De lokale waterstaat
Tegenwoordig zorgt het hoogheemraadschap van Rijnland voor droge voeten en schoon water in het gehele beheergebied van Velsen tot Gouda. In het verleden was dat anders geregeld. In Rijnland lagen namelijk tientallen polders die zelf zorg droegen voor de lokale afwatering en waterkeringen. Het hoogheemraadschap hield zich bezig met het overkoepelende of regionale waterbeheer.
Turfwinning zorgde voor lager liggend land
De oudste polders zijn ontstaan in de middeleeuwen. Na de Grote Ontginning, die plaatsvond van de 10de tot de 13de eeuw, maakte ontginning plaats voor turfwinning. Waarbij ontginning plaatsvond om het veen te ontwateren en te bewerken voor bruikbaar land, stond bij turfwinning het produceren van turf centraal. Het opgebaggerde veen werd dan te drogen gelegd op legakkers en gebruikt als brandstof voor huishoudens en industrieën. Door de toenemende bevolkingsgroei ontstond meer vraag naar turf en werd steeds meer van het veengebied afgegraven. Wanneer het land lager kwam te liggen dan de omliggende watergangen, dan werden stukken land met een kade omringd. Daarbij werd een sluis geplaatst, waarmee overtollig water geloosd kon worden. Kwam het land nog lager te liggen, dan werden hoosvaten, paardenmolens en, sinds de 15de eeuw, windmolens ingezet om de polder droog te houden. Een apart polderbestuur werd aangewezen om zorg te dragen voor het lokale waterbeheer.
Figuur 4: [Kaart van de Grote polder onder Zoeterwoude], vervaardigd door Pieter Sluyter, 1545.
NL-LdnHHR, Collectie kaarten, A-1069.
Polders en droogmakerijen
Tussen de 16de en 19de eeuw heerste een werkelijke verveningseuforie, aangewakkerd door de stijgende vraag naar brandstof en het gebrek aan (landbouw-) grond. Door de vervening werd op verschillende plaatsen het grondwaterniveau bereikt, waardoor diepe veenplassen ontstonden. De plassen werden vervolgens drooggelegd en kwamen bekend te staan als droogmakerijen. Hierbij moet men rekening houden dat een polder en een droogmakerij niet geheel hetzelfde zijn. Polders werden gevormd om het zakkende land droog te houden, terwijl men tot droogmaking overgingen wanneer dit laatste uiteindelijk door de doorgaande vervening niet meer lukte en de polders veranderden in waterplassen. Ook meren die werden drooggelegd, waaronder het Zoetermeersche Meer of het Haarlemmermeer, vallen onder de noemer droogmakerij.
Zo ontstonden alleen al in Rijnland tientallen al dan niet honderden polders en enkele tientallen droogmakerijen. In sommige gevallen werd het hele proces van de vervening, bedijking en droogmaking van een polder of droogmakerij in kaart gebracht. Dit kwam voornamelijk voor bij de zogenaamde gereglementeerde verveningen die plaatsvonden vanaf de jaren dertig van de 18de eeuw, waarvoor Rijnland een vergunning moest verlenen. Om het geheel in kaart te brengen werden regelmatig Rijnlandse landmeters ingezet.
Figuur 5: Kaart van de Vier Ambagts polder, vervaardigd door Melchior Bolstra, 1751.
NL-LdnHHR, Collectie kaarten, A-1150.
Reglements- en polderkaarten
Ook toen de euforie omsloeg in dysforie, ongeveer rond het midden van de 19de eeuw, werden regelmatig polderkaarten vervaardigd. Op basis van de Grondwet van 1848 en de Provinciewet van 1850 kregen de provincies het toezicht op de waterschappen en de bevoegdheid tot reglementering. In Zuid-Holland stelde de provincie voor alle polders een Algemeen Reglement op. De polders zelf waren verplicht een Bijzonder reglement op te stellen, waarin ook de begrenzing moest worden aangegeven. Hier werd een reglementskaart aan toegevoegd, waarop (onder andere) de polderboezem en -grenzen werden aangeduid. Voor de Noord-Hollandse polders was dit niet het geval.
Veelal werd voor het maken van een reglements- of polderkaart een landmeter van het Kadaster ingeschakeld. De eerste generatie grenskaarten van Zuid-Hollandse polders werd in de jaren 1856-1858 gemaakt door de landmeter A.G. Hessels. Hieronder is één van deze polderkaarten te zien. Het gaat om een weergave van de Kortstekerpolder bij Aarlanderveen. De kaart werd oorspronkelijk in 1858 door Hessels vervaardigd, maar het is in de loop der tijd bijgewerkt wanneer een gewijzigd polderreglement werd vastgesteld.
Figuur 6: Schetsteekening van den Kortsteeker polder gelegen onder de gemeente Aarlanderveen, 1858; bijgewerkt circa 1909 en circa 1921.
NL-LdnHHR, Collectie kaarten, P-0150.