Baggeraar

Het baggeren was oorspronkelijk verbonden met de turfwinning. Vanaf de 16de eeuw ontstond er een nieuwe manier om het veen onder de waterspiegel weg te baggeren. Dit noemde men slagturven, waarvoor gebruik gemaakt werd van een baggerbeugel. Deze beugels werden ook gebruikt om dichtslibbende watergangen op diepte te houden om wateroverlast te voorkomen. Vroeger deed men dat met de hand. Op den duur werden baggermolens en -schepen ontwikkeld om zo het werk te vergemakkelijken.

baggerbeugel

Afbeelding: baggerbeugel

Ook nu nog is baggeren een van de taken waarvoor Rijnland verantwoordelijk is. Ieder jaar wordt ongeveer 250 kilometer aan watergangen gepeild. Per watergang wordt om de 50 meter gemeten hoe diep het water is. Daarna wordt bepaald hoeveel bagger aanwezig is en of een watergang wel of niet gebaggerd moet worden. Een dikke laag bagger zorgt voor een slechte doorstroming en kan wateroverlast veroorzaken. Ook kan de waterkwaliteit achteruitgaan. Tegenwoordig wordt in opdracht van Rijnland per jaar ongeveer 300.000 kuub aan bagger uit de watergangen gehaald. Hiervoor schakelt het hoogheemraadschap verschillende aannemers in die het werk kunnen uitvoeren. Dat gebeurt met speciale baggerboten die de bagger als het ware opscheppen.

baggeren anno 21 eeuw