De Tiny 5 van Rijnland
De Tiny 5 zijn, met een knipoog naar de Afrikaanse Big 5, 5 herkenbare plant- en diersoorten die je in Rijnland vindt. Ze staan symbool voor alle andere planten en dieren die in ons gebied leven.
5 kwetsbare soorten
De Tiny 5 zijn niet zeldzaam, maar staan wel onder druk. Het water en land waarin ze leven is kwetsbaar en dus zijn zij dat ook. Hun leefgebied, dat bestaat uit zowel water als land, is kwetsbaar en verdient onze aandacht. Rijnland wil hier breed inzetten om goede leefomstandigheden te scheppen en te versterken in het water en op het land.
De gekozen 5 soorten zijn geen doel op zich maar staan symbool voor wat we willen bereiken: een robuust netwerk waarbinnen water- en landelementen elkaar verbinden. De Tiny 5 zullen hier van kunnen profiteren met in hun kielzog een breed scala aan andere soorten.
Dit prachtige visje hoort echt thuis in Rijnland. Het kan ook overal voorkomen en behoort tot de meest algemene vissoorten van Nederland. Wat dat betreft is het niet kieskeurig. Deze vorm van de stekelbaars trekt echter van zout naar zoet water. Daarbij komt hij allerlei obstakels tegen zoals dijken, sluizen, gemalen en stuwen. Hierdoor zijn veel polders en andere gebieden slecht bereikbaar geworden.
De driedoornige stekelbaars behoort tot de algemeenste soorten van Nederland. De trekkende Semiarmatus-vorm is echter sterk afgenomen doordat de Afsluitdijk en de Deltawerken barrières vormen voor de intrek vanuit zee. Ook veel poldergebieden zijn moeilijk bereikbaar voor trekkende stekelbaarzen door de aanwezigheid van gemalen. De laatste jaren worden er steeds vaker migratievoorzieningen, zoals hevelvispassages, aangelegd ten behoeve van de intrek van driedoornige stekelbaars. De lepelaar die vanuit Afrika naar ons land komt om te broeden is dol op dit visje.
Habitat: Schoon en gezond water. Sloten met voldoende doorzicht en waterplanten waar het visje zijn nest kan bouwen en kan jagen op prooidiertjes zoals waterinsecten en hun larven. Ook kleine visjes staan op het menu van weer grotere soorten.
Maatregelen: Vispasseerbaar maken van de grenzen tussen zout en zoet water maar ook van het boezemgebied van Rijnland naar de inliggende polders en andere peilgebieden. Zorgen voor schoon en gezond water met volop kleine (prooi-)diertjes, beperken en terugdringen van verrijking van het water met meststoffen.
Rode lijst soort (niet bedreigd). Een algemeen voorkomende waterjuffer. Hun leven is, zoals bij alle libellen en waterjuffers, verbonden aan het water. Dat water moet natuurlijk wel schoon en gezond zijn en blijven. De larven leven 1, soms 2 jaar in het water en zijn echte rovers. Als de larven volgroeid zijn kruipen ze langs stengels van moerasplanten omhoog en verpoppen tot een prachtige libel. Dit proces noemen we uitsluipen.
Habitat: Schoon en gezond water met voldoende waterplanten en oevervegetatie. Komt in Rijnlands beheergebied voor in veel zoetwatertypen, soms zelfs ook in brak water. Daarnaast ook natuurlijk begroeide en bloeiende oevers, bermen en weilanden om te jagen.
Maatregelen: In stand houden en bevorderen van gezond water. beperken van verrijken van het water, o.a. door minimaal gebiedsvreemd water in te laten, terugdringen van de vermesting door landbouwactiviteiten, aangepaste werkwijze m.b.t. het schonen van de watergangen, leefgebied van de larven en volwassen libellen bevorderen door aanleg en instandhouding van natuurvriendelijke oevers en kruidenvegetaties.
Rode lijst soort (niet bedreigd). Ook vaak aan te treffen in tuinen die wat meer ruimte bieden aan de natuur. Het feit dat we ieder jaar weer erg veel padden tijdens hun trek naar het water doodgereden aantreffen, geeft aan dat de dieren toch wel degelijk in een gevarenzone zitten. Schoon water met een natuurlijk aflopende oever of speciale paddenpoelen zijn niet altijd voorhanden maar worden wel op prijs gesteld.
Habitat: Behalve in de meer natuurlijke gebieden komt de pad ook voor in parken en tuinen van het stedelijke gebied. Gezond water met natuurvriendelijke oevers als plek voor de voortplanting en op het land voldoende natuurlijk groen en verstopmogelijkheden als woon- en verblijfplaats.
Maatregelen: Het aanleggen van paddentunnels en paddenpoelen en het voorzien in betreedbare wateren door aanleg van natuurvriendelijke oevers. Op het land is het van belang dat de padden daar een natuurlijk vormgegeven leefgebied nodig hebben met kruiden en bosjes. Daarnaast is schoon en gezond water een vereiste om de eitjes te kunnen afzetten en de uitgekomen paddenvisjes te laten opgroeien.
Rode lijst soort (bedreigd / kwetsbaar). Door hun leefgebied te verbeteren en te beschermen kan hun stand herstellen. De huiszwaluw is een typische vogel van open agrarische gebieden waar zij haar nest maakt aan gebouwen of onder bruggen. Het liefst in de buurt van water waar zij veel insecten vangen en modder kunnen vinden om hun nestjes te metselen. Sinds de jaren ’60 is hun aantal afgenomen met zeker 75%.
Habitat: Agrarische, min of meer open gebieden. Een afwisseling van water, weiden, parken en of akkerbouw als jachtgebied op insecten. Hierin verspreid bebouwing met overhangende daken (nestgelegenheid) of bijvoorbeeld bruggen. Natuurlijke oevers en veedrinkplaatsen en/of paddenpoelen waar de zwaluwen slib kunnen verzamelen voor de nestbouw. Kan op alle grondsoorten voorkomen.
Maatregelen: Nestkasten aanbrengen, behouden en aanleggen modderige poeltjes of oevers, leefgebieden voor insecten herstellen, natuurvriendelijke land- en tuinbouw bevorderen, werken aan een verbod op schadelijke pesticiden, zoals middelen die neonicotinoïden.
Dit is een soort die met een breed scala van groeiplaatsen genoegen neemt. Je zou hem kunnen aantreffen in bermen, graslanden en dijken. Het knoopkruid heeft wel een voorkeur voor matig voedselrijk of licht bemeste gronden. In weiden die op ouderwetse wijze worden beheerd zullen ze het prima naar de zin hebben. Verschillende soorten bijen en hommels bezoeken de bloemen.
Habitat: Min of meer licht- voedselrijke hooi- en graslanden, bermen en dijken door heel Rijnland. Is ook te vinden in de duinen.
Maatregelen: Graslanden, oevers, dijken en bermen geschikt maken voor een in de omgeving passend gras- en kruidenmengsel, waaronder knoopkruid. Ook een passend maaibeleid zoals hooilandbeheer en/of gedifferentieerd maaien dragen bij aan het behoud van deze mooie plant.
Netwerk van water en land
Rijnland werkt aan een netwerk van water en land, met natuurlijkvriendelijke oevers en bloemrijke dijken. Via dat netwerk van natuurlijke verbindingen verplaatsen planten en dieren zich naar nieuwe gebieden. Dat biedt meer soorten extra kans op groei en bloei. Dus meer biodiversiteit. Voor de natuur én voor de inwoners van Rijnland is dat goed nieuws. Het wordt buiten steeds mooier en er is steeds meer natuur te zien, te ruiken en te horen.
Actieplan biodiversiteit