Interview

Water en Bodem Sturend in de praktijk: Hermen Smit over hoe landschappen waterrobuust kunnen blijven

20 mei 2026
Hermen Smit

Water en Bodem Sturend (WBS), deze term komt vaak voorbij als we het hebben over gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke ordening (RO). Maar hoe pas je het toe in de praktijk? Dat vroegen we dit keer aan Hermen Smit, adviseur water en ruimte. Hij werkte in het afgelopen jaar samen met collega’s Manouk Sloothaak en Jos van Rooden, 40 andere collega's en 10 landschapsexperts aan deze vraag.

Samen zochten ze uit hoe rekening houden met water en bodem kán, niet hoe het moet. De mogelijkheden zijn gebundeld in een document per gebied: de ‘Verkenning waterrobuuste landschappen’.

Wat is het document ‘Verkenning waterrobuuste landschappen’?

“In deze atlas staat welke impact klimaatverandering heeft op de landschappen van Rijnland. Daarbij hebben we onszelf voor verschillende gebieden de vraag gesteld: hoe kunnen we dit landschap zo inrichten dat het tegen een stootje kan? Zodat het landschap extremen, zoals hevige neerslag of toenemende droogte, goed kan opvangen. Een waterrobuust landschap dus. Het is nadrukkelijk geen beleid, maar een schets per gebied waarin we laten zien hoe het waterrobuust kán. Niet hoe het moet. 

De atlas is een tool om het gesprek aan te gaan. Ik merk dat praten vanuit het landschap goed werkt voor partijen die met ruimtelijke vraagstukken bezig zijn. Als wij alleen praten in kuubs water, zegt dat een ander soms niet zoveel. Dit is onze eerste poging om onze wateropgaven te vertalen naar het landschap. Op die manier begrijpt de ander veel beter wat de impact van klimaatverandering is op het watersysteem, en dus ook op het landschap. We hebben nu 70% van Rijnland gedaan. De laatste 30% is later dit jaar klaar.”

Kaart waterrobuuste landschappen

Wat staat er in het document?

“Per gebied hebben we twee scenario’s uitgewerkt en op kaart gezet. Scenario 1 is ‘Onveranderd doorgaan’ en scenario 2 is ‘Waterrobuust’. Scenario 1 laat zien dat er grenzen zitten aan hoe we gebieden nu inrichten. In dit scenario brengen we concreet in beeld welke knelpunten we voorzien voor 2100 als het watersysteem en de inrichting van het landschap niet worden aangepast aan het veranderende klimaat.

Voor scenario 2 hebben we gekeken hoe een waterrobuust landschap eruit kan zien in 2050, waarbij we voor grotere ruimtelijke ingrepen al rekening houden met klimaatscenario’s van 2100.”

Waarom hebben jullie deze vorm gekozen?

Het idee voor de atlas met waterrobuuste landschappen ontstond vanuit de vele gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke plannen waar Rijnland bij betrokken is. “We vroegen ons af wat wij als waterschap belangrijk vinden om mee te geven voor de lange termijn. Zodat goed waterbeheer ook in de toekomst mogelijk blijft. In de studie Toekomstgericht Waterbeheer Rijnland waren we hier al een tijd druk mee bezig, maar een concrete uitwerking naar gebied miste nog. Een veengebied is heel anders dan een duingebied, dus die lokale vertaalslag was belangrijk voor een goede inbreng. Dit zijn de waterrobuuste landschappen geworden.”

Hoe zijn jullie tot de scenario’s gekomen?

“Met landschapsteams van de Wageningen Universiteit en de HAS Green Academy hebben we werkplaatsbijeenkomsten georganiseerd per gebied. Daar was steeds ook een mix van interne experts bij uitgenodigd. Op die manier konden we elk gebied vanuit alle opgaven van ons waterschap bekijken: waterveiligheid, waterkwaliteit, wateroverlast en zoetwatervoorziening. 

De landschapsteams hebben vervolgens ook al grof gekeken naar ruimtelijke opgaven van anderen en naar de kwaliteiten van elk landschap. Met deze opbrengst zijn we gaan kijken, hoe kan het dan wél? Het resultaat is inzicht in wat er gaat knellen als we onveranderd doorgaan, en waar een waterrobuust landschap gevolgen heeft voor het toekomstige landgebruik.”

Nu het document er is, hoe nu verder?

“Dat is voor ons ook nog spannend. We hebben grote veranderingen in de ruimte op papier en op kaarten gezet. Dat maakt het opeens echt én een gevoelig onderwerp. We hebben het daarom bewust ingestoken als een ambtelijk instrument. Een tool om uitdagingen en oplossingsrichtingen in te brengen in visies en plannen van anderen. En om met partners te verkennen hoe het landschap eruit kan zien. Dat is hard nodig om tot goede plannen voor de toekomst te komen. Als alle partijen de kaarten tegen de borst houden, komen we niet ver. Juist daarom hebben we ook het scenario ‘Onveranderd doorgaan’ uitgewerkt. Als we blijven doen wat we doen, komen we ook voor lastige opgaven te staan.”

Hoe wordt het document intern ontvangen?

“Overwegend heel positief. Omdat het over gevoelige onderwerpen gaat, merk ik dat collega’s soms denken: ‘kan ik dit wel zeggen?’. Een gesprek voeren over waterrobuuste landschappen zal meer lef vragen en vaker ongemak oproepen. Dat is wennen, maar dat vind ik ook juist het leuke. Aan de andere kant hoor ik ook enthousiaste geluiden dat we echt iets voor de lange termijn te bieden hebben als we adviseren over een ruimtelijke vraag.”

Zijn jullie al met de waterrobuuste landschappen op pad geweest?

“Dat begint nu. Recent werden we bijvoorbeeld benaderd door een collectief van veehouders in het Groene Hart die willen herverkavelen. Nu een aantal van hen gaat stoppen, zijn ze op zoek naar een herindeling van kavels. Zo kunnen verschillende boeren, met intensieve en extensieve veehouderij, hun verdienmodel verbeteren. Daarvoor vroegen ze ons hoe het waterbeheer zal veranderen door klimaatverandering. Aan de hand van de waterrobuuste landschappen lieten wij zien dat niet elke soort landbouw overal meer kan in de toekomst.

Op kleigrond blijft het goed mogelijk om een groot deel van het jaar koeien in de wei te houden en met grote machines gras te maaien. In veel veenpolders met sterke bodemdaling wordt dat op termijn moeilijk. Om te voorkomen dat de bodem hier nog sneller gaat dalen kunnen we de waterpeilen hier niet steeds verder naar beneden bijstellen. Dit betekent dat deze gebieden in de toekomst een stuk natter worden. Daar past op termijn een extensieve bedrijfsvoering of zelfs een natuurlandbouw wellicht beter. Deze informatie helpt boeren om een doordachte keuze te maken.”

Wat wil je nog meegeven?

“Deze verkenning met waterrobuuste landschappen is pas het begin. Komende tijd gaat we in de praktijk met partners aan de slag met deze tool. Voor ons is het een levend document, waarbij we openstaan voor andere waterrobuuste oplossingen. Op basis van nieuwe inzichten en afspraken zullen we de kaarten periodiek aanpassen. Ik ben vooral heel benieuwd welke nieuwe ideeën er nog bij gaan komen en hoe we oplossingen samen verder vorm geven. Het grote werk gaat nu beginnen.”