Een man van betekenis: een toewijding aan Johannes Hudde

7 januari 2022
hudde.jpg Auteur: Janneke Groen

Johannes Hudde, heer van Waveren en Sloterdijk (1628-1704), was een briljant wiskundige. Dat zijn tijdgenoten ook zo over hem dachten blijkt wel uit een kaart van Rijnland en Amstelland gemaakt door Nicolaes Visscher I rond 1698. In de rechterbovenhoek pronkt het familiewapen van Hudde, met daaronder een toewijding in het Latijn. Vlug vertaald staat er het volgende:

Aan de allergrootste, voortreffelijkste en kundigste heer Johannes Hudde, raadgever, vroedman, schatbewaarder etc. van de stad Amsterdam, hoogste wiskundige heeft Nicolaus Visscher deze kaart opgedragen.

Afbeelding: Michiel van Musscher, Portret van Johannes Hudde (1686), beschikbaar via het Rijksmuseum

Waar had Hudde deze toewijding aan verdiend? Daar geeft Visscher maar kort antwoord op. Ten eerste roemt hij Hudde als raadgever en vroedman van Amsterdam. Hudde was in 1667 toegetreden tot de vroedschap van de stad. In het Rampjaar (1672) werd hij door stadhouder Willem III van Oranje benoemd tot burgemeester. Hij zou, met enkele onderbrekingen, 21 jaar lang deze functie bekleden. Tijdens zijn lange ambtstermijn hield Hudde zich onder andere bezig met de waterhuishouding van de stad, waaronder de bescherming tegen overstromingen en de verversing van het grachtenwater. In 1681 liet Hudde acht marmeren merkstenen inmetselen in de nieuwe IJ-sluizen bij de stad, waarop de hoogte van het gemiddelde vloedpeil van het IJ werd aangegeven als gewenste hoogte van de zeedijken. Dit was ‘negen voet vijf duym boven stadtspeyl’, (ongeveer 2,68 meter boven het oude stadspeil). Het kwam bekend te staan als het Amsterdams Peil. In 1818 werd dit door Koning Willem I vastgesteld als het nationale referentiepeil (tegenwoordig het Normaal Amsterdams Peil).

A-0007.jpg

Ten tweede betitelde Visscher hem als de ‘hoogste wiskundige’. Gedurende zijn leven hield Hudde zich bezig met verschillende soorten wiskunde, waaronder kansberekening en lijfrenteberekeningen. Hij onderhield contacten met bekende wetenschappers als René Descartes, Frans van Schooten jr., Baruch de Spinoza, Gottfried Wilhelm von Leibniz en Christiaan Huygens. Met Huygens correspondeerde Hudde ook over het beheer van kanalen en grachten en gezamenlijk verrichtten zij in 1671 dieptemetingen van de Neder-Rijn en de IJssel in opdracht van de Staten-Generaal.

Er is nog veel interessants over Hudde te schrijven. Maar hier volstaat de conclusie dat op waterstaatkundig en wetenschappelijk niveau hij een man van betekenis is geweest. Maar was dit ook de reden waarom Visscher zijn kaart aan Hudde heeft opgedragen? De kaart werd immers nog gedurende zijn leven gepubliceerd en het lijkt daarom niet alleen te dienen om de man te prijzen. Was het daadwerkelijk de bedoeling van Visscher om zijn bewondering voor de wiskundige uit te spreken? Of was het zijn intentie om, via Hudde, de kaart onder de aandacht te brengen van het stadsbestuur van Amsterdam en zo een groter publiek te bereiken? Dat is een vraag waar, helaas, alleen Visscher het antwoord op wist.

Geraadpleegde bronnen