Een rekening van ‘groote volumineusheijt’

6 december 2024
1.1.1_9763e (1) Auteur: Gert Koese

Jaarlijks stelde de rentmeester van Rijnland een rekening van ontvangsten en uitgaven op. In deze rekening verantwoordde hij de inkomsten uit bijvoorbeeld de morgengelden (de belasting op grondbezit die de ambachten moesten afdragen) en de verhuur van land, en de uitgaven die er in het achterliggende jaar waren gedaan. De belangrijkste uitgaven hadden betrekking op het onderhoud van de Spaarndammerdijk en de helmplanting in de duinen. Dit kwam jaarlijks terug in de titel van de rekening.

Buitengewone proporties

In de eerste decennia van de 18de eeuw zwol de rekening aan tot buitengewone proporties. De tweede rekening van rentmeester Nicolaas Six over 1729 spande de kroon. Met ruim 1100 pagina’s is deze de dikste die ooit werd geproduceerd. De perkamenten band omspant een stapel papier van 20 centimeter. Het geheel is loodzwaar en nauwelijks te hanteren. Wie de rekening openslaat, ziet echter dat van elke pagina slechts een beperkt deel beschreven is met enkele tientallen woorden, neergepend in een bovenmatig grote letter. Kon dit niet anders?

Afbeelding: De tweede rekening van licentiaat-rentmeester Nicolaas Six over 1729.

De tweede rekening van licentiaat-rentmeester Nicolaas Six over 1729

‘Wijdlopigh en duijster’

Dat vond een anonieme memorieschrijver ook. De rekening werd jaarlijks afgehoord en gesloten op de rekendag, die in de praktijk meerdere dagen kon duren. Het afhoren moet letterlijk worden opgevat, het bestond uit het helemaal voorlezen van de rekening ten overstaan van dijkgraaf, hoogheemraden en hoofdingelanden. Waarschijnlijk was het een hoogheemraad of hoofdingeland die in die tijd een document opstelde met de titel ‘memorie op wat wijse de rekening van Rhijnland soude kunnen werden bekort’. In deze vier pagina’s tellende memorie deed hij in voorzichtige bewoordingen voorstellen om de rekening wat korter te maken. Waarom moest elke rekening weer de uit acht pagina’s tekst bestaande commissie (opdracht) van de rentmeester bevatten? En konden bij de ontvangsten van de morgengelden voortaan niet alleen de totalen van de morgens worden genoteerd, met een verwijzing naar de beschrijving in de voorgaande rekening? De aantallen morgens werden bovendien in de tekst voluit geschreven, ze konden in het vervolg beter in een ‘ordinaris bekent cijfergetal’ worden genoteerd. De huidige manier van opschrijven maakte de rekening ‘al te wijdlopigh en dienhalven duijster’. Het drastisch inkorten van de rekening was nodig om een ‘bequaam begrip van saaken te erlangen, dat seer difficiel (moeilijk) is, door de wijdlopige stijl en groote volumineusheijt van het werk soo als het tegenwoordig is’.

Schrijfloon

Wie een rekening doorleest, kan het alleen maar eens zijn met deze memorieschrijver. Het lijkt onzinnig om zo’n onhandel- en onleesbare rekening te schrijven, totdat we ons realiseren dat de rentmeester werd beloond met een schrijfloon van vier stuivers per pagina. Hoe dikker de rekening, hoe hoger het schrijfloon. De rentmeester had het opmaken van de jaarlijkse rekening tot een verdienmodel gemaakt. Uit onderzoek is gebleken dat het bewust toepassen van een wijdlopig handschrift ook bij andere instellingen voorkwam. Voor ons klinkt dit als het ongeoorloofd gebruiken van gemeenschapsgeld. In de vroegmoderne tijd was dit echter een praktijk die lang geaccepteerd was. Hoewel hier en daar wel kritiek klonk, repte de memorieschrijver niet over het schrijfloon. Hij was waarschijnlijk een man van de efficiency: hij wilde vooral een rekening die snel, klip en klaar inzicht gaf in ontvangsten en uitgaven.

Nieuwe instructies

In de vergadering van dijkgraaf, hoogheemraden en hoofdingelanden van 5 december 1730 werd het schrijfloon wel aan de orde gesteld. De heren hadden gezien dat de totale opbrengsten van de recognities (vorm van belasting op gebruik) over 1729 slechts zo’n 92 gulden bedroegen, maar dat de rentmeester 121 pagina’s nodig had om dit te verantwoorden. De rekening werd in viervoud opgemaakt, zodat voor de verantwoording van deze inkomsten in totaal 484 pagina’s nodig waren. Gerekend met een schrijfloon van vier stuivers per pagina waren de kosten van de verantwoording hoger dan de opbrengsten. De heren besloten de rentmeester te verzoeken de rekening te bekorten en om dergelijke uitwassen in de toekomst te voorkomen, een ‘gefixeerde somma’ (vast bedrag) per rekening te betalen.

Rentmeester Nicolaas Six hield zich aan zijn nieuwe instructies. Zijn derde rekening, over 1730, telde slechts 230 pagina’s. Hoewel de schrijfletters nog een behoorlijk formaat hadden, was de tekst een stuk bondiger geworden. Of de eerdergenoemde memorie ook in de overwegingen van het college is meegenomen is niet bekend, maar een ‘bequaam begrip van saaken’ lag weer binnen handbereik.

Bronnen:

  • NL-LdnHHR, Oud Archief Rijnland, inv.nr 29, ‘Resolutie van dijkgraaf, hoogheemraden en hoofdingelanden van 5 december 1730’.
  • NL-LdnHHR, Oud Archief Rijnland, inv.nr 10280, ‘Memorie op wat wijse de rekening van Rhijnland soude kunnen werden bekort', z.j. (c. 1729). 1 stuk
  • Milja van Tielhof, Consensus en conflict. Waterbeheer in de Nederlanden 1200-1800 (Hilversum 2022), 187-193.