Prinsheerlijk ontvangen: feestmaaltijden in het gemeenlandshuis

26 april 2024
Gemeenlandshuis Auteur: Janneke Groen

In een eerdere editie van Archiefstuk in beeld (Drankgebruik in huis Zwanenburg in de 18de eeuw) kwam al iets aan het licht over de drankcultuur binnen het Hoogheemraadschap van Rijnland. Daarentegen bestond er ook zoiets als een eetcultuur. Net zoals het drinken van wijn was het in groepsverband nuttigen van een maaltijd iets ritueels. Hoewel eerst alleen bij officiële gebeurtenissen gezamenlijk werd gedineerd, werd het op den duur standaard om na het houden van een bestuursvergadering aan tafel te schuiven.

Dit alles in het kader van saamhorigheid. Er werd samen gedronken en gegeten op de welvaart van het hoogheemraadschap en zijn bestuur. Onderlinge ruzies werden bijgelegd en de nadruk kwam te liggen op het bevorderen van de samenwerking en harmonie. Daarbij waren het goede gelegenheden om zowel bestuurders als externe relaties te betrekken bij het waterschap. Voor bestuurders, die geen hoog salaris ontvingen voor het werk dat zij verrichten, vormden de feestmaaltijden een extraatje, terwijl het bestuur goede relaties kon onderhouden met gasten door hen een prachtig maal voor te schotelen.

De maaltijden waren soms zeer uitgebreid. In de zeventiende eeuw was het zelfs zo erg dat de rentmeester van Rijnland tussen 1630 en 1647 de arts en hoogleraar Ewaldus Schrevelius inhuurde om aanwezig te zijn tijdens bestuursvergaderingen. Hij voorzag dijkgraaf en hoogheemraden van advies tijdens de maaltijd en zou hen van de nodige medicatie voorzien. Na het overlijden van Schrevelius werd geen vervanger aangesteld.

Deze drank- en eetcultuur heerste bij de meeste waterschappen. Dat er zoveel geld werd uitgegeven aan maaltijden werd de desbetreffende besturen niet altijd in dank afgenomen. Dit blijkt onder andere uit de onderstaande spotprent die in 1903 werd gepubliceerd in de Nederlandsche Spectator.

Afbeelding 1: Spotprent over het waterschapsbeheer van J. Linse, 1903. PRT-0019.

De feestmaaltijden van 18 juli en 25 augustus 1768

Van enkele feestmaaltijden die in 1768 plaatsvonden weten we wat er op het menu stond. Dit komt omdat de rekeningen van 1769 in het Oud Archief van Rijnland bewaard zijn gebleven. Hieruit kunnen we opmaken dat het bestuur zich zeker van zijn beste kant liet zien toen het enkele vorstelijke gasten mocht verwelkomen op het gemeenlandshuis aan de Breestraat. In de Leydse Courant werd vermeld dat de prins van Travendahl en zijn gevolg op 18 juli rond een uur of één ’s middags aankwamen bij het gemeenlandshuis. Na een rondgang door Leiden keerde de prins terug naar de Breestraat, ‘alwaar het middagmaal voor Hoogst-denzelven was gereed gemaakt, en veele van de Aanschouwers welker toevloed buiten gemeen groot was, het geluk hadden dien Vorst te zien spyzen.’ In de vroegmoderne tijd was het trouwens vrij normaal dat men kon toekijken hoe een vorst of prins zijn maaltijd tot zich nam. In sommige gevallen werd zelfs om een vergoeding gevraagd.

Maar er was iets bijzonders aan de hand. Het betrof hier namelijk niet een prins, maar een koning. Het ging namelijk om Christiaan VII van Denemarken, die incognito onder de titel prins van Travendahl enkele jaren door Europa had gereisd. Ook dit blijkt uit één van de rekeningen uit het Oud Archief. Nicolaas Ockerblom, kastelein van het gemeenlandhuis, noteerde doodleuk op één van de declaraties dat dijkgraaf en hoogheemraden deze koning hadden getrakteerd.

Op 25 augustus waren dijkgraaf en hoogheemraden gastheren voor Hendrik van Pruisen en stadhouder Willem V van Oranje. Ook zij arriveerden eerst bij het gemeenlandshuis om vervolgens de stad te verkennen. Nadat zij rond vijf uur ’s middags de Leidse burcht hadden bezocht, vertrokken de prinsen naar de Breestraat om daar het middagmaal te nuttigen in het gezelschap van verschillende aanzienlijke personen.

Het menu van de dag

Wat tijdens de maaltijd werd genuttigd kunnen we afleiden uit de rekeningen van 1769. Nicolaas Ockerblom diende twee declaraties in voor het werkloon voor de koks, het inslaan van diverse ingrediënten en dranken en het leveren van andere diensten. Zo stonden vis, wild, verschillende groenten en vruchten, rivierkreeft, brood en andere specialiteiten op het menu. Uit de rekeningen blijkt dat in ieder geval koffie, thee en water werden geserveerd. Vermoedelijk waren ook wijn en andere alcoholische dranken beschikbaar, maar daar wordt geen melding van gemaakt in de rekeningen. Ook uit de magazijnboekjes van de wijnen worden wij niks wijzer, omdat dit jaartal ontbreekt. Daarbij was Ockerblom voor het bezoek van Christiaan VII naar Den Haag afgereisd om tinnen serviesgoed te laten overbrengen. Willem V en Hendrik van Pruisen mochten vermoedelijk gebruik maken van zilveren servies dat eveneens uit Den Haag werd gehaald. Voor het middagmaal van Christiaan VII was hij 381 gulden en 13 stuivers kwijt, voor dat van Willem V en Hendrik 442 gulden en 2 stuivers.

Declaraties van kastelein Nicolaas Ockerblom

Declaraties van kastelein Nicolaas Ockerblom

Afbeeldingen 2 en 3: Declaraties van kastelein Nicolaas Ockerblom, 1769. Afkomstig uit het Oud Archief Rijnland (1255-1857), 1.1.1/9497.

Tijdens beide maaltijden werd een zogenaamd “gestrooyt” dessert geleverd door de confiturier en banketbakker Balthazar de Vries. Het bestond uit een combinatie van vruchten (zoals citroenen en sinaasappels), compote, chocolade, pralines, marmelade, gebak en nog veel meer. Ter versiering van het tafereel werd Saksisch beeldwerk aangeleverd. Daarbij werden voor het bezoek van Willem V en Hendrik porseleinen borden en schotels bezorgd. Voor beide desserts werd in totaal 400 gulden afgerekend, waarbij het dessert van 18 juli 186 gulden en 8 penningen en dat van 25 augustus 213 gulden, 19 stuivers en 8 penningen hadden gekost.

Afbeelding 4: Declaraties van confiturier en banketbakker Balthazar de Vries, 1769. Afkomstig uit het Oud Archief Rijnland (1255-1857), 1.1.1/9497.

Declaraties van confiturier en banketbakker Balthazar de Vries

Omgerekend naar de koopkracht van nu heeft de maaltijd voor Christiaan VII ongeveer 6.300 euro gekost en die van Willem V en Hendrik van Pruisen ruim 7.300 euro. Waarom meer geld werd uitgegeven voor het diner van 25 augustus valt niet te verklaren. Misschien wilde het bestuur meer indruk maken op de landsheer van de Republiek. Of sloot het aan bij de bedoeling van Christiaan VII om incognito een bezoek te brengen aan het gemeenlandshuis? De meest voor de hand liggende reden zou simpelweg de grootte van het gezelschap kunnen zijn.

En was het allemaal geslaagd? Willem V was in ieder geval onder de indruk. Ook in 1775 en 1776 bezocht hij het gemeenlandshuis. Voor Christiaan VII liep het anders: bij zijn terugkomst in Denemarken raakte de koning verwikkeld in een politieke machtsstrijd. De koning zou niet meer terugkeren naar de Republiek.

Bronnen