‘Tot datter de doot naer volcht’

11 mei 2022
NL-LdnHHR_1.1.1_0516_00224 Auteur: Gert Koese

Op 9 juli 1587 vond er een gruwelijk incident plaats in de herberg van Foy Aelbertszoon op de Spaarndammerdijk in Halfweg. Jan Wollebrantszoon (alias Jan Braessem) stormde de gelagkamer binnen. Daar waren op dat moment meerdere mensen aanwezig, waaronder Jan Franszoon, sluiswachter en opzichter van de Spaarndammerdijk.

Jan Braessem liep op hem toe en stak hem tweemaal in de borst, zodat de sluiswachter ‘terstont dair nair doot gebleven was’. Enkele aanwezigen probeerden hem het toesteken te beletten, maar Jan Braessem riep een zekere Harman Albertszoon (alias Harman de Slager) te hulp. Terwijl Harman de omstanders tegenhield, lukte het Jan Braessem de sluiswachter dood te steken.

Ging er een ruzie aan deze moordpartij vooraf? De bronnen vermelden het niet. Wel pakte de dijkgraaf van Rijnland de moordenaar al vrij snel op en sloot hem op in het Gravensteen, de stadsgevangenis in Leiden, in afwachting van het strafproces. De hoogheemraden van Rijnland konden deze zaak zelf afdoen, want zij hadden de hoge jurisdictie in het gebied van het hoogheemraadschap. Deze bevoegdheid om recht te spreken in waterstaatzaken ging terug op een oorkonde van graaf Floris V uit 1286 en heeft bestaan totdat ze in 1841 werd afgeschaft. De dijkgraaf fungeerde in een geding als openbaar aanklager en de hoogheemraden velden het vonnis.

Het zag er voor Jan Braessem niet best uit. De hoogheemraden maakten korte metten met deze moordenaar, die nota bene een functionaris van het hoogheemraadschap had gedood. Op 14 augustus 1587 las de secretaris van Rijnland het vonnis aan hem voor in de examineerkamer van het Gravensteen. Jan zou voor het Gravensteen door de scherprechter met het zwaard worden geëxecuteerd ‘tot datter de doot naer volcht’ en daarna zou zijn hoofd worden getransporteerd naar de gerechtsplaats van het hoogheemraadschap. Ten noordoosten van Halfweg stond daar een galg opgesteld op een stuk buitendijks land, Den Heyning genaamd. Het afgehakte hoofd zou daar op een staak worden geplaatst en aan de galg genageld. Verder werden zijn goederen verbeurd verklaard. Nadat Jan Braessem zijn vonnis had aangehoord, werd de tekst nogmaals voorgelezen, maar nu buiten voor het massaal toegestroomde volk. Het vonnis zal diezelfde dag zijn uitgevoerd. Het is het enige doodvonnis dat de hoogheemraden in al die eeuwen hebben uitgesproken. Of Harman de Slager, die als medeplichtige kon worden aangemerkt, op vrije voeten bleef, vermeldt het dingboek niet.