Voordat het metriek stelsel werd ingevoerd in Nederland was er een verscheidenheid aan lengte- en oppervlaktematen die overal van elkaar verschilden. Een van deze maten, de Rijnlandse roede – gelijk aan 3,767 meter – werd van origine voornamelijk gehanteerd in het gebied van het gelijknamige hoogheemraadschap. In de loop der jaren zou deze lengtemaat in steeds meer delen van het land gebruikt worden. In een video uit 2021 in de serie Eeuwig Erfgoed werden de Rijnlandse roede en voet al eens besproken. Als we de Franse Tijd (1795-1813) nader bekijken, waarin de centralisatiewens van opeenvolgende regimes zich onder meer uitte in verschillende pogingen tot de uniformering van eenheden, zien we dat het verhaal van de Rijnlandse roede een interessante wending neemt. Ondanks de wens aan Franse zijde om het metriek stelsel in te voeren werd aan het gebruik van de roede juist legitimiteit gegeven. In 1808 werd deze namelijk kortstondig vastgesteld als standaardmaat voor de verponding, oftewel de grondbelasting. De lengtemaat is een aardig voorbeeld van continuïteit in tijden van radicale politieke verandering.
Vroege geschiedenis en initiële verspreiding van de Rijnlandse roede
Vanaf de veertiende eeuw zien we dat de Rijnlandse roede als lengtemaat gebruikt werd met ruwweg dezelfde afmeting als in de eeuwen daarna: één roede stond gelijk aan 3,767 meter. Deze was destijds echter nog niet officieel vastgesteld. Dit gebeurde aan het begin van de zeventiende eeuw, op orders van prins Maurits, in 1609. De lengtemaat werd aangebracht langs de gevel van het stadhuis van Leiden tussen twee ijzeren punten en is daar vandaag de dag nog steeds te zien. In de achttiende eeuw heeft de wiskundige Johan Lulofs nogmaals een nauwkeurige berekening gemaakt van de roede. Tegelijkertijd werd de roede ook als oppervlaktemaat gebruikt: één roede stond hier ruwweg gelijk aan 14,19 vierkante meter. Eerst waren het voornamelijk de Rijnlandse landmeters die in hun werkzaamheden gebruik maakten van de lengtemaat. In de vijftiende en zestiende eeuw werden zij door het hoogheemraadschap beëdigd en moesten zij zweren om in hun taak uitsluitend de Rijnlandse roede te gebruiken. Op deze manier kreeg de roede geleidelijk bekendheid in het beheergebied van het hoogheemraadschap.

Afbeelding: Vroegere en tegenwoordige vlaktematen, O. Koets, 1915
Het gebruik van eigen lengte- en oppervlaktematen was niet uitsluitend een Rijnlands fenomeen; talloze plaatsen hadden allerlei verschillende eenheden. Zo ervaarde landmeter Jan Pieterszoon Dou dat in de verschillende regio's waar hij werkzaam was een veelheid aan maten werd gebruikt. In 1629 schreef hij hierover het Tractaet vande roeden ende landt-maten door Hollant ende West-Vrieslandt met meer andere plaetsen, waarin hij meerdere van deze naast elkaar zette zoals de Hondsbossche, Amsterdamse en Rijnlandse roede. De variëteit betekende niet dat het gebruik van één dezelfde roede op verschillende plekken uitgesloten was. Het gewest Holland en andere hoogheemraadschappen als Schieland en Delfland maakten vanaf de zeventiende eeuw wijdverbreid gebruik van de Rijnlandse maat. De Universiteit Leiden paste het eveneens toe in het onderwijs en de wetenschap. De roede werd tegelijkertijd in de rest van de Republiek steeds vaker gehanteerd als een de facto standaard bij plekken met onvolkomen plaatselijke maten.
De Franse Tijd
Met ingang van de Franse Tijd in 1795 zien we dat, op aandringen van Frankrijk, in toenemende mate werd gestreefd naar het creëren van een unitaire staat. Als gevolg hiervan waren maatregelen met als doel het centraliseren van het staatsbestel gedurende de hele periode aan de orde van de dag. Dit betekende dat onder andere met argwaan werd gekeken naar het waterschap als institutie. Deze zou qua samenstelling archaïsch zijn en onpraktisch in het waterbeheer, met name vanwege de grote hoeveelheid verschillende waterschappen die vaak op een eigen wijze handelden. De verschillende lengte- en oppervlaktematen vormden ook struikelblokken in het voortschrijdende centraliseringsproces. De vraag was echter welke eenheid gekozen moest worden als de norm. Tijdens de elf turbulente jaren van de Bataafse Republiek tussen 1795 en 1806 werd door de verschillende politieke facties gediscussieerd over de vraag of het metriek stelsel dan wel de Amsterdamse of Rijnlandse maten als norm moest dienen. Gematigden, waaronder Rutger Jan Schimmelpenninck, stelden een overgangsperiode voor waarin Nederlandse maten gebruikt zouden worden tot aan de officiële invoering van het metriek stelsel. De constante politieke instabiliteit zorgde er echter voor dat hieromtrent geen eenduidig besluit werd genomen.
De oprichting van het Koninkrijk Holland in 1806 en de kroning van Lodewijk Napoleon betekenden niet automatisch het verdwijnen van de Rijnlandse roede als gevolg van toegenomen Franse invloed. De wens naar een grotere mate van centralisatie werd geleidelijk in de praktijk gebracht tijdens de herstructurering van de staatsinrichting en de wil van bovenaf om het metriek stelsel landelijk in te voeren was reëel. Toch werd om pragmatische redenen voor een tijd vastgehouden aan oude maten. De grondbelasting moest op korte termijn worden gestroomlijnd en hier was één vaste maat voor nodig. Op 18 februari 1808 werd gekozen voor de Rijnlandse roede. De door Lulofs al vastgestelde meting werd hiervoor toegepast. De lengtemaat, aanvankelijk vooral gebruikt voor de aangelegenheden van het hoogheemraadschap van Rijnland, was nu officieel een landelijke standaard geworden.
De continuïteit in het gebruik van oude maten en de introductie van een nieuw systeem vormden zo twee overlappende ontwikkelingen; van een radicale breuk was geen sprake. Dit is te zien in eigentijdse kranten. Bij de bekendmaking van de invoering van de Rijnlandse roede als standaard werd bijvoorbeeld genoteerd hoeveel meter gelijk was aan de roede. Uiteindelijk werd op 1 februari 1809 aangekondigd dat, aan de hand van de Wet tot invoering van een algemeen stelsel van Maten en Gewigten in het Koningryk Holland, de meter de basis zou gaan vormen van het nieuwe landelijke systeem van maten en gewichten. Het gebruik van oude maten zou daarbij in heel Nederland worden verboden. Voordat de wet in werking kon treden werd het Koninkrijk echter ingelijfd bij het Franse Keizerrijk in 1810. Hier werd nog verder afstand gedaan van de Rijnlandse roede en zijn de ontwikkelingen met betrekking tot de algehele invoering van het metriek stelsel voortgezet.
Afbeelding 2: Detail uit schetskaart van de Huiszitter- en Kniplaanpolders onder Stompwijk, 1813 (HHR, collectie kaarten, A-1064).
Een onverwachte terugkeer
Na de val van het Franse Keizerrijk en de aankomst van Willem I in Nederland in 1813 zien we dat de kwestie van lengte- en oppervlaktematen een politiek vraagstuk blijft. De koning deed namelijk afstand van het metriek stelsel en de Rijnlandse roede keerde plotseling terug in het dagelijks gebruik. Dit is onder andere zichtbaar in het archief van het hoogheemraadschap van Rijnland. Op verschillende kaarten uit 1813 werd de lengtemaat vermeld. De betekenis van de Rijnlandse roede veranderde zo in korte tijd per opeenvolgend regime: van een ouderwetse hindernis tot een praktische noodzaak en uiteindelijk een eenheid met een onderscheiden nationaal karakter. Heel lang bleef de roede hierna niet officieel in stand. In 1820 werd het metriek stelsel weer formeel landelijk ingevoerd, hoewel met Nederlandse benamingen voor de eenheden zoals de el, palm en duim. In 1870 werden de internationale benamingen de standaard die tot op de dag van vandaag worden gebruikt. Een sector waar de Rijnlandse roede nog wel als oppervlaktemaat wordt gebruikt, hoewel op een eigen manier, is de bloembollenteelt: 700 roeden staan hier ruwweg gelijk aan één hectare.

Afbeelding 3: Detail uit kaartje voorstellende de legging der landen aan de zuid zijde van het hooge Mallegat strekkende van de brug in de Noordwijkerweg tot aan de brug in de Hoorneslaan, waarop met een roode lijn is aangetoond de anderhalve roede gronds aan Rhijnland toebehoorende, 1813 (HHR, collectie kaarten, A-0470). ]
Literatuur en bronnen
- Dou, Jan Pieterszoon. Tractaet van de roeden ende landt-maten, door Hollant ende West-Vrieslant, met meer andere plaetsen: de selve by roeden-lengten, roedenquadraet, ende morgens, elcx in haer recht proportie jegens den anderen gecalculeert, ende in verscheyden tafelen beschreven. Leiden, 1629.
- Fockema Andreae, S.J. "De Rijnlandsche Roede: geschiedenis eener oud-nederlandsche landmaat." Tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap 49, no.5 (1932): 635-657.
- Maenen, Johannes Maria Augustinus. "De invoering van het metrieke stelsel in tussen 1793 en 1880: aspecten van een beschavingsproces." Proefschrift, Radboud Universiteit, 2002.
- Manshanden, Joke. "Leven en werk van drie generaties Dou." In Dou: Landmeters in Rijnland en Hollands Noorderkwartier, 1600-1680, geredigeerd door Diederik Aten en Paul Schevenhoven, 6-16. Heerhugowaard: Vrienden van de Hondsbossche, 2016.
- Roessingh, H.K. "Gelderse lengtematen in de 17e en 18e eeuw. Een empirische benadering." Bijdragen en Mededelingen Betreffende de Geschiedenis der Nederlanden 83 (1969): 53-98.
- Toussaint, Bert. "Eerbiedwaardig of uit de tijd? De positie van waterschappen tussen 1795 en 1870." Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 18, no.2 (2009): 25-39.
- Van Tielhof, Milja en Petra J.E.M van Dam. Waterstaat in stedenland. Het hoogheemraadschap van Rijnland tot 1857. Utrecht: Uitgeverij Matrijs, 2006.
- Van Zwet, Han. Lofwaerdige dijckagies en miserabele polders. Een financiële analyse van landaanwinningsprojecten in Hollands Noorderkwartier, 1597-1643. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2009.
- Advertentie. "Koninklijke courant". 's-Gravenhage, 07-03-1808, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010239391:mpeg21:p004
- Advertentie. "Koninklijke courant". 's-Gravenhage, 03-10-1808, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010239574:mpeg21:p003
- "Amsterdamse courant". Amsterdam, 21-02-1809, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010720395:mpeg21:p001
- Meertens Instituut. "De oude Nederlandse maten en gewichten." Maten en gewichten (knaw.nl).