Uitgelicht

  • Rijnland over de grenzen heen: internationale samenwerking tussen 2000-2005

    Rijnlands waterbeheer speelt zich niet alleen binnen het eigen beheergebied af. Het water dat door de Rijnlandse boezem stroomt komt voor een deel ergens anders vandaan. Het hoogheemraadschap moet daarom regelmatig over de eigen grenzen heen kijken en de samenwerking met andere partijen aangaan om waterproblematiek, zoals wateroverlast en droogte, tegen te gaan.
  • Een ‘parlementair stekelvarkentje’: J.W.H. Rutgers van Rozenburg

    In 2026 is het 150 jaar geleden dat het Noordzeekanaal officieel werd geopend. Vlak daarvoor, op 12 december 2025, wordt in dat kader het boek Rond het Noordzeekanaal: waterbeheer aan weerszijden van het kanaal 1860-1880 gepresenteerd. Hierin gaan verschillende auteurs in op de aanleg van het Noordzeekanaal en de gevolgen daarvan voor enerzijds het hoogheemraadschap van Rijnland en anderzijds het hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland. In het boek komt onder andere naar voren hoe het project door Rijnland werd ervaren. Dat dit niet gemakkelijk ging blijkt wel uit onderzoek van Ludy Giebels: het gold als een bijna traumatische ervaring voor het hoogheemraadschap.
  • Administratie en archiefbeheer: de taken van een zestiende-eeuwse secretaris

    Voor het uitvoeren van zijn taken werd het Rijnlandse bestuur ondersteund door een aantal functionarissen. Hierbij speelden vooral de rentmeester en secretaris belangrijke rollen. De rentmeester hield de financiën van het hoogheemraadschap op orde, terwijl de secretaris de administratieve kant onder zijn hoede nam. Het ambt van de secretaris was ontstaan uit de functie van de klerk. Tot ver in de zestiende eeuw werd de secretaris nog onder deze titel aangeschreven. Om het nog iets ingewikkelder te maken, soms werd de functie van secretaris of klerk zelfs gecombineerd met die van de rentmeester.
  • Evacuatie van Rijnlands goudleer in oorlogstijd

    “Kan niet komen, geen verbinding.” Dat liet goudleerrestaurator F. Bauer uit Bussum via een telegram aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland weten. Hij stuurde dit op 10 mei 1940, de dag waarop de Duitse aanval en daarmee de Tweede Wereldoorlog voor Nederland begon.
  • Beheerde stuifduinen

    Eeuwenlang werd de zeereep strak in de helm gehouden om de waterveiligheid van de zeewering te garanderen en het achterland te behoeden tegen het overstromen van de zee. Door de hoge kosten waren duinen voor het Hoogheemraadschap van Rijnland meer een zorgenkind dan dijken. In de 18de eeuw bedroegen de uitgaven aan duinbeheer ongeveer 15 procent van de totale uitgaven van Rijnland. Enige jaren geleden bracht het hoogheemraadschap een nieuwe kustnota uit, met daarin nieuwe vormen om het zeewater en de duinen te beheren. Binnen de normen van de veiligstelling kwam er ruimte voor meer dynamiek in de zeereep.
  • De herkomst van Rijnlandse poldernamen

    In geen enkel land zijn zoveel polders als in Nederland. Deze bedijkte stukken land liggen in de regel langs de rivieren, in de kust- en deltagebieden. Het woord polder is afgeleid van het Oudnederlandse woord ‘polra’ dat "verhoging van aangeslibd land" betekent en verwant is met woorden als '(uit)puilen' en 'poel'. Dit artikel gaat over de herkomst van de intrigerende namen die enkele Rijnlandse polders kregen: Boe, Piest, Morsebel, Bonte Kriel en poldereiland Faljeril.