Molenaar en machinist
De eerste polders in Rijnland ontstonden in de 14de eeuw langs de Gouwe. Deze stukjes land, vaak in eigendom van één landheer, werden omringd door een kade en raakten het overtollige water kwijt via een sluis. Vanaf de 15de eeuw kwamen de grotere polders tot stand, onder andere door de uitvinding van de windmolen. In eerste instantie werden deze poldermolens ingezet om (onder andere) veenplassen en meren droog te leggen. Wanneer de polder eenmaal gereed was, zorgden molenaars ervoor dat het polderpeil op het juiste niveau werd gehouden. Dit was precies werk: een molenaar moest inzicht hebben in de techniek van de molen, verstand hebben van waterbeheer en kennis hebben van de weersomstandigheden om de molen optimaal te kunnen laten draaien. Een echte vakman dus.
Vanaf de 20ste eeuw dreigde het molenaarsambacht uit te sterven. Door de introductie van stoommachines en later diesel- en elektromotoren kwam in veel polders een einde aan de molenbemaling. In de meeste gevallen werd een molen vervangen door een gemaal, dat gemakkelijker te bedienen was en meer water kon oppompen.
Afbeelding: een molenaar op de Hoogmadesemolen (circa 1949-1992; afkomstig van allemolens.nl, oorspronkelijk uit de collectie van Vereniging De Hollandsche Molen).
Droogmaking Haarlemmermeer
Ook Rijnland raakte in de ban van gemalen, onder andere door de droogmaking van het Haarlemmermeer in 1852. Hierdoor verloor het hoogheemraadschap 80% van zijn opslagcapaciteit voor overtollig water. Om wateroverlast te voorkomen, werden uiteindelijk vier stoomgemalen gebouwd die de watergangen in Rijnland op peil moesten houden. Het ging om grote gemalen die bemand werden door een team, bestaande uit machinisten, stokers, kolenscheppers, enzovoorts. Een poldergemaaltje werd vaak bediend door één machinist. In enkele gevallen werd de molenaar aangesteld om het gemaaltje te bedienen. Deze omschakeling had een nadelig effect op de poldermolens in Rijnland: veel molens werden stilgezet, gesloopt of verkocht en kwamen niet terug. In een enkel geval bleef de molen bewaard of werd deze nog gebruikt om de polder droog te houden.

Afbeelding: stokers van het gemaal Leeghwater tijdens de verbouwing van een stoom- naar dieselgemaal (1912; FOTO-000504)
De overgang naar gemalen betekende echter niet het einde voor het molenaarsambacht. De overgebleven poldermolens worden vandaag de dag beheerd door beroeps- of vrijwillige molenaars. Ook Rijnland heeft nog enkele molenaars in dienst die hun kennis en expertise inzetten bij de Molenviergang van Aarlanderveen.
Afbeelding: één van de huidige molenaars van de Molenviergang Aarlanderveen.
De functie van de molenaar is grotendeels gelijk gebleven, in tegenstelling tot die van de machinist. Het bedienen van gemalen is vandaag de dag een geautomatiseerd proces. Anders dan in het verleden zijn er geen grote teams meer nodig om de gemalen te bedienen en kan men als het ware ‘met een druk op de knop’ een gemaal aan of uitzetten. Verschillende Rijnlanders houden zich nog wel bezig met het onderhoud van deze gemalen op locatie. Alleen het bedienen ervan gebeurt op afstand.

Afbeelding: de molen en het gemaal van de Horn- en Stommeerpolder (1968; FOTO-00576)