Het gebruik van de kaartencollectie
Voor historisch onderzoek zijn kaarten van groot belang: in één oogopslag krijgt de onderzoeker inzicht in de landschappelijke omstandigheden van een bepaald gebied. Kaarten in het algemeen, maar ook de kaarten uit de Rijnlandse collectie, zijn dus geliefde en veel gebruikte bronnen. Wel moet je rekening houden met enkele zaken, wanneer je van historische kaarten gebruik wilt maken voor je onderzoek. De weergegeven situatie komt niet één op één overeen met de werkelijkheid. In de vorige handreiking is het gebruik van de overzichts- en boezemkaarten al besproken. Het komt grofweg overeen met het raadplegen van de thematische kaarten, maar er zijn enkele verschillen. Dus, waar zou je bij stil kunnen staan?
De context van een kaart
Je moet je eigenlijk altijd bewust zijn van de context van een kaart. Wanneer en in welke omstandigheden is de kaart gemaakt? Wie heeft de kaart vervaardigd? Is de kaart (deels) gekopieerd? Dat zijn allemaal belangrijke vragen die gesteld moeten worden bij het gebruiken van een kaart als onderzoeksobject.
De meeste kaarten dienen verschillende doeleinden. Niet alleen waren deze kaarten functioneel: sommige kaarten werden gemaakt om een overzicht te bieden, andere werden uitgewisseld als relatiegeschenk, uitgegeven als verzamelobject of ingezet als propagandamateriaal. Hierbij moet men realiseren dat het up-to-date houden van deze kaarten niet altijd het hoofddoel was. Situaties konden rooskleuriger of erger worden afgebeeld dan dat zij daadwerkelijk waren, om zo een bepaald publiek over te halen.
Daarbij is het van belang om na te gaan waarvoor de kaart precies is gemaakt en wat er wordt afgebeeld. Een tekening die specifiek vervaardigd werd om de waterstaat in kaart te brengen, bevat wellicht andere zaken (bijvoorbeeld de locaties van huizen of boerderijen) die niet geheel accuraat zijn weergegeven. Om een objectiever beeld te krijgen van een specifiek gebied, wordt het daarom aangeraden om meerdere kaarten te bestuderen.
In tegenstelling tot de overzichtskaarten worden de thematische kaarten niet alleen door professionals gemaakt. Ook amateurs, waarmee we niets zeggen over de kwaliteit, hielden zich bezig met cartografie. Kaarten die als bijlagen werden toegevoegd aan vergunningen, bijvoorbeeld, werden soms gemaakt door de aanvrager zelf die niet altijd bedreven was in het landmeten. Daarentegen kunnen experts ook wel eens fouten maken.
Afkijken van oudere kaarten
Een ander punt is dat cartografen ook gebruik maakten van eerdere kaarten, waardoor zij soms (onbewust) fouten overnamen. De locatie van de Brittenburg bij Katwijk is hier een interessant, al dan niet berucht, voorbeeld van. Al eeuwenlang zijn er kaarten vervaardigd waarop duidelijk werd aangegeven waar de overblijfselen van de Romeinse nederzetting zich bevonden. Ondanks de hoeveelheid bronnen is de locatie van de Brittenburg nooit achterhaald. Dit komt deels omdat de meeste kaarten gekopieerd zijn naar een kaart van Abraham Ortelius uit 1566, die zijn tekening weer baseerde op getuigenverslagen en een vluchtige schets. Ook Floris Balthasars verklaarde, tijdens zijn verhoor over het verkeerd weergeven van de landscheiding tussen Rijnland en Delfland, dat hij dit had overgenomen van een eerdere kaart gemaakt door Mathijs de Been van Weena. Hoewel J.L. van der Gouw dit in twijfel trekt, laat het wel zien dat dit soort fouten vaker werden gemaakt.

Figuur 19: Afbeelding der grondtvesten van het Huis te Britten; nevens d’omleggende landstreeken en dorpen, ook de stadt Leiden, en den loop van den Rhijn bij Katwijk in zee, naar eene oude schilderije, thans in’t huis van den hoog edele heere van Katwijk, vervaardigd door François van Bleiyswijck, 1734.
NL-LdnHHR, Collectie kaarten, A-5685.
Een kaart als momentopname
Het is ook zo dat het maken van een kaart vaak een langdurig proces was. Dit verschilt wel per techniek. Sommige kaarten werden met de hand getekend en vallen zodoende onder de categorie manuscriptkaarten. Voor grootschalige productie werd tussen de 16de en 18de eeuw gebruik gemaakt van kopergravures, waarbij het kaartbeeld in spiegelbeeld op een koperen plaat werd aangebracht. Vanaf de 19de eeuw werden kaarten steeds vaker uitgebracht als lithografie of steendruk. Hoeveel tijd in het maken van een kaart ging zitten is afhankelijk van het onderwerp, maar ook van de techniek die werd toegepast. Een simpele schets is immers sneller gemaakt dan een gedetailleerde kopergravure. Hoe dan ook kon tussen het verrichten van de metingen en het maken van de kaart enige tijd zitten. In de tussentijd waren (vermoedelijk) al weer verschillende landschappelijke veranderingen opgetreden, waardoor de kaart bij de voltooiing eigenlijk al niet meer up-to-date was. Een kaart is altijd een momentopname van de werkelijkheid.
Tips
Tot slot zetten wij de beste tips op een rij voor het gebruiken van kaarten voor historisch onderzoek:
- Verzamel zoveel mogelijk informatie over een specifieke kaart;
- Stel vragen om de context van een kaart te achterhalen;
- Vergelijk verschillende kaarten van dezelfde locaties of dezelfde objecten voor een objectiever beeld.