De hardstenen Woerdersluis is een Rijksmonument in het historische centrum van Spaarndam. De sluis had een spuifunctie en heeft nu nog een kerende functie als onderdeel van de Spaarndammerdijk. Dit betekent dat de Woerdersluis overtollig grond- en regenwater afvoert. Dit overtollige water is afkomstig uit de achterliggende polders langs het Spaarne.
Het ontstaan van de Woerdersluis
Rond het jaar 1000 ontstond bij de monding van het Spaarne in het IJ het gelijknamige dorp Spaarne, dat voornamelijk werd bewoond door boeren en vissers. In 1250 liet graaf Willem II van Holland een dam leggen in het Spaarne, nadat twee stormvloeden grote delen ten zuiden van het IJ onder water hadden gezet. Daarbij liet Willem II enkele sluizen plaatsen; een schutsluis liet het drukke scheepvaartverkeer door en spuisluizen regelden de afvoer van overtollig water. Ruim dertig jaar later, in 1285, werd de dam vernield tijdens een hevige stormvloed. Met toestemming van graaf Floris V van Holland werd een nieuwe dam geplaatst. Sindsdien kwam het dorpje Spaarne bekend te staan als Spaarndam.

Daarbij was men in de dertiende eeuw begonnen met de aanleg van de Spaarndammerdijk, die tot de dag van vandaag door Spaarndam loopt; van de Amstel naar het Spaarne, langs de zuidelijke oever van het IJ. Dit werd de noordelijke grens van het gebied van het hoogheemraadschap van Rijnland. In de dijk waren een aantal sluizen geplaatst. Zo werd met de aanleg van de Kolksluis, de oudste (nog werkende) sluis, de doorgang voor de scheepvaart hersteld. Ook werden een aantal spuisluizen gebouwd.
In de veertiende eeuw kwamen er een aantal sluizen bij. Deze sluizen werden onderhouden en vernoemd naar de steden, dorpen of waterschappen die de waterstaatswerken onderhielden. Drie kleine, houten sluizen werden onderhouden door het Grootwaterschap van Woerden (een rechtsvoorganger van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden). Oorspronkelijk voerde dit waterschap overtollig water af naar zee via de Oude Rijn. Toen de monding van de Rijn bij Katwijk dichtslibde, werd het water uit Utrecht en omstreken naar het noorden afgevoerd en kwam het via het Haarlemmermeer en het Spaarne terecht bij de spuisluisjes bij Spaarndam. Hier werd het water geloosd op het IJ. Al in de dertiende eeuw werd een overeenkomst gesloten tussen de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht, die de basis vormde voor een vergelijkbare overeenkomst tussen Rijnland en Woerden. Het grootwaterschap mocht afwateren op de boezem van Rijnland, als zij zelf zorgdroegen voor de benodigde sluizen.
Door stormvloeden en oorlogen raakten de drie houten sluisjes diverse malen flink beschadigd. Eén van de sluisjes was in 1364 al vervallen. In 1611 werd de Woerdersluis opnieuw opgetrokken, deze keer van steen. De sluis is nog steeds een uitwateringssluis, bedoeld om binnenwater uit de veenpolders te lozen en zeewater vanaf het IJ te keren. Het tonvormige gewelf heeft een lengte van 28,5 meter. Aan Spaarne-zijde zijn het sluishoofd en de muren van het gewelf met natuurstenen blokken bekleed. Verder zijn de sluisdeuren en de sluisvloer gemaakt van hout. In de eeuwen na de bouw is de sluis diverse keren hersteld en verstevigd. Het benoemen van de sluis tot Rijksmonument beschermde hem tegen plannen om het ronde gewelf af te platten of de sluis te dempen. De sluis heeft nog steeds de originele vorm en functie.
Hans Brinker beeld

Op de Woerdersluis staat het beeldje van Hans(je) Brinker(s). Toeristen komen speciaal naar Spaarndam om dit beeldje te zien. Een vergelijkbaar beeldje staat in Harlingen, dicht bij de vertrekplaats voor de boten naar Terschelling, maar daar wordt het niet Hans Brinker genoemd. Hans Brinker was de romanfiguur in het boek van Mary Mapes Dodge, "Hans Brinker or the silver skates", dat in 1865 verscheen. In dit boek wordt in het verhaal ‘De held van Haarlem’ verteld hoe een jongen zijn vinger in de dijk stak en zo een overstroming tegenhield. Volgens de plaatselijke arts, dokter Heusdens, zou dit verhaal zich hebben afgespeeld in Spaarndam. In 1950 is het beeldje, werk van de beeldhouwster Grada Rueb, door Prinses Margriet onthuld op de plaats waar Spaarne en IJ elkaar ontmoeten, als een symbool van de eeuwige strijd tegen het water.
