Het gebruik van de overzichtskaarten
De overzichtskaarten bieden de onderzoeker een gemakkelijk inzicht in de landschappelijke omstandigheden. In één opslag van het oog is goed te zien welke veranderingen in de loop van de tijd hebben plaatsgevonden in een bepaald gebied. Immers werden de overzichtskaarten bij iedere nieuwe uitgave aangepast aan de toenmalige ontwikkelingen. Daarbij is een zekere kwaliteit of nauwkeurigheid vanzelfsprekend. Meestal trok Rijnland de beste en meest ervaren landmeters aan om de overzichtskaarten te vervaardigen of bij te werken. De overzichtskaarten zijn daarom over het algemeen betrouwbaar.
Daarentegen moet je toch rekening houden met enkele zaken, wanneer je van deze kaarten gebruik wilt maken. De weergegeven situatie komt niet één op één overeen met de werkelijkheid. Daarbij, zoals blijkt uit een onderzoek van J.H. Vinkenoog, maken experts ook wel eens fouten. Dus, waar zou je bij stil kunnen staan?
Je moet je eigenlijk altijd bewust zijn van de context van een kaart. Wanneer is de kaart gemaakt? Wie heeft de kaart vervaardigd? In wat voor omstandigheden werd de kaart gemaakt? Is de kaart (deels) gekopieerd? Dat zijn allemaal belangrijke vragen die gesteld moeten worden bij het gebruiken van een kaart als onderzoeksobject.
Sommige kaarten dienden, naast het bieden van een overzicht, ook andere doeleinden. Niet alleen waren zij functioneel, zij werden ook uitgewisseld als relatiegeschenk en in sommige situaties gebruikt als propagandamateriaal. Hierbij moet men realiseren dat het up-to-date houden van kaarten niet altijd het hoofddoel was. Daarbij konden situaties rooskleuriger of erger worden afgebeeld dan dat zij daadwerkelijk waren om een bepaald publiek over te halen (bijvoorbeeld bij droogmakingsplannen).
In het geval van de overzichtskaarten is een belangrijk aandachtspunt dat deze kaarten specifiek gemaakt zijn om inzicht te bieden in de waterstaat. Dit roept de vraag op of alles daaromheen wel accuraat is weergegeven. Het is zeker mogelijk dat de locaties van huizen of boerderijen niet geheel overeenkomt met de werkelijkheid, omdat dat minder van belang was voor het hoogheemraadschap.
Een ander punt is dat cartografen ook gebruik maakten van eerdere kaarten, waardoor zij sommige (foutieve) zaken overnamen. Nu kunnen we ervan uitgaan dat dit voor de Rijnlandse overzichtskaarten niet geheel het geval is. Er is immers bewijs overgeleverd dat voor de kaarten van 1615, 1647 en 1884 uitgebreide metingen zijn verricht door de landmeters. De herdrukken werden dan weer gedeeltelijk bijgewerkt. Desondanks maakten ook professionele landmeters fouten, die bij de herdruk dan weer werden overgenomen.
Daarbij moet je je bedenken dat het maken van een kaart een langdurig proces was. Tussen het verrichten van de metingen en het graveren van het kaartbeeld op koperplaten konden wel enkele jaren zitten. In de tussentijd waren (vermoedelijk) al weer verschillende landschappelijke veranderingen opgetreden, waardoor de kaart bij de voltooiing eigenlijk al niet meer up-to-date was. Een kaart is altijd een momentopname van de werkelijkheid.
Tot slot, een conclusie in de woorden van M. van Tielhof en P.J.E.M van Dam:
“Kaarten zijn zelden een neutrale weergave van de werkelijkheid, ook al wekken ze die indruk. Ze zijn met een specifiek doel gemaakt en ze worden gebruikt en misbruikt. Dit geldt ook voor de kaarten van Rijnland.”