uitsnede kaart Rijnland

De boezemkaarten van 1884 & 1917

De overzichtskaart van Bolstra bleef tot ver in de 19de eeuw in gebruik. Omstreeks 1876 werd het besluit genomen om een nieuwe kaart van Rijnland te vervaardigen, omdat de oude kaart enigszins verouderd was door verschillende landschappelijke veranderingen (waaronder de droogmaking van het Haarlemmermeer). Dankzij enkele aantekeningenboekjes, kunnen we achterhalen dat de metingen tussen 1878 en 1884 werden verricht. Vermoedelijk werkten verschillende personen aan de kaart, waaronder ingenieur E.F. van Dissel en hoofdopzichter J.B. van Loenen. De firma P.J. Mulder & Zn. te Leiden werd aangetrokken om de kaart te bewerken, te drukken en uit te geven.

De boezemkaart werd in 1884 voltooid. Mulder vervaardigde 200 exemplaren, elk bestaande uit tien bladen. Van Dissel stelde twee lijsten op waarin de Rijnlandse polders en boezemwateren zijn opgenomen, die hij als bijlage aan de kaart toevoegde. Tot slot kocht het Rijnlandse college de lithostenen voor 75 gulden van de drukker.

[Figuur 5: Hoogheemraadschap van Rijnland, vervaardigd door J.B. van Loenen, e.a., in 1884. NL-LdnHHR, Collectie kaarten, B-0004]

In 1912 kwam de boezemkaart opnieuw ter sprake in de Verenigde Vergadering. Het bleek dat de voorraad van de kaart uit 1884 geheel was uitgeput. Daarbij had de vergadering de wens uitgesproken dat de hoofdingelanden een exemplaar van een dergelijke kaart moesten bezitten. Tot slot waren verschillende landschappelijke veranderingen opgetreden, waardoor de kaart uit 1884 niet meer actueel bleek. Het leek niet noodzakelijk om een geheel nieuwe kaart te vervaardigen, waardoor men met een herziene versie van de kaart kon volstaan. Zodoende dienden dijkgraaf en hoogheemraden in 1913 het verzoek in bij de vergadering om een licht aangepaste herdruk van de boezemkaart te maken. J.B. van Loenen, toen oud-hoofdopzichter van Rijnland en de laatste nog levende persoon die ook betrokken was bij de totstandkoming van de eerste boezemkaart, kreeg de opdracht. De hoofdingelanden keurden het plan met veel enthousiasme goed.

Uiteindelijk lukte het Van Loenen niet om de kaart te maken. Op 13 maart 1915 deden dijkgraaf en hoogheemraden hun beklag dat de voormalige hoofdopzichter verzocht had om van zijn taak ontheven te worden, in verband met gezondheidsklachten. Het college stelde voor dat opzichter F. de Zwart de taak op zich zou nemen. Dit deed zij op aanraden van de ingenieur P. Hoogenboom, die meende ‘dat [De Zwart] ook voor dit werk ten volle berekend is en het nog in dit jaar zal kunnen voltooien’. Het werk liep echter enige vertraging op, waardoor de kaart pas in 1917 opnieuw werd uitgegeven.

[Figuur 6: Hoogheemraadschap van Rijnland, herzien door F. de Zwart in 1917. NL-LdnHHR, Collectie kaarten, B-2170