Water en Bodem Sturend (WBS), deze term komt steeds vaker voorbij als we het hebben over gebiedsontwikkelingen. Maar hoe pas je het toe in de praktijk? We interviewden Denise van Haastrecht, procesleider gebiedsontwikkeling bij Rijnland, over haar ervaring bij het landelijke programma VAWOZ (Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee). Een mooi voorbeeld.
Wat is VAWOZ precies?
In het kort is VAWOZ een landelijk programma dat onderzoekt wat de beste plekken zijn om windenergie en waterstof aan land te brengen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland 29 Gigawatt windenergie en waterstof op de Noordzee gaat opwekken. Dit komt straks via stroomkabels en waterstofleidingen aan land en wordt via grote installaties aangesloten op ons netwerk. Voor die installaties is ruimte nodig en VAWOZ onderzoekt welke plekken daarvoor geschikt zijn.
VAWOZ zoekt dus ruimte, is dat de link met Water en Bodem Sturend?
Dat klopt, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft verschillende zoekgebieden aangewezen. Vanuit het principe Water en Bodem Sturend wil Rijnland dat zij bij de locatiekeuze rekening houden met het water- en bodemsysteem. Ik zit daarom namens Rijnland aan tafel om daarover te adviseren en mee te denken. Dat doe ik vanuit mijn achtergrond als planoloog.
Wie zitten er nog meer aan tafel?
Nou, dat is best een flinke club. Het ministerie van EZK trekt het landelijke programma. Om het een beetje overzichtelijk te houden, is de groep opgedeeld per provincie: Rijnland sluit dus aan bij provincie Noord- en Zuid-Holland. Daarnaast zitten de gemeenten, omgevingsdiensten, waterschappen, drinkwaterbedrijven en Rijkswaterstaat aan tafel. En natuurlijk Gasunie en Tennet: VAWOZ is ten slotte een energievraagstuk.

En hoeveel ruimte zoeken zij precies?
Er wordt door heel het land gezocht naar plekken voor drie soorten stations.
- Ten eerste de aanlandstations, zo'n 2 hectare per stuk. Hier wordt de windenergie en waterstof vanaf de Noordzee aan land gebracht.
- Ten tweede zijn er converterstations nodig: zo'n 5 hectare per stuk. Daar wordt de energie van gelijkstroom naar wisselstroom omgezet, zodat we 'm kunnen aansluiten op ons landelijke hoogspanningsnet.
- Ten derde onderzoekt programma VAWOZ de mogelijkheden om waterstof op land op te wekken. Dit zou maar liefst 20 hectare ruimte vragen, behoorlijk groot dus! Maar het is nog niet zeker of dit doorgaat. Voor het opwekken van waterstof is namelijk veel zoetwater nodig, en dat wordt steeds schaarser. Daarom wordt nu onderzocht of je ook zeewater zou kunnen gebruiken – daar hebben we gelukkig meer dan genoeg van.
Hoe kan VAWOZ precies rekening houden met water en bodem?
Aandachtspunten zijn het zoetwatervraagstuk en verzilting, waar we mee te maken hebben tijdens droge zomers. Ook probeer ik mee te geven dat de bodemsoort erg belangrijk is. Een deel van de zoekgebieden rondom Amsterdam ligt in nat veengebied en is daardoor minder geschikt voor grote, zware installaties. Een ander belangrijk element is de lange termijn. Als een installatie er in 2100 nog steeds staat, is die plek dan nog steeds geschikt? Bijvoorbeeld als we te maken krijgen met zeespiegelstijging en het meer energie gaat kosten om een diepe polder droog te pompen.

Hoe pak je zo’n nieuwe benadering in de praktijk aan?
Dat ben ik zelf ook volop aan het ontdekken. Gelukkig denken er Rijnlanders van verschillende afdelingen mee. Ook werk ik veel samen met de andere waterschappen in Noord- en Zuid-Holland. Voor VAWOZ hebben we hele nuttige werksessies georganiseerd, specifiek gericht op WBS. Zo konden we met alle waterschappen één gezamenlijke boodschap op tafel leggen. Dat lukte goed!
Slim! Worden alle adviezen ook toegepast?
Dat is nog even afwachten. Bij VAWOZ zitten we relatief vroeg aan tafel, maar ik merk nu dat we eigenlijk nog eerder hadden willen meedenken. De globale zoekgebieden zijn namelijk vorig jaar al bepaald, op basis van andere factoren. Hierdoor ligt er al veel vast en is het best lastig om de WBS-adviezen alsnog mee te nemen in het plan. In het ideale geval hadden we met VAWOZ éérst naar water en bodem gekeken en waren daarna pas de zoekgebieden vastgesteld.

Nóg eerder aan tafel dus. Zou je nog iets veranderen?
Het zou helpen als de principes van WBS beter worden vastgelegd in landelijke en lokale regelgeving. Ik merk dat de betrokken partijen allemaal graag meedenken, maar dat WBS nog niet verankerd zit in het proces en in de manier van denken. Het is wat mij betreft nog te veel ''een hokje dat moet worden afgevinkt'', in plaats van dat het de basis van onze keuzes is.
Er wordt bijvoorbeeld veel nagedacht over ruimtelijke inrichting: hoe gaan we het doen? Welke techniek kunnen we gebruiken om de duinen te doorkruisen; hoe kunnen we handig aansluiten op het waterstofnetwerk? Terwijl ik als planoloog vind dat je moet beginnen met ruimtelijke ordening: waar gaan we het doen? Wat is de meest geschikte locatie? Alleen focussen op de ruimtelijke inrichting is alsof je je koffer alvast inpakt, zonder te weten wat je eindbestemming wordt. Als je dat omdraait, wordt het een stuk makkelijker!
Dankjewel! Is er nog iets dat iedereen die werkt aan gebiedsontwikkelingen wil meegeven?
Zeker. Bijna alles dat nu wordt gebouwd, staat er over honderd jaar nog steeds. Denk dus aan de wereld die je achterlaat voor onze kinderen en kleinkinderen. Als we nu rekening houden met klimaatverandering, kunnen de volgende generaties ook nog prettig leven in ons land onder zeeniveau. Dat vind ik heel belangrijk en draag ik graag uit als ik namens Rijnland aan tafel zit.