In 2004 maakte het waterschap Groot-Haarlemmermeer zich op voor de fusie met het hoogheemraadschap van Rijnland. Als bedankje voor alle verrichte werkzaamheden kregen alle medewerkers een beeldje van Jan Adriaanszoon Leeghwater, vervaardigd door de kunstenaar Karel Gomes. Daarbij onthulde de laatste dijkgraaf van het waterschap, R. van Gaalen, een levensgroot beeld van de ingenieur naast het Polderhuis te Hoofddorp. Het kunstwerk werd geschonken aan de Haarlemmermeerse gemeenschap, naar aanleiding van de opheffing van het waterschap.
Waarom werd gekozen voor een beeld van Leeghwater? Volgens het opschrift staat deze waterbouwkundige ‘symbool voor allen die in de 17e, 18e en 19e eeuw plannen maakten voor de droogmaking van het Haarlemmermeer.’ Hij was één van de eersten die plannen ontwikkelde om de Waterwolf, deze enorme binnenzee, te temmen. Na hem zouden velen proberen om het Rijnlandse bestuur te overtuigen van het belang van dit project, zonder succes. Uiteindelijk werd het meer pas in 1852 drooggelegd. Desondanks staat Leeghwater – in binnen- en buitenland – bekend als dé belangrijkste waterbouwkundige van de Gouden Eeuw. Wat valt nog meer over hem te vertellen?
Het leven van...
Jan Adriaansz. werd in 1575 geboren in De Rijp. Over zijn jeugd is weinig bekend, behalve dat zijn vader, Adriaan Symonsz., een timmerman was die hem opleidde in het vak. Van de naam ‘Leeghwater’ was nog lang geen sprake. Jan Adriaansz. nam deze ‘artiestennaam’ aan naar aanleiding van een octrooiaanvraag die hij en twee dorpsgenoten in 1605 indienden bij de Staten van Holland. Waar het octrooi precies voor verleend werd is onduidelijk. In het stuk staat dat het ging om een ‘waterconste’, waarmee men onder water kon duiken, zitten, staan, liggen, eten, drinken, lezen en schrijven. Vermoedelijk ging het om een prototype van een duikerklok. In 1605 mocht Leeghwater in Den Haag een demonstratie geven voor de prinsen Maurits en Frederik Hendrik van Oranje. Enige tijd later herhaalde hij dezelfde truc op de kermis in Amsterdam. Beide keren wist Leeghwater bijna een uur onder water te blijven.
Portret van Jan Adriaansz Leeghwater, waterbouwkundige, Salomon Savery, naar Thomas de Keyser, 1643. Beschikbaar via het Rijksmuseum.
Deze demonstraties hadden Leeghwater op de kaart gezet. Zo werd hij, via via, betrokken bij de droogmaking van de Beemster. Hij werd aangesteld als plaatselijke adviseur, die landmetingen verrichte, adviseerde over het traject van de ringdijk en meedacht over de afwatering. Bij de droogmaking werd gebruik gemaakt van de achtkante bovenkruier, een molen die door Leeghwater uitgevonden zou zijn. Uit onderzoek bleek echter dat er vóór de droogmaking van de Beemster (en zelfs voor Leeghwaters geboorte) al achtkante molens bestonden. Desondanks laat het zien dat Leeghwater zijn stempel wist te drukken op de droogmakerij. Dat hij zulke invloed kon blijven uitoefenen blijkt uit het verdere verloop van zijn carrière. Alleen al in Noord-Holland werd de waterbouwkundige betrokken bij de droogmaking van de Purmer, de Wijde Wormer, de Heerhugowaard, de Schermer, het Starnmeer en het Bijlmermeer.
Buiten Holland zou Leeghwater een bijdrage hebben geleverd aan het droogleggen van het geïnundeerde gebied rondom Den Bosch tijdens het beleg van de stad in 1629 (hoewel er geen bronnen zijn uit deze periode die dit bevestigen). In het buitenland werd gebruik gemaakt van zijn expertise bij de drooglegging van enkele veen- en moerasgebieden in Frankrijk en Duitsland. Zelfs de Engelse koning Karel I zou specifiek om Leeghwater hebben gevraagd.
In de laatste jaren van zijn leven hield hij zich voornamelijk bezig met het ontwerpen van verschillende plannen voor de droogmaking van het Haarlemmermeer. Telkens diende hij een ander plan in, waarbij met behulp van honderden windmolens het meer drooggemalen moest worden. Deze ontwerpen werkte hij uit in het Haarlemmermeer-boek, dat voor het eerst in 1641 verscheen en tijdens zijn leven nog een paar keer is herdrukt. Hiermee probeerde hij de Staten van Holland en het hoogheemraadschap te overtuigen van de noodzaak van het plan. Met behulp van prachtige tekeningen en gedichten hoopte hij zijn ontwerpen te kunnen verkopen, maar het mocht niet baten. Zijn plannen zijn nooit uitgevoerd. In 1650 overleed Leeghwater op 75-jarige leeftijd.
Caerte ende voorbereijdinge tot het bedijcken ende droochmaken vande Haerlemer-Meer, Jan Adriaansz. Leeghwater, 1640. Beschikbaar via Rijnland.
Genie of charlatan?
Toen in de 19de eeuw plannen werden gemaakt om het Haarlemmermeer droog te leggen, werd het werk van Leeghwater opnieuw populair. Er verschenen talloze historische onderzoeken, biografieën en romans over de zelfverklaarde ingenieur (hij had namelijk nooit een opleiding gevolgd).
Leeghwater is vaak beschreven als een echte alleskunner. Naast waterbouwkunde hield hij zich ook bezig met architectuur en de kunsten. Leeghwater maakte bestekken voor verschillende bouwwerken, waaronder het stadhuis van De Rijp, en hij werkte mee aan de bouw van het Paleis op de Dam. Dat hij een liefhebber van beeld- en woordkunst was, blijkt alleen al uit de gedichten en tekeningen die voorkomen in de verschillende versies van het Haarlemmermeerboek en op de ontwerptekeningen.
Verschillende historici beschuldigen Leeghwater ervan dat hij zich groter voordeed dan dat hij eigenlijk was. Hij pronkte met ideeën van anderen, hij gebruikte slinkse verkooppraatjes om (mogelijke) investeerders over te halen en zijn financiële berekeningen vielen vaak lager uit dan gemiddeld om zijn plannen aantrekkelijker te maken. Maar om te beweren dat Leeghwater niet wist waar hij het over had gaat wat ver. Dat blijkt alleen al uit de hoeveelheid droogmakerijen waar hij bij betrokken was. Nu vervulde hij vaak een adviserende rol, maar keer op keer werd om zijn advies gevraagd. Dat getuigt toch van enige expertise.
Wellicht is de omschrijving van Leeghwater als genie wat kort door de bocht. Daarentegen is het ook niet juist om hem als charlatan af te schrijven. In dit geval is het beter om de middenweg te kiezen. Leeghwater was een opportunistisch vakman: iemand met verstand van zaken, die op allerlei manieren probeerde om opdrachten binnen te halen. Vanuit dit oogpunt is het enigszins ironisch dat Leeghwater zijn Haarlemmermeer-boek afsluit met de spreuk ‘Nihil ab omni parte beatum’. ‘Niets is in elk opzicht volmaakt’, ook Leeghwater zelf niet.
Het beeld van Leeghwater
Zestien jaar lang stond het beeld van Leeghwater in de tuin van het Polderhuis. In 2020 is het beeld door Rijnland weggehaald om het een nieuwe bestemming te geven. Nu staat het in het nieuwe gemaalpark vlakbij gemaal Leeghwater in Buitenkaag. Zo heeft het beeld weer een symbolische plek, langs de oevers van de voormalige Waterwolf.
Afbeelding van het beeldje van Leeghwater.
Bronnen
D. Aten, M. Joustra en H. van Zwet, Leeghwater en het Haarlemmermeer (Alkmaar, 2009).
D. de Herder, J. Monnikendam en H. Woestenburg, Leeghwater. Idealist en molenmaker (Hoorn, 1975).