2. Alleen stemmen als je genoeg grond hebt?!

reglement 1796

In 1795 brak een nieuwe tijd aan in de Republiek. Naar Frans voorbeeld kwam er een politieke omwenteling waarin men af wilde rekenen met de oude regentencultuur van de vroegmoderne tijd. In tegenstelling tot de Franse Revolutie gold deze Bataafse Omwenteling echter als een fluwelen revolutie die zonder bloedvergieten verliep.

Reglement 1803: hoogheemraad is baan voor het leven

De Bataafse Revolutie had ook gevolgen voor het hoogheemraadschap. De colleges van dijkgraaf en hoogheemraden en van hoofdingelanden traden gedwongen af. In plaats van de adellijke dijkgraaf Willem Lodewijk van Wassenaer van Starrenburg trad nu de patriot Willem Costerus aan. Er gingen stemmen op om meer structurele hervormingen door te voeren, maar deze kregen geen navolging.

Reglement

Wel kwam er een einde aan de traditionele manier van het vervullen van bestuursvacatures en deed voor het eerst het fenomeen ‘verkiezingen’ zijn intrede. In 1796 werd een reglement vastgesteld waarin werd bepaald dat hoogheemraden voortaan door de hoofdingelanden gekozen moesten worden en periodiek moesten aftreden. Dit reglement is echter slechts gedeeltelijk uitgevoerd. In 1803 werd het al vervangen door een nieuw reglement dat een stuk behoudender was.

Het reglement van 1803 bepaalde dat het Departementaal Bestuur van Holland, de opvolger van de Staten van Holland, dijkgraaf en hoogheemraden zou aanstellen voor het leven. Voor de vacatures van hoogheemraden die namens de steden Haarlem en Leiden zitting hadden in het college stelden de stadsbesturen een nominatie van drie kandidaten op. Ditzelfde deed het college van Rijnland voor de vacatures van de vrije hoogheemraden.

Minimaal drie morgen land

Voor het college van hoofdingelanden werd een afzonderlijk reglement vastgesteld. Dit college was in de 16de eeuw ontstaan en bestond uit de aanzienlijkste Rijnlandse grootgrondbezitters. Wie dit waren, werd toen door de Staten van Holland in resoluties bepaald. Dit college hield toezicht op de financiële huishouding van het college en waakte ervoor dat er geen onnodige uitgaven werden gedaan. In het afzonderlijke reglement uit 1803 werd bepaald dat de hoofdingelanden voortaan door middel van zogenaamde getrapte verkiezingen (in meerdere stappen) werden gekozen. Hiervoor werd het gebied van Rijnland verdeeld in vier kiesdistricten. Stemgerechtigd waren die ingelanden die minimaal drie morgen land in bezit hadden (één morgen land is ongeveer 0,85 hectare). Bij meer grondeigendom konden ook meer stemmen worden uitgebracht volgens een bepaalde verdeling (bijvoorbeeld tussen de tien en de twintig morgen: twee stemmen). In elk kiesdistrict kozen de stemgerechtigde ingelanden op die manier de zogenaamde ‘district-kiezers’. De district-kiezers mochten op hun beurt per kiesdistrict twee hoofdingelanden kiezen. Het college van hoofdingelanden bestond dus in totaal uit acht leden. Elke twee jaar waren de hoofdingelanden van één district aftredend en moesten in dat district op de getrapte manier nieuwe verkiezingen worden gehouden.

Deze manier van verkiezing werd ruim een halve eeuw toegepast. In 1857 kreeg Rijnland een nieuw reglement van bestuur, waarin fundamentele veranderingen werden doorgevoerd ten opzichte van de periode daarvoor. Dit had ook gevolgen voor de manier waarop hoogheemraden en hoofdingelanden werden verkozen.

Afbeelding header: Titelpagina van het reglement van het hoogheemraadschap van Rijnland van 1795. NL-LdnHHR, Oud Archief Rijnland, inv.nr 11477

Afbeelding 2: Titelpagina van het reglement van het hoogheemraadschap van Rijnland van 1803. NL-LdnHHR, Oud Archief Rijnland, inv.nr 11480