Een DIJK van een collega: contractmanager Bart van der Pouw Kraan
Bij Rijnland werken er elke dag vele collega’s aan dijkverbeteringsprojecten. Vanuit verschillende afdelingen binnen de organisatie wordt er meegedacht en meegewerkt aan de waterveiligheid van ons gebied. Verspreid over 6 interviewartikelen lichten we de verschillende fases van het dijkverbeteringsproces toe. Dit doen we aan de hand van onze collega’s. Deze keer is het aan onze DIJK van een collega: contractmanager Bart van der Pouw Kraan.
Contractmanager
Rijnland is verantwoordelijk voor de waterveiligheid in het gebied en onderhoud daarvoor 1220 km aan regionale dijken, 48 km primaire dijken en ca. 25 noodwaterkeringen. Bart is als contractmanager, samen met drie andere collega’s, verantwoordelijk voor het bewaken van de contracten en de relatie met de marktpartijen. ‘Met marktpartijen bedoel ik voornamelijk ingenieursbureaus en aannemers, maar we hebben uiteraard ook kleinere contracten met specialistische onderzoeksbedrijven voor bijvoorbeeld grondonderzoek, archeologie of milieukundige onderzoeken’, vertelt Bart. ‘Bij een dijkverbeteringstraject worden er in verschillende fases contractuele afspraken gemaakt. Het is aan mij om deze afspraken te maken, vast te leggen en te bewaken.’
Verschillende soorten contractvormen
‘Er zijn verschillende contractvormen met ook verschillende voorwaarden. Zeg maar een soort spelregels om werkzaamheden uit te voeren. Zo werken we met onze aannemers voor de dijkverbeteringsprojecten vaak met bestekken waarin duidelijk uitgewerkt is wat er geleverd dient te worden, en onder welke condities. En omdat ontwerpwerk door ingenieursbureaus weer totaal anders is, zijn daar weer andere voorwaarden voor opgesteld. Elk contract heeft daarbij zijn ook eigen aanbestedingsprocedure en het is de taak van de contractmanager om hiervoor de contracten op te stellen. Voor de grotere projecten gaat dat in nauwe samenwerking met onze afdeling inkoop.
Met onze ingenieursbureaus hebben we bijvoorbeeld een raamovereenkomst voor ontwerpwerkzaamheden. In april 2025 is deze gegund aan vijf partijen en deze heeft een looptijd van 4 jaar. Bij nieuwe dijkverbeteringsprojecten worden deze vijf partijen roulerend geselecteerd om het dijkontwerp te maken. Wanneer een ingenieursbureau een 1e dijkontwerp heeft gemaakt, gaan de omgevingsmanagers hiermee naar de gemeente, de perceeleigenaren en de nutspartijen. Want als we bijvoorbeeld een dijk flink gaan ophogen, dan willen de gemeente of kabel- en leidingbedrijven wellicht ook van dit moment gebruik maken om hun geplande werkzaamheden uit te voeren. Dan merk je dat het belangrijk is dat we in projectmatige fases werken, en dat we inspelen op de situatie en de gemaakte afspraken naar aanleiding van ons initiatief in het ontwerpen en het contracten actualiseren.
Als het definitieve dijkontwerp uiteindelijk wordt geaccepteerd door alle stakeholders, kan het contract voor de aannemer opgesteld worden zodat we over kunnen gaan op de uitvoering. Hiervoor hebben we geen raamovereenkomst met aannemers, omdat de werkzaamheden en kosten per project zo kunnen verschillen dat hier geen overkoepelende vaste afspraken voor gemaakt kunnen worden. Het is bijna altijd maatwerk, en mede daarom wordt de uitvoering van elke project apart aanbesteed. Het doel is om qua prijs-kwaliteit de best mogelijke uitkomst te krijgen voor elk dijkverbeteringsproject.’
Verwachtingsmanagement
‘Een dijkverbeteringsproject valt of staat met goede en duidelijke afspraken. Zowel met de omgeving als met onze contractpartners. Samen dragen we bij aan het hogere doel, namelijk dat de Rijnlandse inwoners droge voeten behouden. Een belangrijk en uitdagend aspect van mijn rol is de contractbeheersing. In de gesprekken met bijvoorbeeld een aannemer of ingenieursbureau gaat het vaak hard op de inhoud, maar zacht op de relatie. Op prijsniveau of inhoud botst het dan wel eens, en hierbij is het dan de kunst om respectvol naar elkaar te blijven. Maar het mag best eens knetteren; dit maakt dat we elkaars belangen goed begrijpen en samen beter tot een oplossing kunnen komen. Ik vind het fijn als dergelijke gesprek plaatsvinden vóórdat er gestart wordt met de uitvoering, zodat we elkaar niet naderhand verrassen. Ik verwacht dat contractpartijen elkaar bij de les houden op dat punt.’
Veel variatie
‘De meeste projectprocessen kennen in grote lijnen dezelfde volgorde, maar de projecten zitten nooit allemaal in dezelfde fase. De dynamiek van verschillende projecten in verschillende fases, dat vind ik inspirerend. En daarmee bof ik, want zo zijn mijn dagen nooit hetzelfde. Mijn dagen variëren van het bijwonen van bouwvergaderingen buiten en een projectbezoek, tot een voortgangsoverleg met mijn eigen team op kantoor. Deze variatie vind ik het leukst. Daarbij het overzicht bewaren blijft ook een kunst als er veel projecten tegelijk lopen. Het is in ieder geval nooit saai. Zeker met de uitdaging die we hebben om samen met de markt grote stappen te maken in circulariteit en duurzaamheid. Dus we kunnen er tegenaan!’