Archiefstuk in beeld

In deze rubriek belichten we bijzondere archiefstukken uit de archieven en collecties van het hoogheemraadschap en zijn rechtsvoorgangers.
  • Rijnlands transformatie: Een ode aan de grasplant

    Het gebied dat vandaag de dag onder Rijnland valt, vormt een wereld van verschil met dat vóór de totstandkoming van het hoogheemraadschap in de dertiende eeuw. Toen bestond het landschap nog voornamelijk uit onbegaanbare veengrond. Vanaf de tiende eeuw werd het ontgonnen om ruimte te maken voor bewoning, landbouw en veeteelt. Ook daarna werd het veen afgegraven in de zoektocht naar turf als brandstof. De gevolgen voor het Rijnlandse gebied waren enorm: binnen enkele eeuwen was het woeste veenlandschap vrijwel volledig verdwenen. Daarvoor in de plaats ontstonden laaggelegen polders en droogmakerijen.
  • Middeleeuws handschrift in een polderarchief

    In het archief van de polder Willens bevindt zich een bijzonder handschrift dat als titel heeft ‘Van die heerlikije der lande van Steyn’. Het is een dun schriftje in kwartoformaat (ongeveer A5-formaat), gebonden in een gestempelde leren omslag. Het handschrift bevat een beschrijving van de opeenvolgende heren die de heerlijkheid Stein bij Gouda in bezit hebben gehad en afschriften van belangrijke oorkonden uit de 14de en 15de eeuw. De tekst is waarschijnlijk (behalve enkele latere toevoegingen) in het begin van de 15de eeuw geschreven door een van de monniken van het klooster Emmaüs, dat in 1419 werd gesticht in de heerlijkheid Stein.
  • De verbindingsduiker tussen de Leybeek en het kanaal

    De aanleg van een waterleiding vanuit het Kennemer Duingebied verliep aanvankelijk moeizaam. In 1845 vroeg de gepensioneerde ingenieur-majoor van de Genie, Christiaan Vaillant, een concessie aan voor de oprichting van een onderneming die Amsterdam via een pijpleiding van duinwater moest voorzien. Schrijver en rijksadvocaat Jacob van Lennep omarmde het idee en zocht financiering in Amsterdam. De rijke Amsterdammers zagen echter geen toekomst in het plan en waren niet bereid te investeren.
  • Een rekening van ‘groote volumineusheijt’

    Jaarlijks stelde de rentmeester van Rijnland een rekening van ontvangsten en uitgaven op. In deze rekening verantwoordde hij de inkomsten uit bijvoorbeeld de morgengelden (de belasting op grondbezit die de ambachten moesten afdragen) en de verhuur van land, en de uitgaven die er in het achterliggende jaar waren gedaan. De belangrijkste uitgaven hadden betrekking op het onderhoud van de Spaarndammerdijk en de helmplanting in de duinen. Dit kwam jaarlijks terug in de titel van de rekening.
  • Een Rijnlandse subsidie voor het bijzetten van Willem V

    G. ’t Hart opent zijn beschrijving van Willem V (1748-1806) met het weetje dat deze prins-stadhouder meer bezoeken aan het gemeenlandshuis te Leiden bracht dan welke Oranjevorst dan ook. In totaal bracht hij vier dagdelen door in het pand aan de Breestraat: op 7 en 25 augustus 1768, op 9 februari 1775 en 15 juli 1776. Willem V was blijkbaar een graag geziene gast, terwijl een bezoek aan het gemeenlandshuis vermoedelijk op enthousiasme van de stadhouder kon rekenen. Het is niet voor niets dat het Rijnlandse bestuur, ruim 150 jaar na het overlijden van Willem V, zich nog een beetje met hem verbonden voelde.
  • Protest op schoorsteen van het stoomgemaal

    Kijk eens naar de (arbo)onveilige situatie van de schoonmaker in Halfweg! Dat is tegenwoordig gelukkig beter geregeld. In juli 1934 werd ’s nachts in Halfweg een protestleus op de schoorsteen van het stoomgemaal geschilderd. ‘Redt Ernst Thaelmann’ lazen de medewerkers van het stoomgemaal toen ze ’s ochtends op het werk verschenen.