Meten van de waterkwaliteit
Rijnland is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater. Om de waterkwaliteit van het oppervlaktewater te controleren, nemen we op ruim honderd locaties in ons beheergebied watermonsters en voeren we veldmetingen uit. De meetlocaties liggen verspreid om een goed beeld te krijgen van de waterkwaliteit. Bijvoorbeeld in stedelijk gebied, in meren en in agrarisch gebied.
Waarom meten we het water?
Afhankelijk van wat we meten, doen we dit tweewekelijks, maandelijks, jaarlijks of eens in de drie jaar. Deze informatie laat zien hoe het gaat met de waterkwaliteit en ecologie in ons watersysteem. Door jaren achter elkaar op dezelfde plek te meten zien we hoe de waterkwaliteit zich in de loop van de tijd ontwikkelt. We zien bijvoorbeeld of maatregelen voor betere waterkwaliteit het gewenste effect hebben. De resultaten gebruiken we vervolgens om nieuwe plannen en beleid te maken.

Hoe meten we de waterkwaliteit?
De watermonsters worden op locatie verzamelt door monsternemers. Dit kan vanaf de kant of vanaf een boot. In diepe plassen wordt soms ook water uit de diepere lagen verzameld. Het verzamelde water sturen we naar een gespecialiseerd laboratorium voor onderzoek. Afhankelijk van de meetlocatie testen we op één of meerdere van de volgende onderdelen:
- Vervuilende stoffen, zoals PFAS en medicijnresten
- Ziekteverwekkende bacteriën
- Gewasbeschermingsmiddelen
- Meststoffen en voedingsstoffen, zoals fosfaat
- De watertemperatuur
- De helderheid (doorzicht)
- De hoeveelheid algen, planten en (water)dieren
