De overzichtskaarten van 1647, 1687 & 1746
Al gauw na de voltooiing van de kaart van Balthasars besloot het Rijnlandse college om een nieuwe kaart te laten maken. De hoogheemraden hadden verschillende klachten ontvangen, dat de kaart niet nauwkeurig genoeg was om objecten mee op te meten en al helemaal niet om de juiste omslag te berekenen. Op 19 maart 1639 gaven dijkgraaf en hoogheemraden de opdracht aan Jan Jansz. Douw en Steven Pietersz. van Brouckhuijsen. De landmeters vergeleken de oude kaart met eigen metingen en de kennis van lokale deskundigen. Ook zij constateerden dat de kaart van Balthasars op zijn zachtst gezegd niet erg accuraat was. Dit is te lezen in een ‘Verbael van de defecten inde Caert van Rynlant’ van 12 december 1642 dat Van Brouckhuijsen opstelde. Hierin noemt de landmeter puntsgewijs wat allemaal mis is met de kaart. Wat was de reden van deze onnauwkeurigheid? Jan Hofstra beargumenteert dat Balthasars de afzonderlijke kaarten van de ambachten in elkaar had proberen te passen (als een puzzel) om een wandkaart samen te stellen. Daarbij kwam het verloop van wegen en watergangen niet geheel overeen met de realiteit, omdat de metingen vrij grof waren verricht.
Douw en Van Brouckhuijsen begonnen met het vervaardigen van een nieuwe kaart. Deze werd in 1647 voltooid en door Cornelis Dankertsz. in 12 koperplaten gegraveerd. Pieter Post vervaardigde een sierrand met het opschrift ‘Het Hooge Heymraetschap van Rijnland’ en twee wapenranden met de wapens van dijkgraaf, hoogheemraden, rentmeester en secretaris, die aan beide zijden van de kaart bevestigd waren. Rijnland beschikt nog over één losbladige atlas uit 1647, waarin deze sier- en wapenranden niet zijn opgenomen. De kaart werd in een oplage van 100 stuks gedrukt, die zowel voor eigen gebruik als relatiegeschenk bestemd waren. Het Rijnlandse bestuur kocht ook de koperplaten, die nog altijd in het collectiedepot liggen.
Volgens M. Donkersloot-de Vrij gaf Nicolaes Visscher (II) aan het eind van de 17de eeuw een verkleinde versie van de kaart uit. Het gaat vermoedelijk om de kaart getiteld: Rhenolandia, Amstelandia et circumjacentia aliquot territoria cum aggeribus omnibus terminisq. suis (zie ook: A-0007).

[Figuur 2: Kaartblad van de regio Halfweg uit t’Hoogheymraedschap van Rhijnland, vervaardigd door Jan Jansz. Douw en Steven Pietersz. van Brouckhuijsen in 1647. NL-LdnHHR, Collectie kaarten, A-4271]
Zie bijvoorbeeld:
Tussen 1687 en 1688 vervaardigde de zoon van Jan Jansz. Douw, Johannes Douw jr., een tweede druk van de kaart. Veel veranderingen, behalve het aanbrengen van enkele wijzigingen, vonden niet plaats. Deze aanvullingen werden in de oude koperplaten gegraveerd. Daarbij bracht Douw een cartouche aan, waarin hij aangaf dat de kaart door hem was vernieuwd. De wapenranden die in 1647 door Pieter Post waren ontworpen en aan de linker- en rechterkant van de kaart bevestigd waren, bleven gehandhaafd. Romeyn de Hooghe vervaardigde een nieuwe bovenrand, bestaande uit drie bladen met de titel van de kaart en de wapenschilden van het fungerende bestuur. Deze kaart beleefde een oplage van 1.000 stuks.

[Figuur 3: t’Hoogheymraedschap van Rijnland, herzien door Johannes Douw in 1687. NL-LdnHHR, Collectie kaarten, A-0009]
Zie bijvoorbeeld:
De derde druk vond plaats in 1746. De landmeter Melchior Bolstra heeft destijds uitvoerig onderzoek gedaan naar de nauwkeurigheid van de overzichtskaart uit 1687. Dit blijkt uit de atlas Van Santen, waarin de landmeter op enkele kaartbladen aantekeningen heeft gemaakt (zie ook: A-4370 tot A-4388). Op basis van zijn onderzoek constateerde Bolstra dat veel landschappelijke veranderingen hadden plaatsgevonden in een relatief korte tijd. Zodoende diende hij een verzoek in bij dijkgraaf en hoogheemraden om de overzichtskaart bij te werken. Bolstra stelde voor om de oude koperplaten te laten uitslijpen en opnieuw te laten graveren. Het college ging hiermee akkoord.
Bolstra bracht verschillende wijzigingen aan op de kaart, waarbij hij de nadruk legde op het weergeven van de uitgestrekte en reeds drooggemaakte veenplassen. Daarbij duidde de landmeter met zwarte arcering de verwachte oeverafslag langs de oevers van het Haarlemmermeer aan. Tot slot voegde Bolstra twee kaarten toe aan het kaartboek op aanraden van het Rijnlandse college. De eerste kaart bevat een ontwerp voor een uitwatering bij Katwijk. Het tweede blad geeft de toestand van het Haarlemmermeer weer en is getiteld ‘Afbeeldinge van Rhynlands waterstaat’. Bolstra had beide kaarten in 1740 vervaardigd. Vermoedelijk stelde het college dit voor om (vooral) de Staten van Holland te wijzen op de toenemende dreiging van het Haarlemmermeer.
Dijkgraaf en hoogheemraden gaven David Coster te Den Haag de opdracht om de oude koperplaten te restaureren en waar nodig te bewerken. De sierranden van Pieter Post en Romeyn de Hooghe werden vervangen door een eenvoudigere versiering met opschrift. Isaak Tirion, uitgever te Amsterdam, verzorgde de herdruk van de kaart met een oplage van 650 stuks.
Dankzij het onderzoek van F. Gittenberger en M. Hameleers, is een vierde druk van de kaart ontdekt. Het gaat specifiek om een herdruk van het vijfde kaartblad, waarop de oeverafslag die plaatsvond langs het Haarlemmermeer in de buurt van Aalsmeer is afgebeeld. Vermoedelijk werd de koperplaat op instructie van Bolstra of diens opvolger Klaas Vis bijgewerkt, waardoor de afkalving tot en met 1766 werd weergegeven (zie ook: A-0920).
Tot slot verzorgde de uitgeverij Canaletto in 1966 een herdruk van de overzichtskaart, waarbij de originele koperplaten werden gebruikt. G. ‘t Hart schreef een inleiding op het werk.

[Figuur 4: ’t Hooge Heemraedschap van Rhynland, herzien door Melchior Bolstra in 1746. NL-LdnHHR, Collectie kaarten, A-0018]
Zie bijvoorbeeld: