Water en Bodem Sturend (WBS), deze term komt steeds vaker voorbij als we het hebben over gebiedsontwikkelingen. Maar hoe pas je het toe in de praktijk? Dat vroegen we dit keer aan Rijnlander Joyce Tentij (vergunningverlener en plantoetser). Zij vertelt ons dat een flinke dosis nieuwsgierigheid helpt om het goede gesprek te voeren over Water en Bodem Sturend.
Wat moeten we ons voorstellen bij jouw functie?
Ik ben vergunningverlener en plantoetser, met een focus op dat laatste. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in ons gebied komen ontwikkelaars bij mij met vragen over water. Denk aan een perceel van een boer dat wordt aangepast of het bouwen van een nieuwe woonwijk.

De aanvragen komen via allerlei wegen. Bijvoorbeeld via de vergunningencheck, via de gemeente of soms nemen we zelf contact op als een collega een ontwikkeling toevallig ziet. Mijn werk bestaat vervolgens uit informatie ophalen bij interne collega’s, zodat ik een goed advies kan geven over de plannen en de benodigde watervergunningen. Een flinke dosis nieuwsgierigheid komt daarbij goed van pas.
Hoe past Water en Bodem Sturend in jouw werk?
Ik denk dat Water en Bodem Sturend in al het werk van Rijnland zit. Het is een manier om het goede gesprek aan te gaan over onze leefomgeving. Als plantoetser is het daarom belangrijk dat ik goed weet wat er speelt in een gebied. Zo kan ik intern de juiste vragen stellen. Ik probeer daarbij te achterhalen wat voor Rijnland het belangrijkst is.
Uit alle verzamelde feiten, regels, meningen en mogelijkheden vorm ik vervolgens een advies. Dat is niet altijd makkelijk. Het vraagt om veel interne afstemming en de informatie die ik krijg spreekt elkaar ook wel eens tegen. Je bent dus vaak wat langer bezig. Maar zoals ze zeggen: alleen ga je sneller, maar samen kom je verder!
Wat doe je vervolgens met jouw advies?
Bij grote ruimtelijke ontwikkelingen zit ik aan tafel om ons advies over water te delen. Hier wordt het gesprek gevoerd met alle betrokken partijen en overheden. Wij zijn namelijk niet de enige die iets van ruimtelijke plannen vinden. Daarom is het zo belangrijk dat ik weet wat voor Rijnland prioriteit heeft en wat eventueel kan wijken voor de belangen van andere partijen.
Waaruit bestaat een planadvies?
Vanuit het verleden toetsten we als waterschap vooral onze eigen regels uit de waterschapsverordening. Ik zie nu heel duidelijk een verschuiving naar een breder advies over water. Een advies waarin we Water en Bodem Sturend meenemen en veel uitgebreider het gesprek aangaan. En bijvoorbeeld ook actief kijken naar extra koppelkansen. Dat vergt een andere manier van werken voor ons team van plantoetsers en vergunningverleners. We zitten nu volop in die transitie.
Kun je een voorbeeld geven van een koppelkans?
In sommige polders is het watersysteem krap. Bij veel regenval kan wateroverlast maar net voorkomen worden. Bij een nieuw ruimtelijk plan in één van deze polders hebben we daarom gekeken hoe we op piekmomenten de polder kunnen ontlasten met een waterberging. Tijdens een veldbezoek zagen we ook dat bestaande bebouwing op de waterberging aangesloten kon worden. Zo kan, wanneer ruimte in het watersysteem het hardst nodig is, deze nóg iets meer worden ontlast. Een mooie koppelkans.
Er is dus een verschuiving van toetsend naar adviserend?
Klopt! De uitdaging is om bovenop de regels extra kansen te vinden. Stel een ontwikkelaar is verplicht om een waterberging aan te leggen, dan mag dat tegenwoordig op veel verschillende manieren. Samen met de ontwikkelaar en gemeente gaan we vervolgens op zoek naar de beste opties binnen de regels. Je zoekt dus naar een passende oplossing voor dat specifieke gebied. Juist dat maakt mijn werk zo leuk. Je kunt je eigen stempel op een plan drukken. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn vaak voor de komende 100 jaar. Dus als we er nu goed over nadenken, kun je echt iets veranderen!
Hoe gaat de nieuwe manier van werken in de praktijk?
Zoals bij elke verandering is het soms nog zoeken. Aan de ene kant omdat deze manier van werken nieuw is voor veel collega’s. Aan de andere kant omdat onze interne processen niet altijd aansluiten bij wat we willen. Bij grote ontwikkelingen vragen we de ontwikkelaars bijvoorbeeld om het gebied zo in te richten dat we een flexibel peil kunnen hanteren in de sloten. Maar dit vergt aan onze kant ook een nieuwe peilbesluit en een heleboel papierwerk. Daar is niet altijd voldoende capaciteit voor.
Wat is volgens jou nodig om WBS nog beter te implementeren?
Vooral de verbinding tussen verschillende afdelingen bij Rijnland is voor mij belangrijk. Als we de inhoud, processen en mensen op elkaar afstemmen, kunnen we onze eisen en belangen duidelijk op tafel leggen. Natuurlijk op zo’n manier dat het ook uitvoerbaar is in de praktijk. Dat is een veranderproces dat nog een tijdje gaat duren, maar ik geloof dat we nu ook al out-of-the-box kunnen denken. Daarom is het als plantoetser zo belangrijk om nieuwsgierig te zijn en veel basiskennis te verzamelen over een gebied en de samenhang hiertussen. Zo kun je vanuit je onderbuikgevoel signaleren of er kansen en risico’s zijn.
Wat wil je ons nog meegeven over Water en Bodem Sturend?
Zet je nieuwsgierigheid aan! Kijk goed wat er in de omgeving gebeurt én blijf vragen stellen. Op die manier leer je een heleboel over een gebied. En hoe meer je weet, hoe beter je advies kunt geven en de juiste vragen kunt stellen.