Interview

Water en Bodem Sturend in de praktijk: Provincie en Rijnland werken samen aan Water & Bodem Sturend

22 april 2025
Andre-bol-Astrid-de-Wit

Water en Bodem Sturend (WBS), deze term komt steeds vaker voorbij als we het hebben over gebiedsontwikkelingen. Maar hoe pas je het toe in de praktijk? Dat vroegen we dit keer aan Rijnlandse collega André Bol (strateeg) en Astrid de Wit (programmamanager Water en Bodem Sturend) van de Provincie Zuid-Holland. Zij werken samen aan de herziening van het provinciale omgevingsbeleid Water & Ruimte. Een vanzelfsprekende samenwerking, vinden ze.

Hoe is de samenwerking tussen Rijnland en Provincie Zuid-Holland gestart? 

Astrid: Onze samenwerking gaat al een hele tijd terug. In 2017 kwamen de waterschappen gezamenlijk bij de provincie om te praten over ruimtelijke ordening. Ze kwamen toen met zorgen over de vele bouwplannen en het effect daarvan op het watersysteem. Bij de provincie werd deze zorg gedeeld en zo ontstond het convenant klimaatadaptief bouwen. Hier bouwen we nu nog steeds op voort in onze samenwerking met de waterschappen. 

André: En die samenwerking is zo vanzelfsprekend! Het maken van ruimtelijke keuzes kun je namelijk niet alleen. Door het veranderende klimaat is het niet altijd meer mogelijk om alles technisch op te lossen als waterschap. We staan dus keer op keer voor de vraag waar we het beste de schaarse ruimte voor kunnen gebruiken en wat ook past bij de mogelijkheden van de bodem en het watersysteem. Dat gaat dus over belangrijke keuzes, zoals waar worden woningen gebouwd? Welke agrarische functies? Wat voor soort natuur past in ons gebied? Daar vinden we elkaar. 

Waar werken jullie nu samen aan? 

Astrid: De provincie werkt nu samen met zeven waterschappen aan de herziening van het omgevingsbeleid Water & Ruimte. André is hier vanuit Rijnland bij aangehaakt. 

André: Samen met de provincie hebben we onderzocht welk functie past en houdbaar is per gebied. Ook met oog op de toekomst. Want waar kan die nieuwe woonwijk, zonder te groot risico op wateroverlast? En waar willen we het liefst ruimte voor water? Dat hebben we allemaal op een kaart gezet: de klimaatonderlegger. 

Astrid: Deze discussie over functie is nu soms nog heel technisch. De omslag naar denken vanuit het principe Water en Bodem Sturend is nog wel een flinke omschakeling voor iedereen.

Waarom is het een omschakeling in denken? 

André: Als je een waterschapper vraagt of we een probleem technisch kunnen oplossen, dan zijn we helemaal in ons element. Dat is wat we van oudsher doen en ook goed in zijn. Maar door klimaatverandering staan we nu voor grote ruimtelijke vraagstukken en keuzes. Denk aan de beschikbaarheid van zoet water. Wie krijgt dit water in tijden van tekorten? Of bijvoorbeeld het risico op wateroverlast. Hoeveel risico vinden we acceptabel? We moeten ons dus gaan afvragen hoe we ruimtelijke ontwikkelaars en bestuurders helpen om hierin bewuste keuzes te maken.

Astrid: Bij de provincie zit de omschakeling meer in het type professionals die bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn betrokken. We hebben andere en nieuwe disciplines nodig. Iemand die zich nu bezighoudt met energie, denkt niet automatisch ook aan het watersysteem bij het maken van een plan. 

André: En dan hebben we ook nog te maken met onzekere tijden. We weten niet precies wat de toekomst brengt. We kunnen niet meer overal op studeren tot we het zeker weten. We moeten aan de slag en alles wat we nog niet weten aangeven. Bij Rijnland zitten we in een transformatie als organisatie om dit te leren. 

Meer over Water en Bodem Sturend bij Rijnland

We lopen steeds meer tegen grenzen aan. Daarom pleiten wij als waterschap bij gebiedsontwikkelingen voor een benadering waarin water en bodem sturend zijn.

Rijnland voert verplichte klimaatbestendige regels in

Wat is belangrijk bij het maken van ruimtelijke keuzes? 

André: We willen allemaal een leefomgeving waar je prettig in kunt wonen. Ook over honderd jaar. Daarom is het belangrijk om richting ruimtelijke ontwikkelaars het opgeheven vingertje thuis te laten. We verdiepen ons juist ook in hun belangen. En kijken wat duurzame oplossingen zijn waar ook de komende generaties blij mee zijn. Een integrale aanpak. 

Astrid: En heel belangrijk daarbij is de vraag: tegen welke prijs? Soms moeten we accepteren dat een bouwplan watertechnisch niet perfect geregeld is. Het blijft een afweging tussen kosten en baten. 

André: Ik mis soms wel bewustwording van de kosten op de lange termijn. Is het wijsheid om nu te bezuinigen op bouwkosten? Levert dat niet juist hoge kosten op in de toekomst?

Hoe kunnen we dit soort afwenteling op toekomstige generaties voorkomen? 

Astrid: Daar komt het omgevingsbeleid bij kijken. Hierin gaan we vastleggen wat de minimale eisen zijn bij een ruimtelijke ontwikkeling, een soort ondergrens. Bijvoorbeeld hoeveel millimeter regen een nieuwe woonwijk moet kunnen opvangen. Deze eisen worden verplicht. 

André: Daar zijn wij heel blij mee als waterschap. Voor de bouwer zijn de eisen misschien even slikken, want het kost extra geld. Maar we vragen echt nog niet de hoofdprijs. Het levert juist meer maatschappelijke waarde op. 

Astrid: En juist door duidelijke eisen te stellen, helpen we bouwplannen om niet te vertragen. Als je op een lastige plek wilt bouwen, bijvoorbeeld in een lage polder, zul je als bouwer dus meer moeten investeren om aan eisen voor klimaatbestendigheid te voldoen. Dit is belangrijk om op voorhand te weten, zodat ontwikkelaars daar hun plan op kunnen aanpassen. 

Wat wordt het grote ruimtelijke vraagstuk van de toekomst? 

Astrid: Ik denk dat er nog meer nadruk komt op de beschikbaarheid van zoet water en dus ook drinkwater. Nu is het voor veel mensen nog ondenkbaar dat we in een waterrijk land als Nederland een gebrek krijgen aan water. 

André: Zoet water wordt inderdaad een groot thema in de toekomst. In droge perioden is er gewoonweg te weinig zoet water voor alle gebruikers. En dat gaat steeds vaker toekomen. Natuurlijk werken we aan slimme oplossingen om de beschikbaarheid te vergroten. Maar dat zal nooit genoeg zijn. We zullen ons echt moeten aanpassen en dat is best een uitdaging. Dat gaat fundamentele keuzes vragen waarvoor we ons schaarse water voor willen gebruiken. En daarmee wat voor land we in de toekomst willen zijn.

Zijn er misvattingen over Water en Bodem Sturend? 

André: Dat Water en Bodem Sturend een waterzaak is. Het is een ruimtezaak. 

Astrid: Het is ook een misvatting dat alle ruimtelijke uitdagingen met techniek zijn op te lossen. We komen vaak een heel eind, maar daar hangt een grote prijs aan. Ofwel financieel, ofwel het risico dat je loopt op overlast in de toekomst. Andersom kun je ook niet alles ruimtelijk oplossen. Dus óók in de techniek blijven we als provincie investeren, door bijvoorbeeld subsidies uit te geven voor innovaties. 

Hebben jullie een wens voor de toekomst van Water en Bodem Sturend? 

André: Ik hoop dat het onderscheidt tussen water en ruimte wegvalt. En dat we water in de ruimtelijke context zien als zegen, niet als belemmering. 

Astrid: Ik vind het nu al prettig hoe we elkaar vinden als waterschappen en provincie. Mijn wens is dat we de samenwerking ook op bestuurlijk niveau nog meer benutten. Aan de bestuurlijke tafel moeten uiteindelijk de grote ruimtelijke keuzes gemaakt worden.