken. Als we de Franse Tijd (1795-1813) nader bekijken, waarin de centralisatiewens van opeenvolgende regimes zich onder meer uitte in verschillende pogingen tot de uniformering van eenheden, zien we dat het verhaal van de Rijnlandse roede een interessante wending neemt. Ondanks de wens aan Franse zijde om het metriek stelsel in te voeren werd aan het gebruik van de roede juist legitimiteit gegeven. In 1808 werd deze namelijk kortstondig vastgesteld als standaardmaat voor de verponding, oftewel de grondbelasting. De lengtemaat is een aardig voorbeeld van continuïteit in tijden van radicale politieke verandering.
In een eerdere editie van Archiefstuk in beeld (Drankgebruik in huis Zwanenburg in de 18de eeuw) kwam al iets aan het licht over de drankcultuur binnen het Hoogheemraadschap van Rijnland. Daarentegen bestond er ook zoiets als een eetcultuur. Net zoals het drinken van wijn was het in groepsverband nuttigen van een maaltijd iets ritueels. Hoewel eerst alleen bij officiële gebeurtenissen gezamenlijk werd gedineerd, werd het op den duur standaard om na het houden van een bestuursvergadering aan tafel te schuiven.
Derk van der Klip (Assen, 11 augustus 1880 - Oegstgeest, 12 december 1953) was een van de weinige personen die in het begin van de twintigste eeuw een camera tot zijn beschikking had. Hij studeerde bouwkunde en waarschijnlijk is hij tijdens deze studie met fotograferen begonnen. In de periode 1909-1945 was hij opzichter (technisch ambtenaar) bij het hoogheemraadschap van Rijnland. Hij woonde met zijn familie in een Rijnlands huis tegenover het gemaal in Halfweg.
Eén van de oudste taken van het hoogheemraadschap van Rijnland is het inspecteren van waterstaatswerken, ook wel het schouwen genoemd. Floris V bepaalde middels het charter van 1286 dat de heemraden van de Spaarndam samen met de baljuw (later dijkgraaf) van Rijnland verschillende waterstaatswerken mochten schouwen. Deze inspectierondes vonden op drie vaste momenten in het jaar plaats (in de 15de eeuw werd dit uitgebreid naar vier keer per jaar). Vergezeld door enkele hoogheemraden en lokale ambachtsbestuurders, trok de dijkgraaf te voet, per wagen of zelfs per boot door heel Rijnland. Hierbij controleerde het gezelschap nauwkeurig of de waterstaatswerken goed werden onderhouden.
Tijdens de Maand van de Geschiedenis met het thema Eureka! brengen we een ode aan de wetenschap. Het zorgen voor droge voeten en schoon water gaat niet zonder technische hoogstandjes en gedegen onderzoeken. Het hoogheemraadschap heeft altijd al dankbaar gebruik gemaakt van uitvindingen, metingen en observaties om de waterkwaliteit en -kwantiteit op peil te houden. Zo ook in de 18de eeuw, toen de waterbouwkunde als wetenschappelijke discipline op stoom kwam. Wis- en natuurkundigen vormden nieuwe theorieën en werkten ontwerpen uit die de strijd met het water moesten vergemakkelijken. Het ene plan was succesvol, terwijl het andere (soms letterlijk) in het water viel. Omdat niet alle projecten succesvol verliepen maar soms wel geweldige verhalen opleveren, willen wij aandacht besteden aan de beruchte waterbouwkundige Claude Leopold de Genneté en zijn Pesthuispomp voor de droogmaking van het Haarlemmermeer.