Eeuwenlang werd de zeereep strak in de helm gehouden om de waterveiligheid van de zeewering te garanderen en het achterland te behoeden tegen het overstromen van de zee. Door de hoge kosten waren duinen voor het Hoogheemraadschap van Rijnland meer een zorgenkind dan dijken. In de 18de eeuw bedroegen de uitgaven aan duinbeheer ongeveer 15 procent van de totale uitgaven van Rijnland. Enige jaren geleden bracht het hoogheemraadschap een nieuwe kustnota uit, met daarin nieuwe vormen om het zeewater en de duinen te beheren. Binnen de normen van de veiligstelling kwam er ruimte voor meer dynamiek in de zeereep.
Op wereldschaal zijn onze duinen heel bijzonder. De grote variatie in duinzand en duinvormen zoals wij hebben, komt bijna nergens voor. De zeereep, de eerste duinenrij vanaf het strand, is een belangrijk onderdeel van onze kustverdediging. Voor 1990 werden zandige plekken in de duinen met helm vastgelegd, waardoor de natuurlijke dynamiek (wandelen van duinen) tot stilstand kwam. De zeereep werd een statische groene dijk. In de loop der jaren zijn we erachter gekomen dat zo’n ‘vaste zanddijk’ onnatuurlijk is en de dynamiek van wind, zout en stuivend zand in de achterliggende duinen tegengaat.
Afbeelding 1. Openbare aanbesteding van diverse werken, waaronder helmbeplanting bij Zandvoort, Noordwijk en Katwijk, 26-03-1860. BKM-0171
Nieuwe inzichten
Helm, stuifschermen en vakken met rijshout zijn nodig op plaatsen waar je geen verstuiving wilt, zoals een smalle duinenrij. Maar een robuust duingebied ontstaat als de wind op bepaalde stuifplekken vrij spel heeft. Duinen moeten zich blijven vernieuwen door in beweging te blijven. Er is veel onderzoek verricht om te kijken wat de sturende variabelen zijn van het stuiven van zand.
Aanleiding was het natuurlijk ontstaan van een stuifkuil in het Prinsenduin (Meijendel) in 1982. Er werd met het hoogheemraadschap overeengekomen, dat deze beginnende stuifkuil niet met helm werd beplant. Rijnland gaf opdracht hoogtemetingen uit te voeren en rapport uit te brengen over de veranderingen. Mocht het naar de zin van Rijnland verkeerd gaan, dan moest er veel helm worden geplant. Over meerdere jaren onderzocht men met luchtfoto's en lasermetingen de hoogte en breedte van de duinen. Uiteindelijk hoefde er geen helm te worden bij geplant en was de stuifkuil na 15 jaar weer volledig natuurlijk gestabiliseerd. Als er een breed duingebied is (de duinen uit meerdere rijen bestaan), blijkt er ruimte te zijn voor dynamische landschapsvormen zoals ondiepe stuifkuilen.
Ook tijdens het uitvoeren van het Deltaplan kwamen waterbeheerders tot nieuwe inzichten. In plaats van een harde kering had men in de kust een open dam gebouwd, zodat de natuur in de Oosterschelde niet al te veel verstoord zou worden. Geïnspireerd door dit idee sloeg men een geul in de Noord-Hollandse duinen bij Schoorl om weer een getijdengebied te creëren. Deze door de mens gemaakte doorbraak in de duinen gaf de zee meer speelruimte waardoor de druk op de kust verminderde.
Bewegende duinen zijn gezonde duinen
In het voorbije decennium zijn er tientallen inkepingen of 'kerven' gegraven in de Nederlandse duinen om zo de mate van verstuiving te vergroten. Bij het maken van zo'n kerf wordt alleen de bovenste vier meter zand van het duin verwijderd, zodat de wind het zand makkelijker kan verstrooien. De kerven komen een aantal meters boven zeeniveau te liggen.
Door deze ingrepen wordt met de wind zand vanaf het strand de eerste duinenrij in geblazen. Deze verstuiving van strandzand naar en over de eerste duinenrij is belangrijk voor het in evenwicht houden van het duingebied. Op een aantal locaties in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland wordt ervaring opgedaan met het nieuwe zeereepbeheer. Dit dynamisch kustbeheer draagt bij aan de waterveiligheid van het achterland en daarom vergunde Rijnland een paar uiteenlopende projecten: de stuifkuil bij Wassenaar en de Noordwest Natuurkern bij Bloemendaal.
In 2025 is het twaalf jaar geleden dat er vijf windsleuven werden gegraven in de zeereep ten noorden van Bloemendaal aan Zee. De effecten van deze projecten werden jaarlijks nauwkeurig opgemeten. Twaalf jaar later zijn de resultaten boven verwachting: de duinen zijn enorm aangegroeid en weer gaan wandelen.
Parallel met de rivieren
Er is een interessante parallel met de moderne omgang met onze rivieren. Daar was het antwoord op toenemend smelt- en regenwater lange tijd: hogere en sterkere dijken bouwen om de rivieren binnen hun bedding te houden. Rijnland heeft verschillende piekbergingen gemaakt als overloopgebieden voor extra rivier- of regenwater. Nederland is kwetsbaar voor overstromingen. Niet alleen vanuit zee, maar ook vanuit onze rivieren. Daarom geven we de rivieren meer ruimte om het water veilig af te kunnen voeren. Zo werken we aan de veiligheid van ons rivierengebied. Ruimte maken in de zeereep voor wind en zand is ook zo’n veiligheidsmaatregel die zijn nut inmiddels volop heeft bewezen.
Bronnen
- Arens, S.M. (2009), De Stuifkuil bij Wassenaar; hoogtemetingen oktober 2008. Notitie RAP2008.042 in opdracht van Hoogheemraadschap van Rijnland, 13 januari 2009, 19 pp
- Rijksoverheid. Zie: Dynamisch kustbeheer | Dynamisch Kustbeheer
- OBN natuurkennis. Zie: N08 Open duinen | Natuurkennis
- Hoogheemraadschap Rijnland. Zie: Duinbeheer - Hoogheemraadschap van Rijnland en Uitgelegd: Wat zijn die gaten in de duinen?