Ook experts maken fouten: (on-)bewuste manipulatie van de Rijnlandse overzichtskaarten

4 oktober 2024
Fig.7_fragment A-0018 Auteur: Janneke Groen

Het hoogheemraadschap van Rijnland beschikt over een uitgebreide verzameling kaarten. In totaal bestaat de collectie uit ongeveer 10.000 kaarten en technische tekeningen, die door onderzoekers gretig gebruikt worden. Om gebruikers een helpende hand te bieden, zijn vorig jaar twee onderzoeksgidsen verschenen: één over de overzichtskaarten en één over de thematische kaarten. Naast dat de handleidingen handige informatie bieden over de kaarten en de collectie, geven zij inzicht in het gebruik van kaarten als onderzoeksmateriaal. Kaarten zijn geliefde studieobjecten omdat je in één oogopslag de (landschappelijke) situatie kan bestuderen, maar ze bieden eigenlijk nooit een objectief beeld. Ze worden altijd met een specifiek doel gemaakt en zijn dus in feite gemanipuleerd.

In het kader van het thema van de Maand van de Geschiedenis, ‘Echt nep’, is het interessant om hier iets meer op in te gaan. Het thema draait om het naast elkaar bestaan van verschillende perspectieven, ideeën en waarheden. Zoals de organisatie zelf aangeeft ‘gaan we in oktober op zoek naar het schemergebied tussen feit en fictie’. Een goed moment om even stil te staan bij bewuste of onbewuste manipulatie van kaarten, specifiek de overzichtskaarten.

In het eerste deel van de onderzoeksgidsen voor cartografisch onderzoek werd gesteld dat de overzichtskaarten, gemaakt door professionele landmeters, over het algemeen betrouwbaar zijn. Daarentegen maken experts soms ook fouten of nemen zij bepaalde zaken juist bewust wel of niet op in het kaartbeeld. Hoe zit dat met de Rijnlandse overzichtskaarten?

Manipulatie van de overzichtskaarten

Over het algemeen werden de overzichtskaarten gemaakt om twee redenen. Ten eerste kon het waterschapsbestuur goed gebruik maken van een gedetailleerde en informatieve kaart. Dijkgraaf en hoogheemraden kregen gelijk inzicht in de geografische situatie zonder af te hoeven reizen naar de specifieke plek. Ten tweede dienden dit soort kaarten als pronkstukken en zelfs als relatiegeschenken. Met behulp van dergelijke kaarten kon het bestuur status, macht en prestige uitdrukken. Ze werden tentoongesteld in de gemeenlandshuizen en uitgewisseld met andere besturen.

De overzichtskaarten moesten dus niet alleen accuraat zijn, ze moesten indruk maken. De wandkaarten, oorspronkelijk uitgegeven als losse kaartbladen en samengesteld tot één kaart, werden met de hand ingekleurd en voorzien van uitgebreide (rand-) versieringen. Wanneer het oorspronkelijke kaartbeeld niet imposant genoeg was, dan werd simpelweg de schaal aangepast of werden naburige regio’s toegevoegd. In het geval van de Rijnlandse overzichtskaarten werden grote delen van Amstelland en het gehele Grootwaterschap van Woerden vaak opgenomen.

Afbeelding 1: Rijnlandse overzichtskaart bijgewerkt door Johannes Douw jr. in 1687 (A-0010).

Afbeelding 1: Rijnlandse overzichtskaart bijgewerkt door Johannes Douw jr. in 1687 (A-0010).

Omdat deze gebieden niet onder het Rijnlandse beheergebied vielen, brachten de landmeters en cartografen hier nauwelijks details aan. Ze wekken hierdoor de indruk dat in deze gebieden weinig bewoning te vinden was. Wanneer je de overzichtskaarten vergelijkt met andere kaarten van de omgeving, dan ontdek je dat dit absoluut niet het geval is.

Tot slot en misschien wel het meest voor de hand liggend: de kaarten werden gemaakt in opdracht van het hoogheemraadschap. Daarom zijn op de overzichtskaarten voornamelijk objecten weergegeven die te maken hebben met waterbeheer en het Rijnlandse takenpakket. Het is dus heel goed mogelijk dat bepaalde objecten, bijvoorbeeld huizen of wegen, niet op de kaart zijn afgebeeld maar wel op die plek lagen.

De overzichtskaart van 1615

In 1615 legde de landmeter en cartograaf (daarnaast ook actief als goudsmid en plaatsnijder) Floris Balthasars de laatste hand aan de overzichtskaart van Rijnland. Het maken van de kaart was een moeizaam proces geweest. Hoewel het bestuur Balthasars al in 1610 had gecontracteerd, kwam hij pas in 1614 met een definitief concept aanzetten. Helaas is de kladversie niet bewaard gebleven, maar we weten wel dat het niet in de smaak viel bij het Rijnlandse bestuur.

Voordat Balthasars aan de Rijnlandse kaart begon had hij al overzichtskaarten gemaakt van de hoogheemraadschappen van Schieland en Delfland. Hiervoor had hij specifieke instructies gekregen, onder andere over het weergeven van de grenzen of landscheidingen tussen de waterschappen. Rond die periode speelde tussen Rijnland en Delfland een grenskwestie in de omgeving van Wassenaar. Hoewel het ambacht Wassenaar geheel in het beheergebied van Rijnland lag, maakte Delfland aanspraak op het zuidelijke deel daarvan. Het leidde tot een aantal conflicten die in de rechtszaal werden uitgevochten. Balthasars had op de Delflandse kaart de landscheiding dwars door Wassenaar getrokken. Toen hij hetzelfde verloop aanbracht op het concept van de Rijnlandse kaart, schoot dat bij het Rijnlandse bestuur in het verkeerde keelgat. Bij zijn aankomst in Leiden in oktober 1614 om de kaart te bespreken, werd de landmeter gearresteerd. Tijdens zijn verhoor gaf Balthasars aan dat hij dit (foutief) had overgenomen van een kaart uit 1606. Hierbij benadrukte de landmeter dat hij niet onder druk was gezet door het Delflandse bestuur, terwijl uit onderzoek is gebleken dat landsadvocaat en Delflandse hoogheemraad, Johan van Oldenbarnevelt, Balthasars met ‘broodroof’ (of het ontnemen van bestaansmiddelen) had bedreigd als hij de grens ook maar enigszins zou aanpassen. Op de Rijnlandse kaart werd de fout in zoverre gecorrigeerd, waardoor het laatste deel van de landscheiding niet meer werd aangeduid.

fragmenten uit de overzichtskaarten van Delfland

fragment uit de overzichtskaarten van Delfland

Afbeeldingen 2 en 3: fragmenten uit de overzichtskaarten van Delfland (links; A-4084) en Rijnland (rechts; A-4191).

Balthasars vervaardigde eerst een kaartboek, waarin hij afzonderlijke kaarten opnam van elk inliggend ambacht. Op basis van deze manuscriptkaarten stelde hij de eerste overzichtskaart van Rijnland samen. Om er een wandkaart van te maken voegde Balthasars enkele kaartbladen toe van Diemen, Abcoude en Achttienhoven, die buiten het beheergebied van Rijnland liggen en daarom weinig details bevatten. Het leverde en prachtige overzichtskaart op, waarvan echter al vrij snel werd vastgesteld dat deze zeer onnauwkeurig was.

Het Rijnlandse bestuur ontving klachten van landmeters dat zij niet met deze kaart konden werken. De landmeter Steven Pietersz. van Brouckhuijsen constateerde in zijn Verbael van de defecten inde Caert van Rynlant ook dat de kaart niet accuraat was. Wegen en watergangen volgden niet het juiste verloop en de afstanden tussen verschillende plaatsen leken niet te kloppen. Vermoedelijk kwam dit omdat Balthasars de ambachtskaarten als een soort puzzel in elkaar had gepast om een wandkaart te maken. Ook waren de metingen vrij grof verricht, waardoor het kaartbeeld nauwelijks overeenkwam met de realiteit. In 1639 kregen de landmeters Jan Jansz. Douw en Steven Pietersz. van Brouckhuijsen de opdracht om een nieuwe kaart te maken.

De overzichtskaarten van 1647, 1687 en 1746

De kaart van Douw en Van Brouckhuijsen staat bekend als een uiterst nauwkeurige kaart. Met behulp van de driehoeksmeting en nieuwe uitvindingen zoals de Hollandse Cirkel konden metingen veel betrouwbaarder worden uitgevoerd. Het leidde tot een overzichtskaart die omschreven werd als de non plus ultra of het beste van de waterschapscartografie. Dat men daar in die tijd ook zo over dacht, blijkt uit het feit dat de kaart in 1687 en 1746 is herzien en tot ver in de negentiende eeuw werd gebruikt. De kaart is zeer gedetailleerd, maar ook hier moet men rekening houden met vertekeningen.

Een interessant voorbeeld wordt aangehaald in Waterstaat in stedenland van M. van Tielhof en P.J.E.M. van Dam. In 1622 liet Sybrand van Alkemade een herenhuis bouwen aan de tegenwoordige Wasbeeklaan onder Warmond. Het landgoed noemde hij ‘Oud Alkemade’, naar het verdwenen kasteel dat daar tussen de dertiende en vijftiende eeuw had gestaan. Dit had wrijving opgeleverd met Jacob en Johan van Wassenaer, de heren van Warmond, die even verderop in het Huis te Warmond woonden. Beide Van Wassenaers maakten (opeenvolgend) deel uit van het Rijnlandse bestuur en konden invloed uitoefenen op de landmeters en het cartografische proces. Op de overzichtskaarten werden buitenplaatsen met naam en al weergegeven, met uitzondering van Oud Alkemade. Deze buitenplaats werd door Douw en Van Brouckhuijsen bijna letterlijk van de kaart geveegd. Ook op de herdrukte versie werd het kasteel, tot frustratie van de toenmalige eigenaar, alleen met een pictogram opgenomen.

Locatie van Oud Alkemade aangeduid op de kaart van Douw en Van Brouckhuijsen (A-4276)

kaart van Holland van Balthasar Florisz. van Berckenrode (A-1756)

Afbeeldingen 4 en 5: Locatie van Oud Alkemade aangeduid op de kaart van Douw en Van Brouckhuijsen (A-4276) en op de kaart van Holland van Balthasar Florisz. van Berckenrode (A-1756).

Zoals eerder aangegeven werd de kaart tweemaal herdrukt. In 1687 verzorgde de zoon van Jan Jansz. Douw, Johannes Douw jr., een nieuwe uitgave waarbij het kaartbeeld een beetje werd aangepast. Eventuele fouten die Douw en Van Brouckhuijsen hadden gemaakt werden daarbij simpelweg overgenomen.

Melchior Bolstra, die de derde editie van de kaart voortbracht in 1746, had daarentegen uitgebreid onderzoek gedaan naar de nauwkeurigheid van de overzichtskaart. Hij constateerde dat het kaartbeeld zeer verouderd was en kreeg toestemming van dijkgraaf en hoogheemraden om de overzichtskaart bij te werken. Wat voornamelijk opvalt bij deze versie zijn de uitgestrekte veenplassen en droogmakerijen die Bolstra op de kaart heeft weergegeven. Het wijzigen van de kaart met grote, regionale landschappelijke veranderingen doet vermoeden dat deze kaart een enigszins objectief beeld geeft van Rijnland in de achttiende eeuw. Maar, niets is wat het lijkt.

Op lokaal niveau lijken een paar dingen niet te kloppen. Hierbij benoem ik een tweetal voorbeelden. Net zoals Douw en Van Brouckhuijsen in 1647 en Douw in 1687, had ook Bolstra de naam van de buitenplaats Oud Alkemade niet opgenomen in zijn editie. Dit terwijl het conflict tussen de families Van Wassenaer en Van Alkemade al enige tijd geleden tot een einde was gekomen. Een ander lokaal voorbeeld zijn de molens van de Driemanspolder onder Stompwijk en Zoetermeer. Toen men begon met de droogmaking van de Driemanspolder rond 1671 werden twee molenviergangen ingericht. Er stonden vier molens aan de Kerklaan en vier aan de Stompwijkse- of Kostverlorenweg. Uit onderzoek is gebleken dat tussen 1679 en 1687 de bovenmolens van beide viergangen buiten werking werden gesteld. Op de overzichtskaart van Johannes Douw jr. is inderdaad te zien dat de Driemanspolder in 1687 beschikt over een molenviergang langs de Kerklaan en een driegang langs de Kostverlorenweg. Misschien dat de bovenmolen al weg was toen Douw de kaart uitbracht, maar dat dit niet is aangepast is te begrijpen. Daarentegen kopieerde Bolstra dit gedeelte van de kaart van Douw, terwijl in 1746 de bovenmolen langs de Kerklaan al lang was gesloopt.

Afbeelding 6: fragment uit de overzichtskaart van Bolstra (A-0018) waarop de molens van de Driemanspolder zijn afgebeeld.

angs de Kerklaan al lang was gesloopt.  Afbeelding 6: fragment uit de overzichtskaart van Bolstra (A-0018) waarop de molens van de Driemanspolder zijn afgebeeld

Naast het in kaart brengen van de veenplassen en droogmakerijen, bracht Bolstra nog enkele wijzigingen aan in het kaartbeeld. Deze elementen hebben niet zozeer te maken met de toenmalige landschappelijke situatie van Rijnland, maar eerder met de toekomstige of voorgestelde landschappelijke situatie volgens Bolstra. Langs de oevers van het Haarlemmermeer bracht de landmeter een zwart gearceerde rand aan, om de toekomstige oeverafslag door grootschalige vervening aan te duiden. Ook bedacht hij een ontwerp voor het maken van een uitwatering boven Katwijk, dat hij op de kaart intekende als ‘project ter uijtloosing van Rhijnlands boezem waater’. Dit uitwateringskanaal zou rechtstreeks door de duinen lopen en voorzien zijn van twee sluizen. Beide elementen hadden te maken met de mogelijke droogmaking van het Haarlemmermeer, waar zowel Bolstra als het Rijnlandse bestuur (op dat moment) voorstanders van waren. Het in kaart brengen van de oeverafslag moest de aanschouwer waarschuwen voor de gevaren van het Haarlemmermeer, terwijl het ontwerp voor een uitwatering goed van pas zou komen als de binnenzee werd drooggelegd. Maar dit waren slechts prognoses of plannen die Bolstra voor ogen had. Het kan echter de indruk wekken dat men hier op dat moment al mee bezig was.

Fig.7_fragment A-0018

Afbeelding 7: fragment uit de overzichtskaart van Bolstra (A-0018) waarop een ontwerp voor een uitwateringskanaal bij Katwijk is afgebeeld.

De Rijnlandse kaartencollectie

In deze tekst heb ik slechts enkele voorbeelden uit de overzichtskaarten benoemd. Helaas kon ik niet bij alle zaken uitgebreid stil staan en het is goed mogelijk dat er meer fouten te ontdekken zijn. Daarentegen is dit artikel niet bedoeld om het gebruik van kaarten geheel te ontmoedigen. Want, hoewel kaarten vrijwel nooit neutraal zijn en als momentopnames gezien moeten worden, kunnen zij zeker interessante informatie bieden. Het is daarbij wel raadzaam om rekening te houden met bewuste of onbewuste manipulatie van het kaartbeeld.

Ben je na het lezen van deze tekst nieuwsgierig naar de Rijnlandse kaarten? De gehele kaartencollectie is gedigitaliseerd. Mocht je meer informatie willen over het doen van onderzoek aan de hand van kaarten, dan kan je de onderzoeksgidsen voor cartografisch onderzoek raadplegen. Deze handleidingen bestaan uit een deel over de overzichtskaarten en een deel over de thematische kaarten.

Literatuur

  • M. van Tielhof, & P.J.E.M. van Dam, Waterstaat in stedenland. Het hoogheemraadschap van Rijnland voor 1857 (Utrecht 2006).
  • J.L. van der Gouw, De landscheidingen tussen Delfland, Rijnland en Schieland (Hilversum 1987).
  • R. van Iterson, Rijnland in de kaart gekeken (Leiden 2009).
  • 1615: Rijnlands eerste overzichtskaart’, in: P.F. Schevenhoven (ed.), Canon van Rijnland. Dertig momentopnamen van duizend jaar waterstaatsgeschiedenis (Leiden 2015).
  • J.H. Vinkenoog, 'De 'pertinentie' van twee Rijnlandse kaarten', in: Caert thresoor: tijdschrift voor de geschiedenis van de cartografie, jrg. 18, nr. 3 (1999) pp. 59-62.
  • S.B. van Raay, W.P. Spies, R. van Zoest, “Tot hun Contentement gemaeckt”. Het kunstbezit van het hoogheemraadschap van Rijnland (Amsterdam 1987).
  • Onderzoeksgidsen voor cartografisch onderzoek.