Ecologische sleutelfactoren
Een goede waterkwaliteit is belangrijk voor ons als mens, maar ook voor de dieren en dus de biodiversiteit. Een goede waterkwaliteit hangt af van verschillende factoren. Deze factoren worden ook wel de ecologische sleutelfactoren (ESF) genoemd.
Een ecologische sleutelfactor is een belangrijke voorwaarde voor de goede werking van ons water. In totaal zijn er 9 ecologische sleutelfactoren die aangeven of het water een goede kwaliteit heeft. Heeft een bepaalde plas, meer of vaart een slechte waterkwaliteit, dan geeft één of meer van deze 9 sleutelfactoren aan waar dat aan ligt.
De leefomgeving
Eén van de ecologische sleutelfactoren is de habitatgeschiktheid, ook wel de leefomgeving. Deze factor is er één waar wij, vanuit Rijnland, veel aandacht aan besteden. Ook omdat deze belangrijk is vanwege de maatregelen (Kader Richtlijn Water) die wij vanuit de Europese Unie hebben gekregen.
De habitatgeschiktheid is belangrijk voor planten en dieren en het zegt iets over hoe het water is ingericht. Hierbij gaat het om de oeverzone. Die kan schuin naar het water toe lopen of een harde kant hebben. Ook heb je te maken met een ondiep en een diep stuk. Het ondiepe gedeelte is het eerste stukje van het water tegen de oever aan en het diepe stuk ligt in het midden van het water. De inrichting bepaalt of vissen en waterplanten daar willen en kunnen leven.
Geschikt of ongeschikt
Of het water geschikt is voor een goede leefomgeving voor planten en dieren, wordt door verschillende punten bepaald. Is het water zoet of zout en hoe voedselrijk is het? Ook wordt er gekeken naar de stroming, de diepte en de grootte van het water. Ook speelt de temperatuur van het water een rol. Hoe warm of koud het water is, is afhankelijk van de diepte. Al deze onderdelen geven aan of het water geschikt of ongeschikt is. Als het water geschikt is, dan heeft de sleutelfactor de kleur groen en is het water een geschikte plaats voor planten en dieren om in te leven. Is het ongeschikt, dus rood, dan volgen er maatregelen.
Maatregelen
Bij ongeschiktheid wordt er gekeken hoe het water is ingericht en wat er leeft. Zo wordt er gekeken naar de aan- of afwezigheid van bijvoorbeeld algen, kroos of rivierkreeften. Als dit in kaart is gebracht, kan Rijnland goed bepalen welke maatregelen nodig zijn. Een van de maatregelen is het verbeteren van de leefomgeving voor planten en dieren door de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Dit zijn langzaam aflopende oevers waar ook kleine diertjes zich makkelijk kunnen bewegen tussen nat en droog. De planten, die hier leven, zuiveren het water waardoor de waterkwaliteit schoon en helder wordt. Daarnaast zijn natuurvriendelijke oevers een schuilplaats voor vissen en andere kleine dieren, bijvoorbeeld de larven van libelles en juffers.
Overige sleutelfactoren
In totaal zijn er 9 ecologische sleutelfactoren. De leefomgeving, de habitatgeschiktheid, hebben we hierboven besproken. De andere 8 ecologische sleutelfactoren zijn:
De productiviteit van water wordt bepaald door de beschikbaarheid van voedingsstoffen. Voedingsstoffen zorgen voor de groei van planten en algen.
De productiviteit van de bodem wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid voedingsstoffen.
De hoeveelheid licht die tot een bepaalde diepte doordringt, is afhankelijk van verschillende zaken. Wind, vis en scheepvaart hebben hier invloed op.
De mogelijkheden voor dieren en planten in het water om zich te verplaatsen naar andere watergebieden.
Deze richt zich op het verwijderen van planten en dieren uit het water die een slechte invloed hebben.
Bronnen van organische belasting die het water inkomen zijn bijvoorbeeld losse bladeren, poep, plas, brood voor eenden en andere ongewenst afval.
Bepaalde stoffen in het water hebben een slecht effect op planten en dieren. Denk hierbij aan zware metalen, gewasbeschermingsmiddelen, gif en medicijnresten.
Deze is niet ecologisch, maar vormt het gebiedsproces. Gebruikers van het water worden betrokken en geïnformeerd over de maatregelen.
Artikelen
Werken onder Water
Omgeving van het water
Kaderrichtlijn Water
De Europese Unie vindt schoon en gezond oppervlaktewater belangrijk. Daarom hebben alle deelnemende landen met elkaar afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Uiterlijk in 2028 moeten alle lidstaten aan strengere normen met betrekking tot de waterkwaliteit en ecologie voldoen. Zo zorgen we samen voor schoon en gezond water. Met een gevarieerde planten- en dierenwereld én waar in gezwommen kan worden. Kortom, water waar mens en dier volop van kunnen genieten.