Evacuatie van Rijnlands goudleer in oorlogstijd

7 mei 2025
FOTO-000269 Auteur: Janneke Groen. Foto: Gemeenlandshuis van Rijnland aan de Breestraat tijdens de Tweede Wereldoorlog (1943).

“Kan niet komen, geen verbinding.” Dat liet goudleerrestaurator F. Bauer uit Bussum via een telegram aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland weten. Hij stuurde dit op 10 mei 1940, de dag waarop de Duitse aanval en daarmee de Tweede Wereldoorlog voor Nederland begon.

Afb.1-1.1.2_1363

Afbeelding 1: Telegram van F. Bauer aan dijkgraaf en hoogheemraden van 10 mei 1940.

Voor velen kwam de oorlog niet als een verrassing. Ook het Rijnlandse bestuur zag de bui al hangen toen Nazi-Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel en Engeland en Frankrijk aan Duitsland de oorlog verklaarden. Enkele dagen daarna nam het college verschillende besluiten om de archieven en het erfgoed in het gemeenlandshuis aan de Breestraat in veiligheid te brengen wanneer de oorlog Nederland zou bereiken. Onder andere werd de archiefruimte tegen diverse oorlogsgevaren zoals bombardementen, brand en (later) inundaties ingericht. De ramen werden geblindeerd, er werd een dikke grindlaag op het dak aangebracht en de tijdelijke houten vloeren in de ruimtes werden vervangen door vaste en brandveilige varianten. Daarnaast besloot men om de archieven zelf, normaal bewaard over drie verschillende verdiepingen, over de twee onderste verdiepingen te verspreiden.

Het plan voor evacuatie

Ook voor het erfgoed werden veiligheidsmaatregelen ingesteld. Daarbij besteedde het bestuur vooral veel aandacht aan het achttiende-eeuwse goudleerbehang uit de Grote Zaal. Op 8 september 1939 dienden dijkgraaf en hoogheemraden een verzoek in bij het college van curatoren van de Rijksuniversiteit van Leiden. Want “zou het luchtgevaar dreigend worden, dan zou dit behang moeten worden afgenomen en op rollen bewaard.” Omdat in de kelders van het gemeenlandshuis geen ruimte was, vroeg het bestuur zich af of het mogelijk zou zijn om het behang op te slaan in het souterrain van een universiteitsgebouw aan de 1e Binnenvestgracht. Het ging hier om het voormalig academisch ziekenhuis, waar sinds 1932 het Museum van Volkenkunde (tegenwoordig Wereldmuseum) was gehuisvest. Een week later liet men vanuit de Rijksuniversiteit weten dat het goudleer daar terecht kon.

Afb.2-FOTO-001074

Afbeelding 2: Foto van de Grote Zaal van het gemeenlandshuis van Rijnland door A.J. van der Stok jr., 1896. FOTO-001074

Tegelijkertijd zochten dijkgraaf en hoogheemraden contact met goudleerrestaurator F. Bauer. De bedoeling was om een plan op te zetten “dat in tijd van nood onmiddellijk [kon] worden uitgevoerd.” De keuze viel op Bauer omdat hij in 1936 al herstelwerkzaamheden had verricht aan het goudleer. Tijdens een bezoek ter plaatse kwamen de partijen overeen dat het behang niet op rollen gedraaid zou worden, zoals het bestuur eerst voor ogen had, maar dat het in gevouwen stroken in een kist zou worden gelegd. Daartussen lag vloeipapier om beschadigingen aan het materiaal te voorkomen. Bauer zou de deuren in de Grote Zaal die met goudleer waren bekleed weghalen en vervangen door tijdelijke deuren en de omlijsting langs de fries en de plinten verwijderen.

De vraag was echter of Bauer, wanneer het moment aanbrak om het goudleerbehang te evacueren, überhaupt naar Leiden kon komen. Dit kwam ter sprake omdat zijn voormalige werkgever, J.C.M. Mensing, in november aan het bestuur liet weten dat Bauer contact met hem had gezocht over het te verrichten werk en dat Mensing zelf “ingeval van het ergste” liever niet al te lang van huis wegbleef. Dijkgraaf en hoogheemraden besloten daarom om Bauer te vragen of zij in geval van nood op zijn komst konden rekenen. Na een korte briefwisseling werd afgesproken dat het bestuur Bauer zou oproepen om het werk uit te voeren. Als hij binnen 24 uur niet ter plekke verscheen, dan zou men andere hulp inschakelen. Bauer verzekerde het college dat hij er zou zijn.

Het liep anders, zoals blijkt uit het telegram van Bauer van 10 mei 1940. Desondanks werden de veiligheidsmaatregelen in gang gezet. Diezelfde dag werden een kaart van de Haarlemmermeer door Jan Adriaansz. Leeghwater en enkele schilderijen (waaronder de Handvestverlening en de Mathematicus) in bewaring gegeven bij het Stedelijk Museum de Lakenhal. Zelfs kelder van de archiefruimte werd op een gegeven moment gedeeltelijk ingericht als schuilkelder. Het goudleerbehang werd op 18 mei in het souterrain van het Museum van Volkenkunde ondergebracht.

Het einde van de oorlog

Tijdens de oorlog werd de staat van het materiaal goed in de gaten gehouden. Secretaris J. Slagter liet op 15 juli 1943 aan dijkgraaf en hoogheemraden weten dat hij de kist samen met de conciërge van het gebouw had geïnspecteerd. Er was een timmerman aanwezig die de kist vakkundig open en dicht moest schroeven. Alles was prima in orde: de vochtigheidsgraad in de kelder werd netjes bijgehouden met behulp van een hygrometer, terwijl het behang ook “volkomen droog en zonder eenigen aanslag van schimmel” werd aangetroffen.

Afb.3-FOTO-001214

Afbeelding 3: Foto van een aantekening over het goudleerbehang tijdens de Tweede Wereldoorlog. Opgesteld of aangetroffen tijdens de restauratie van het behang en gefotografeerd door P.G.M. de Greeuw, circa 1988. FOTO-001214

Aan het eind van 1944 was het nog wel even spannend. Op 11 december 1944 werd een gedeelte van Leiden, waaronder het museumterrein, getroffen door een bombardement. De collecties die in de kelder waren opgeslagen raakten niet beschadigd. Begin 1945 drong de Inspectie Kunstbescherming er bij het bestuur op aan om “kunstschatten en kostbaarheden zoveel mogelijk in veiligheid te brengen.” Niet alleen werd zij gewaarschuwd voor luchtaanvallen en brand, ook plundering van erfgoedobjecten was een reëel gevaar. Zover kwam het gelukkig niet. Op 30 mei 1945, een paar weken na Bevrijdingsdag, werd de “kist met inhoud” weer overgedragen aan Rijnland. M. Brinks, specialist in koffers en fijne lederwaren, kreeg in juni de opdracht van dijkgraaf en hoogheemraden om het goudleer opnieuw op te hangen in de Grote Zaal.

Bronnen

  • NL-LdnHHR, Hoogheemraadschap van Rijnland (1858-1958), inv.nr. 1.1.2/696, Stukken betreffende beveiliging van de archieven tegen oorlogsgevaar en inundatie, 1939-1944.
  • NL-LdnHHR, Hoogheemraadschap van Rijnland (1858-1958), inv.nr. 1.1.2/1363, Stukken betreffende tijdelijke verwijdering van het goudleerbehang en enkele schilderijen uit de Grote Zaal en de opslag hiervan bij de Rijksuniversiteit te Leiden met het oog op bescherming van deze stukken tegen mogelijke oorlogsschade, 1939-1945.
  • E.F. Koldeweij, De Grote zaal in het Gemeenlandshuis van Rijnland en zijn goudleerbehang (Leiden 1990), zie: https://proxy.archieven.nl/319/FC1FBF46EC6B4C7AA88B75C638AB2888.
  • Geschiedenis Wereldmuseum Leiden, zie: https://leiden.wereldmuseum.nl/nl/over-wereldmuseum-leiden/geschiedenis-wereldmuseum-leiden.