Drankgebruik in huis Zwanenburg in de 18de eeuw

20 maart 2023
Archieven van Rijnland Auteur: Janneke Groen

Het drinken van wijn kent een lange geschiedenis. De productie van de drank is vermoedelijk rond 8500 v.C. ontstaan, terwijl de eerste ‘wijnvaten’ uit Iran tussen 5400-5000 v.C. gedateerd zijn. Historici vermoeden dat de eerste wijn gebruikt werd als medicijn, voordat men het daadwerkelijk ging drinken als delicatesse. In de loop der tijd werd het steeds populairder om wijn te drinken. Door de toenemende industrialisering aan het eind van de middeleeuwen en tijdens de vroegmoderne periode werden verschillende dranken, waaronder bier en wijn, toegankelijker gemaakt voor een breder publiek. Nu moet wel worden gezegd dat men voornamelijk water dronk, maar alcoholische dranken konden dienen als alternatieven wanneer het water ernstig vervuild was (bijvoorbeeld in steden). Daarbij bleef wijn een drank die voornamelijk bestemd was voor de hogere sociale klassen.

Binnen organisaties ontstond een heuse drankcultuur. Het Rijnlandse bestuur vormde hier geen uitzondering op. Na belangrijke gebeurtenissen, zoals het houden van de schouw, het beëdigen van nieuwe bestuursleden, het sluiten van overeenkomsten met andere besturen en het houden van een rechtsdag, werd het glas geheven. Een bekend overblijfsel van deze drankcultuur is de hensbeker van Zwanenburg, afkomstig uit het voormalige gemeenlandshuis te Halfweg, waaruit gezamenlijk werd gedronken op het succes en het geluk van het hoogheemraadschap.

Ma­ga­zijn­boek­je

Dat het Rijnlandse bestuur veel wijn dronk, blijkt uit verschillende stukken in het archief. Zo is een magazijnboekje van het huis Zwanenburg uit de 18de eeuw bewaard gebleven, waarin (vermoedelijk door de toeziener) per jaar werd vastgelegd hoeveel flessen wijn werden ingekocht en hoeveel er werden geopend. Daarbij gaf hij aan welke reden men had om te drinken en welke drank werd genuttigd. Zo maakte hij onderscheid tussen rode en witte wijnen, tussen Rijnse, Moezel, Bourgondische wijnen, wijnen uit Champagne en Malaga en tussen de sterke dranken Arak en Rum. Hij noteerde ook wanneer flessen werden weggegooid, omdat zij stuk waren of omdat de drank was bedorven. Een gedeelte van dit boekje is te zien in de onderstaande afbeelding, waarbij veranderingen van de wijnvoorraad tussen 1772 en 1780 zijn weergegeven.

Fragment uit het magazijnboek van de wijnen, 1737-1791

Links staan de hoeveelheden aan ingekochte flessen wijn genoteerd. Zo werden op 14 maart 1778 269 flessen rode wijn uit Den Haag ingebracht en op 24 december ontving men 23 flessen Arak of Rum uit Rotterdam. Onderaan werden alle flessen opgeteld (7430 en een half) en verminderd met het aantal opgedronken (6875) en weggegooide flessen (555 en een half), om zo weer op nul uit te komen.

Aan de rechterkant beschreef de toeziener wanneer en waarom deze flessen werden gebruikt. Ik noem hier enkele voorbeelden. Op 6 en 7 juli 1772 werd een rechtsdag gehouden in het gemeenlandshuis, waarvoor in totaal 67 flessen drank werden opengemaakt. Na de afsluiting van de Grote Schouw op 26 augustus 1773 werden 61 flessen uit de voorraad gehaald. De landmeter Melchior Bolstra mocht af en toe ook flessen meenemen: op 3 en 4 juli kreeg hij één fles rode en één fles witte wijn mee. Bovenal blijkt uit deze lijst dat het Rijnlandse bestuur een voorkeur had voor rode wijn.

Hadden de Rijnlandse bestuurders een drankprobleem? Een beetje misschien. De hoeveelheden wijn die in het magazijnboekje worden opgesomd zijn behoorlijk. Maar bedacht moet wel worden dat drank toen een lager alcoholpercentage had dan tegenwoordig. Daarbij mogen we aannemen dat de flessen pas werden opengetrokken nadat de belangrijke beslissingen werden genomen…

Bekijk het gehele magazijnboekje