Interview

Onzekerheid is juist de charme van het vak: over peilbeheer en Water en Bodem Sturend

13 november 2025
Peilbeheer-jan-willem Jan-Willem van Kempen, coördinator peilbeheer

Water en Bodem Sturend (WBS), deze term komt steeds vaker voorbij als we het hebben over gebiedsontwikkelingen. Maar hoe pas je het toe in de praktijk? Dat vroegen we dit keer aan Rijnlandse collega Jan-Willem van Kempen, coördinator peilbeheer.

Wat verandert er voor peilbeheer nu Water en Bodem Sturend steeds belangrijker wordt?

“Water en Bodem Sturend is eigenlijk peilbeheer in optima forma. Bij peilbeheer sturen we al eeuwen het water, maar WBS dwingt ons om het nóg slimmer, dynamischer, intensiever en toekomstgerichter aan te pakken. Jarenlang hebben we gewerkt volgens het principe ‘peil volgt functie’. Afhankelijk van de functie van een gebied, kregen we een peilbesluit. Als peilbeheerder zorg je vervolgens dat dit peil in de praktijk in stand blijft.

Vanuit de WBS-gedachte kijken we eerst naar de omgeving en welke mogelijkheden deze biedt. Het peil volgt daarna en is vaker dynamisch. Een dynamisch peil houdt in dat er door het jaar vaker verschillen zijn tussen hoog en laag water in de polder. Bijvoorbeeld hoog als het droog is en laag als er regen wordt verwacht. Dit is nodig omdat er in de toekomst steeds meer druk komt te staan op het watersysteem. Niet alleen door weersuitdagingen zoals extreme regenbuien of droogte, maar ook omdat we de regio waar Rijnland werkt heel intensief willen blijven gebruiken.”

Hoe geeft extremer weer druk op het watersysteem?

“In de toekomst valt er vaker meer regen in één keer. Dat betekent in de praktijk dat een sloot sneller volloopt bij een bui en je dus minder tijd hebt om water weg te pompen. Een grotere pomp lijkt dan een logische oplossing, maar dat is het vaak niet. Meer ruimte voor water in de sloot of polder is dan veel beter. Bovendien zijn gemalen ook niet zomaar te vervangen of uit te breiden. We lopen dus tegen technische grenzen aan. Het enige wat we dan kunnen doen, is eerder reageren op zo’n bui. Dat doen we door vooraf water weg te pompen.

Om te achterhalen wat het juiste moment is om te reageren, bouwen we een model. In dit model nemen we mee hoeveel water in de grond en de sloot past, hoeveel regen er verwacht wordt en wat daarin de onzekerheid is. Alles bij elkaar rekent het model vervolgens terug naar het moment wanneer wij een gemaal moeten aanzetten.”

Is dat niet ingewikkeld?

“Zeker. Het probleem is dat het op papier en in het model altijd klopt. Maar in de praktijk is het afwachten hoe het uitpakt. Je hebt te maken met veel onzekerheid: Gaat het harder regenen dan verwacht? Reageert het systeem snel genoeg? Daarnaast stellen we met elkaar steeds meer eisen aan peilbeheer.

Het gaat niet meer alleen om het juiste peil hanteren. Het gaat ook over het behouden van functies van een gebied, de beschikbaarheid van zoet water in droge tijden, waterkwaliteit, het besparen van energie én het onderhoud van gemalen als ze intensiever worden ingezet. Dat alles bij elkaar betekent dat we niet meer aan alle vragen kunnen voldoen in de toekomst. En dat niet alle functies meer mogelijk zijn in elk gebied.”

Hoe zorgen we dat peilbeheer een plek heeft in gebiedsontwikkelingen?

“Het vraagt om meer samenwerking. Bij grote gebiedsontwikkelingen maak ik mij niet zoveel zorgen. Daar kijken zoveel mensen mee, intern en extern, daar komen we wel uit met elkaar. Juist bij kleine ontwikkelingen moeten we elkaar goed betrekken. Zowel binnen Rijnland als in onze samenwerkingen met andere partijen. Een kleine aanpassing kan namelijk een groot effect hebben op het peilbeheer.

Als je ergens het peil verandert, kan dat elders problemen geven. Dit vraagt dus automatisch om afstemming tussen verschillende teams bij Rijnland én met externe partijen. Het is dus belangrijk om bij gebiedsontwikkelingen niet alleen te kijken naar het peil in één polder of peilvak, maar naar het hele watersysteem.”

Wat vragen deze ontwikkelingen van peilbeheerders?

“Ons werk wordt intensiever. We moeten vaker vooruitdenken, meer spelen met het waterpeil en sneller anticiperen op het weer. Dat betekent ook dat we misschien vaker ’s avonds en ’s nachts aan het werk zullen zijn. Het vraagt om alertheid buiten kantoortijden, want het systeem reageert niet alleen tussen negen en vijf. Dat is pittig. Maar ik doe dit werk al twintig jaar, het mooiste blijft toch de charme van het werken met onzekerheid van de verwachtingen. En daarnaast de details en het inschatten van effecten voor het watersysteem. Ook midden in de nacht.”

Wat wil je ons nog meegeven?

“Water en Bodem Sturend biedt de kans om ons werk nóg beter te doen. Het is een kans om theorie en praktijk echt te verbinden. Laten we dat met elkaar omarmen. Denk groots, begin klein, en leer van wat je doet.”